Foto bij O33 • Bullied

Autumn Castle

De rit verloopt zwijgzaam, maar dat vind ik niet erg. Dit geeft me de kans om naar buiten te kijken en rustig na te denken terwijl ik zo nu en dan een blik werp op het interieur van zijn auto. Deze ziet er vrij netjes uit, alleen zie ik her en der wat cd’s liggen.
Ik kantel mijn hoofd een klein beetje zodat ik kan zien welke muzieksmaak hij heeft. Ik frons mijn wenkbrauwen als ik zie dat hij een album van Coldplay heeft. Daarnaast heeft hij een album liggen met een collectie van nummers die op dit moment erg populair zijn. Ik weet niet waarom, maar ik had eerder verwacht dat hij echt van rock en heavy metal hield en dat soort dingen.
“Verbaasd?” hoor ik Evan’s diepe stem vragen.
Ik draai mijn hoofd een beetje beschaamd zijnde in zijn richting omdat hij in de gaten had dat ik aan het kijken was naar zijn cd’s, maar hij lijkt een geamuseerde uitdrukking op zijn gezicht te hebben. Hij ziet er zo anders uit als zijn wenkbrauwen niet constant in een frons staan en hij kil voor zich uitkijkt. Hij ziet er knapper uit zo.
Ik bloos omwille van mijn gedachten en schud mijn hoofd verward. Daarna besef ik me dat ik Evan’s vraag nog altijd niet beantwoord heb en dat dat niet bepaald netjes van me is.
“Ik had andere verwachtingen ja,” geef ik eerlijk toe. “Metal of zo.”
“Die muziek kan ik van tijd tot tijd ook wel appreciëren, maar ik vind het leuk om de muziek van nu zo nu en dan op te volgen. Hoewel ik ook cd’s heb liggen van echt tien jaar geleden of zo.”
Het voelt raar om Evan zo over zijn muzieksmaak te horen praten, alsof hij eigenlijk een doodnormale jongen is. Ik kan mezelf wel voor mijn hoofd slaan om die gedachte. Natuurlijk is hij een doodnormale jongen, maar ik bedoel dat hij iemand is die… ik weet niet eens wat ik wil zeggen eigenlijk, dus laat maar.
“Ik luister graag naar rap en pop,” zeg ik. “Soms is het gewoon heerlijk om een leuk nummer op te zetten en jezelf helemaal te verliezen in de muziek.”
“Precies dat,” zegt Evan en ik zie dat zijn lippen een klein beetje omhooggaan, een heel klein beetje maar.
Voordat ik mezelf langer kan concentreren op het feit dat Evan echt aan het glimlachen was, stopt hij de auto opeens en merk ik dat we voor een huis staan met een blauwe voordeur. Evan stapt uit en ik doe hetzelfde.
“Let niet op de rommel,” zegt Evan rustig terwijl hij naar de voordeur loopt en zijn sleutels tevoorschijn haalt om de deur te openen.
Net zoals Aiden lijkt ook Evan alleen te wonen. Zijn huis is al minstens even netjes als zijn auto. Het is mooi ingericht met een lichtelijk antieke stijl die ik niet van hem had verwacht.
“Dit huis is van mijn grootouders geweest,” zegt Evan als hij mijn verbaasde blik ziet. “Ik heb het van hun over mogen nemen. Mijn ouders zijn redelijk rijk en ze willen me financieel ondersteunen totdat ik van school ben en kan gaan werken.”
Ik draai mijn hoofd naar hem.
“Dat is best wel cool van je ouders,” zeg ik met groot opgezette ogen.
Evan haalt zijn schouders op.
“Ik schep er niet graag over op en ik wil ook niet dat iedereen het weet. Dit huis betekent heel erg veel voor me omdat mijn grootouders heel veel voor me betekenden. Ik wilde het huis niet wegdoen en toen hebben mijn ouders besloten dat ik hier mocht blijven wonen. Ze wonen zelf trouwens vijf huizen verderop in de straat.”
Hij grinnikt en ik voel dat er een glimlach automatisch om mijn lippen komt bij het horen van dat geluid.
“Zijn je grootouders allebei overleden?” vraag ik voorzichtig.
Evan knikt.
“Mijn oma is overleden aan kanker en mijn opa heeft zelfmoord gepleegd,” zegt hij.
“Oh.”
Ik kijk naar de grond en even is het stil tussen ons. Misschien was Evan toch niet in het ziekenhuis omwille van wat de geruchten zeiden, maar was hij daar voor zijn opa. Of voor zijn oma. Ik durf het hem eigenlijk niet zo goed te vragen, want hij lijkt het er voor de rest niet over te willen hebben.
“Ik zal je mijn kamer maar eens laten zien,” doorbreekt Evan de stilte en ik kijk hem dankbaar zijnde aan, maar hij knippert alleen even snel met zijn ogen en gaat dan naar boven.
De traptreden kraken zachtjes terwijl we naar boven lopen en Evan doet de deur naar zijn kamer open. Doordat hij de klink vastheeft, zie ik zijn knokkels weer die open liggen. Ik vraag me af of hij het nog steeds zo moeilijk heeft met de dood van zijn grootouders dat hij zichzelf afreageert op iets.
In tegenstelling tot de benedenverdieping ziet zijn kamer er een stuk minder antiek uit. Ik kan vooral de geur van nieuwe meubels ruiken en vraag me af hoe recent geleden het wel niet is geweest dat Evan hier in ingetrokken.
“Zoals je misschien al wel hebt geraden, woon ik hier nog maar pas. Ik heb een paar nieuwe meubels en er zijn een paar meubels die ik wil houden omdat ze een bepaalde emotionele waarde voor mij en mijn ouders hebben.”
Ik bewonder hem omdat hij het zo rustig kan vertellen. Ik durf te wedden dat als ik over mijn moeder zou praten dat ik om de haverklap zou moeten huilen. Het laat me zien dat er zo veel verschillende manieren zijn om met verdriet om te gaan en dat iedereen dat op een andere manier doet.
Ik draai mijn hoofd naar zijn bed en zie een poster boven zijn bed hangen. Ik glimlach als ik Coldplay herken en loop naar voren terwijl ik mijn vingers naar de poster strek en ze er langzaam overheen laat glijden.
“Jij houdt ook van Coldplay?” vraagt Evan.
Ik geef een knikje.
“Viva La Vida is echt het mooiste nummer dat ze ooit gemaakt hebben,” zeg ik.
Evan komt naast me staan en in eerste instantie denk ik dat hij ook naar de poster aan het kijken is, maar dan zie ik dat zijn ogen naar mijn arm gericht zijn. Mijn mouw is teruggeschoven door mijn beweging en het uiteinde van mijn kras is net zichtbaar onder de rand van mijn mouw.
“Je moet daarmee ophouden, weet je,” zegt hij. “Het is niet goed en het is niet de juiste manier om met je verdriet om te gaan.”
Ik voel mezelf kwaad worden.
“En je knokkels tegen iets slaan waardoor ze openbarsten wel zeker?”
Evan’s mond vertrekt naar één streep en zijn blik kijkt me kil aan.
“Dat gaat je niks aan,” sist hij me toe.
“Net zo min als dat het jouw aangaat wat ik met mijn arm doe.”
Evan rolt met zijn ogen en draait zich weg van me terwijl hij geërgerd zucht en vervolgens naar zijn bureaustoel wandelt. Hij gaat zitten en slaat zijn armen over elkaar heen terwijl hij me strak aankijkt.
“Denk je nu echt dat het iets gaat oplossen als je jezelf snijdt?” vraagt hij boos. “En wat als je een keertje te ver of te diep snijdt? Wat dan?”
“Dan bloed ik hopelijk dood en ben ik verlost van deze ellende,” fluister ik.
“Dat kun je niet menen, Autumn!” roept hij luid. “Je moet juist blijven vechten. Je moet aantonen dat jij niet klein te krijgen bent en dat het je niks kan schelen wat ze tegen je zeggen. Jezelf snijden telkens als er iets misgaat in je leven is niet de oplossing en dat weet je.”
“Aiden had gelijk,” mompel ik. “Ik had bij je uit de buurt moeten blijven.”
Plotseling verandert Evan’s blik van kwaad naar kil. Zijn mond trekt net als daarnet weer terug naar een streep en hij staat op. Hij loopt langs me, opent de deur en gebaart naar de gang.
“Wil je gaan? Want dan mag je gerust oprotten.”
Ik blijf twijfelend staan.
“Oprotten, Autumn!”
Ik schrik van zijn harde stem en loop langs hem. Ik loop snel de trap af en ga dan naar buiten. Ik gooi de deur met een klap achter me dicht en leun met mijn rug tegen de deur terwijl ik naar beneden zak. Ik sla mijn handen voor mijn ogen en begin vervolgens weer hard te huilen.
Maar Evan doet niet meer open.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen