Foto bij STORGE – CHAPTER O4

“Hi, hello.”

ALICE.
Alice nam een 50/50 Real Fruit Freeze met aardbei en mango. Ray betaalde en nam zelf een sundae met warme karamel. Samen verorberden ze een mini cheesecake.
De eerste paar minuten hadden ongemakkelijker geweest dan Alice zich had ingebeeld. Maar het voelde anders dan een paar dagen geleden. Ze was toen boos geweest. Boos op zichzelf dat het niet lukte om normaal tegen haar te doen, boos op Ray dat zij het wel durfde om zich weer open te stellen tegen haar. Ze wist dat het haar schuld was geweest dat het niet leuk was geweest de vorige keer, al kon ze zich er nauwelijks toe zetten om zich daar schuldig over te voelen. Maar het had haar wel leeg en alleen laten voelen.
Daarom, en door Amos’ advies, had ze zichzelf geloofd om zich meer open te stellen voor Rachel.
Het bleek echter niet zo soepel te gaan als dat ze had gedacht. Dat kwam gedeeltelijk ook omdat alles aan Ray anders was behalve haar kenmerkende lach en gevoel voor humor. Haar key-points waren hetzelfde, maar ze keek tegen compleet iemand anders aan. Ze moest eraan wennen.
En Ray moest wennen aan haar.

Onder het genot van hun snacks, probeerde ze een gesprek aan te pappen. De zware onderwerpen werden vermeden en Alice merkte dat zij niet de enige was die over hun verleden probeerde te zwijgen. Het ging over Ray’s verbouwing en hoe ver ze al daarmee was. Ray vroeg naar haar studie – biologie – en hoe dat ging. Ray luisterde aandachtig terwijl ze vertelde en onderbrak haar niet één keer, behalve dan om het nodige commentaar te leveren, zoals: ‘Die klootzak!’ of ‘What the hell?’. Met haar hand onder haar kin en een zwakke glimlach op haar gezicht liet ze Alice verhalen vertellen over wat ze had meegemaakt op de universiteit, knikkend en lachend op de juiste momenten wanneer de clue van het verhaal naar voren kwam. Alice was vergeten hoe goed ze kon luisteren en het voelde aangenaam dat er iemand was die vrijwillig en aandachtig haar verhalen volgden, zelfs als ze niet grappig waren.
Hoe langer ze praatten over onbelangrijke zaken, hoe gemakkelijker het werd om überhaupt weer met Ray te praten. Langzamerhand begon Alice zich steeds meer op haar gemak te voelen rondom haar oude beste vriendin. Ray was ook voorzichtig geweest aan het begin van het gesprek, maar het kostte haar veel minder moeite om zoals gewoonlijk grapjes te gaan maken. Zij had zich snel aangepast en het had Alice langer gekost. Maar aan het eind van het uur lachte ook zij zorgeloos om de gewaagde grappen die Ray maakte. Het voelde bijna alsof Ray nooit weg was geweest.

Na anderhalf uur gezeten te hebben, zetten ze er een punt achter. Het tweetal ruimde hun troep op en verlieten Gunther’s Ice Cream Shop. Eenmaal buiten namen ze afscheid.
“Betekent dit dat we elkaar vaker gaan zien?”
Voor het eerst die dag klonk Ray terughoudender, onzeker bijna. Toen Alice omhoog keek, zag ze de bezorgdheid in haar diepe, donkere ogen. Ze had haar hoofd twijfelend gekanteld.
“Dat denk ik wel,” antwoordde Alice zachtjes. Er groeide een kleine glimlach op Ray’s gezicht. Ze knikte bevestigend.
“Weet je zeker dat ik je niet thuis moet brengen?”
“Ik ken de weg naar m’n eigen huis wel, Ray,” grinnikte Alice. Ray lachte ook en haalde haar schouders op.
Een moment lang keken ze alleen maar naar elkaar, glimlachend. Alice besefte pas dat Ray haar richting op stapte voor een knuffel toen haar armen al losjes om haar lichaam lagen. Ze verstijfde; haar ogen opengesperd van schrik. Ray had haar armen om haar middel geslagen en ondanks dat ze haar weg zou kunnen duwen als ze had gewild, voelde de knuffel te plots, te onverwachts. Ray’s geur drong door in haar neus. Ze had altijd al specifiek geroken. Naar een zomerse wind, zoet zoals tropische lucht met een zout tintje die ze had gekregen doordat ze vroeger vaak naar het strand was gegaan ’s zomers. De zoute zeelucht was nooit verdwenen en uiteindelijk kenmerkend geworden. Ray rook naar vrijheid, naar zomer, naar vertrouwdheid. Het overweldigde haar dat ze nog steeds zo rook. Het was bijna genoeg om haar duizelig te maken.
Ray stapte weer terug voordat ze zich goed bewust was dat ze haar knuffelde. Een kleine glimlach sierde haar lippen en trokken haar mondhoeken omhoog. Alice had nog steeds ogen zo groot als schoteltjes.
“Dan zie ik je nog weleens…” zei ze.
“Ik- Ja, dat denk ik ook-” stamelde Alice verwoed. Ray grinnikte even, stak haar hand op om te zwaaien en draaide zich toen om. Alice zwaaide terug, al was het veel te laat. Ze staarde naar Ray’s rug terwijl ze terug naar haar auto liep. Toen ze instapte, keek ze nog één keer achterom, waarbij ze Alice’ blik ving. Ray grijnsde, schudde lachend haar hoofd, stapte in en reed weg.
Alice ontwaakte uit haar verlamming en draaide zich snel om, om naar haar auto terug te lopen. Met brandende wangen opende ze de deur en ging achter het stuur zitten. Met een vreemd gevoel in haar maag startte ze de auto en reed terug naar huis.

In de volgende weken waren er verschillende herhalingen van hun ice cream meet-up bij Gunther’s. Doordat het beter ging dan verwacht, waren beide vrouwen enthousiast voor de volgende ontmoeting.
Het was voornamelijk Ray die hun uitjes plande. Alice was daar altijd al slecht in geweest en Ray bezat een bepaalde mate van creativiteit die hun get-together’s leuk maakten. Ze waren naar vaak naar Gunther’s geweest, al namen ze hun ijsjes dan vaak mee naar Sacramento Park, waar ze hun oude, vertrouwde plekje onder de wilg bij de rivier innamen. Soms was het alleen dat en gingen ze daarna weer naar huis, maar steeds vaker gingen ze samen door. Ergens nog wat eten – elke keer weer een nieuw cafeetje, omdat Ray er niet van hield om ergens twee keer te gaan eten en telkens iets nieuws wilde uitproberen – of heel soms naar Ray’s huis, waar ze op de bank zaten en een film keken.
Het was het fijn, tot Alice verbazing. Ondanks dat ze vaak de eerste paar minuten even moesten wennen en onhandig een gespreksonderwerp moesten zoeken voordat ze beide konden relaxen, was het fijn. Zolang ze geen belangrijk – gevoelig – onderwerp aansneden, was er niks aan de hand.

Ray was de eerste die hun ‘we-praten-niet-over-het-verleden’-policy overschreed.
Het was een gure zaterdag avond. Alice had vrij gekregen en was die dag met Ray naar de bioscoop geweest. Het was een perfect avondje uit geweest; ze had niet veel hoeven praten en ze had de film gezien die ze al een tijdje wilde zien: Wonder Woman. De film was goed bevallen en tevreden waren ze terug naar huis gereden in Ray’s auto.
De radio stond aan maar niet hard genoeg om het tikken van de regen op het raam te overstemmen. Alice had uit het raam gekeken met haar hoofd tegen het glas geleund toen Ray haar keel had geschraapt. Na een diepe zucht geslaakt te hebben en haar grip op het stuur te hebben verstevigd, had ze haar een blik toegeworpen.
“Het spijt me dat ik weg ben gegaan,” had Ray eruit geperst. Alice verstijfde direct. Haar vermoeidheid hield haar niet tegen om direct al haar spieren te spannen.
“Waarom?”
“Waarom ik weg ben gegaan?”
“Nee, waarom zeg je dat nu, op dit moment?” legde Alice uit.
Ray haalde haar schouders op. Ze zakte iets verder onderuit in haar stoel, zoekend naar een fijne manier om te zitten, duidelijk oncomfortabel. Alice had haar vuisten gebald; haar nagels drukten in haar huid. Ze had haar kaken strak op elkaar geklemd.
“Het leek een goed moment.”
Nee, Ray, dacht Alice, het is nooit een goed moment. Ze schudde zacht haar hoofd.
“Denk je niet dat we het erover moeten hebben?” vroeg Ray, na een tijdje. Alice zuchtte.
“Wat valt er te zeggen?”
“Dat het me spijt. Dat valt er te zeggen,” zei ze. Ray perste haar lippen op elkaar. “Ik wist niet dat het zo erg zou zijn.”
“Ik ook niet…” mompelde Alice bitter. Nee, ze had niet geweten dat ze zich zo kapot en gebroken zou voelen. “Het maakt niet meer uit. Je was toch wel gegaan als je het had geweten.”
“Dat is niet-”
“Dat is wel waar,” onderbrak Alice haar. “Je had dit nodig om tot een afsluiting met je vader te komen. Ik had niks kunnen doen. Dat betekend niet dat het goed is dat je me achter hebt gelaten. Je bent weg gegaan van de een op de andere dag naar een land aan de andere kant van de wereld en hebt niet geprobeerd om het goed te maken. Je hebt niet gebeld of ge-sms’t of enig blijk gegeven dat het je ook maar iets kon schelen water met mij gebeurde. Je bent op je eigen houtje weggegaan en hebt mij achtergelaten. En ik snap heel goed de reden waarom maar dat betekend niet dat ik je zomaar kan vergeven. Ik had je nodig Ray en jij mij blijkbaar niet. Nu kom je met je staart tussen je poten terug naar Californië en verwacht dat alles zomaar weer als vanouds wordt. Dat gaat niet.”
Alice hijgde toen ze klaar was. Ze was niet boos of verdrietig; haar stem was vlak en emotieloos maar ze had er zoveel kracht achter gezet dat de moeheid haar lichaam weer over begon te nemen. Ze had zo vaak gefantaseerd over wat ze wilde zeggen als het er eenmaal op aan kwam dat alle emoties waren weggerukt. Ze had gedacht dat ze zou huilen, zou schreeuwen, zou gillen, zou slaan… Maar ze was uitgeput. Ze was moe van het zich constant willen verzetten tegen Rachel. Ze wilde dat het verdomme nou een keer klaar was.
“Ik had jou wel nodig.”
Ray’s stem was dik van emotie. Haar handen had ze stevig om het stuur geklemd; de knokkels waren wit en de huid eromheen vuurrood.
“Jij denkt dat het voor mij makkelijk was om weg te gaan maar ik heb jou net zo veel nodig gehad als jij mij. Het enige verschil was dat ik in m’n eentje een halve wereld weg verhuisde, aan een nieuwe cultuur moest wennen en nieuwe vrienden moest maken en dat jij thuisbleef. Het leek misschien één groot avontuur maar ik was bang en ik heb de eerste paar maanden elke avond gewenst dat je bij me was. Ik heb elke dag aan je gedacht en gewild dat je er was.
En ik weet dat ik je gekwetst heb, dat wist ik heel goed, en ik weet ook dat we niet zomaar terug kunnen naar hoe we voorheen waren. Maar ik vond dat ik sorry moest zeggen. Ik was ook liever niet dit gesprek aangegaan wat ik wil geen ruzie met je maken, maar ik kan niet zomaar alles vergeten wat er tussen ons is gebeurd. Ik kan niet overnieuw beginnen alsof we complete vreemden zijn want dat zijn we niet. Ik kan niet alleen maar over koetjes en kalfjes praten alsof dat alles is. Er is zoveel meer gebeurd en ik wil dat het liefst achter me laten, maar ik kan dat niet zonder er eerst over te praten. Niemand vindt het leuk om toe te geven dat ze fout zaten, maar ik weet heel goed dat wat ik heb gedaan niet goed was. Dus laat me me ervoor verontschuldigen, alsjeblieft.”
Alice keek haar fronsend aan. Haar vuisten ontspanden zich een beetje.
“Wat suggereer je dan dat we moeten doen?” pufte ze geërgerd. “De reden waarom ik hier nu in deze auto zit is omdat ik niet meer boos op je wil zijn, maar je maakt het me heel lastig.”
Ze wilde Ray vergeven en ze deed haar best om dat te doen, maar ze kon niet direct zichzelf openstellen zoals ze dat vroeger kon. Het was te vergelijken met een bange hond slaan. Al het werk dat je erin had gestoken om hem jou aardig te laten vinden wordt met één slag tenietgedaan. Je bent weer terug bij af en je moet opnieuw beginnen. Alice voelde zich net zo. Ze kon zich niet zomaar voor Ray openen; ze moest zichzelf beschermen. Het zou tijd kosten voordat ze weer terug waren waar ze ooit waren.
“Ik wil dit hoofdstuk sluiten,” zuchtte Ray. “Maar daarvoor moet ik het er wel eerst over hebben gehad en ik wilde me verontschuldigen. Ik weet dat ik je pijn heb gedaan, Alice, en dan zou ik wel honderd redenen kunnen geven waarom ik ben weggegaan maar dat neemt niet weg dat ik je pijn heb gedaan. En dat is eigenlijk alles wat ik wilde zeggen.”
Alice sloot haar ogen en liet haar hoofd tegen de stoelleuning zakken. Ze trok haar knieën op en sloeg haar armen eromheen. Vermoeid liet ze zich wiegen door de auto en geruststellen door het ritmisch tikken van de regen op de voorruit van de auto. Ray reed in stilte door en liet Alice denken.
Terwijl ze naar huis reden, kon Alice het niet helpen om af en toe een zucht te slaken. Ze dacht terug aan de afgelopen jaren en hoe die zoveel gemakkelijker hadden geweest als Ray bij haar was gebleven. Ze had haar nodig gehad en ze was er niet geweest. Maar aan de andere kant, Ray had haar ook nodig gehad en zij was er ook niet. Niet dat dat haar schuld was, maar ze was er niet. En op dat vlak had Ray het even moeilijk gehad als zij.

Net voordat ze de oprit van Alice’ huis opreden, ging ze rechterop zitten.
“Het spijt mij ook,” zei ze zachtjes. Ray keek vragend op. Toen hun blikken elkaar ontmoetten, glimlachte ze zwakjes.
“In feite heb jij niets waar je je voor moet verontschuldigen.”
“Weet ik, maar het voelt beter zo,” antwoordde ze. Ray knikte begrijpelijk en zette de auto stil. Alice maakte nog geen aanstalten om uit te stappen en dat had maar gedeeltelijk te maken met de gietende regen buiten.
Een stilte kroop tussen hen in als een mist die langzaam omhoogkomt. Ondanks het benauwde, drukkende weer, ontstond er kippenvel op Alice’ lichaam en moest ze haar armen om haar buik heen slaan om zich warm te houden. Ray leek nergens last van te hebben; ze staarde voor zich uit door de voorruit. De regen tikte ritmisch op het glas en het dak van de auto. Het was een echte zomerbui waarin in korte tijd heel erg veel viel en de oprit van de familie Richmond bezaaide met diepe plassen.
“Denk je dat onze vriendschap ooit nog de oude weer kan worden?” vroeg ze uiteindelijk, haar stem amper hoorbaar. Ray was echter getraind in het oppikken van kleine aanwijzingen en het ontschoot haar niet.
Ze haalde haar schouders bedenkelijk op.
“Ik weet het niet. De vraag is, of we dat überhaupt moeten willen. Als we hier goed uit komen, is die ruzie dan niet een afgesloten hoofdstuk uit ons verhaal? Een obstakel waarover we met succes kunnen zeggen dat we die samen overwonnen hebben en er beter en sterker zijn uitgekomen? En als we er niet goed uitkomen, dan maakt het niet uit of we terug hadden kunnen gaan naar het oude, omdat het toch niet had gewerkt.”
Alice fronste haar wenkbrauwen terwijl ze naar Ray luisterde. Aan het eind grinnikte ze een beetje, alsof het maar een gekke redenering was waar eigenlijk geen logica achter zat.
“Misschien heb je gelijk,” mompelde ze. “Als we er goed uitkomen…”
Ray lachte en schudde haar hoofd. Ze keek op, met fonkelende, bruine, diepe ogen. Haar ondeugende grijns gaf haar iets kinderlijks, alsof ze het moment afwachtte waarop ze weer kattenkwaad uit kon gaan halen.
“Denk je dat we dat niet gaan redden, dan?” vroeg ze grinnikend. “We zijn al een heel stuk op weg.”
“We zijn er nog niet,” antwoordde Alice, al moest ze een glimlach onderdrukken. “Er is nog ruimte voor verbetering.”
Ray knikte instemmend.
“Maar dat neemt niet weg dat we al trots mogen zijn op wat we bereikt hebben. Ik ben dat in ieder geval wel. Ik ben blij dat ik je terug heb, Ali, al ‘zijn we er nog niet helemaal’.”
Alice staarde haar onthutst aan en moest een paar keer met haar ogen knipperen om zichzelf wakker te schudden. Met een bedrukt gevoel in haar maag keek ze weg van haar glimlachende vriendin.
“Ik–Ik-” mompelde ze. “Ik moet naar huis.”
Er schoot even een verbaasde blik over Ray’s gezicht, al herstelde ze zich snel. Het was maar enkele milliseconden waarin haar wenkbrauwen vragend omhoogschoten, maar Alice zag het. Ray was namelijk niet de enige die getraind was in het oppikken van kleine details. Ze kon zich wel voor d’r kop slaan dat ze het had gezien, omdat het direct een schuldgevoel bij haar opwekte.
Alice zei vlug gedag, gooide de autodeur open en schoot naar buiten de regen in. Ze voel direct hoe het water haar kleren nat maakte, haar haren aan elkaar liet kleven en in dikke druppels langs haar nek naar haar rug naar beneden gleden.
Alice rende met haar armen boven haar hoofd naar de voordeur – die gelukkig beschermd werd door een afdakje – en griste haar sleutels uit haar achterzak. Ondanks dat ze maar een paar seconden in de regen had gestaan, rilde ze en voelde ze zich nat en vies.
Alice stak de sleutel in het slot en opende de deur. Ze keek nog één keer om naar Ray voordat ze naar binnen glipte, maar meer dan een handopsteken en een vlugge glimlach had ze haar niet gegeven.
Ze wist dat het oneerlijk was om het niet terug tegen haar te zeggen dat zij ook blij was dat ze weer terug is; dat zij haar ook gemist had. Maar ze had het niet over haar lippen kunnen krijgen. Niet nu, nog niet. Niet na het gesprek dat ze hadden gehad en niet na de hoopvolle beredenering die Ray haar had gegeven. Het zou nooit meer worden zoals vroeger. Al zouden ze het hoofdstuk afsluiten en het wegstoppen, dan was het alsnog geschreven en onuitwisbaar. En als het niet goed zou gaan tussen hen dan kwam de vriendschap voorgoed ten einde; het was iets waar Alice steeds meer tegenop begon te zien.
Toen ze hadden afgesproken onder de wilg dat ze het opnieuw zouden proberen, had Alice het liefst gewild dat ze ‘nee’ had gezegd. Ze wilde zichzelf de moeite besparen voor nog meer pijn. Het had makkelijker geweest als ze had geweigerd maar Rachel had ze niet zomaar op kunnen geven. Hoezeer ze haar ook had veracht voor de laatste paar jaar, ze had haar niet zomaar kunnen laten gaan.
Weliswaar werd het naarmate ze steeds vaker met elkaar omgingen gemakkelijker om zich stukje bij beetje open te stellen, maar het ging nog steeds niet vanzelf. Het was elke keer weer een strijd om zichzelf te openen tegen haar.
Dat was de grootste indicator die Alice gebruikte om te kijken of ze al een stap verder kon met Ray. Als ze zich zonder moeite open kon stellen aan haar oude vriendin, kon ze met succes zeggen dat hun band was hersteld. Als ze niet meer na hoefde te denken over haar woorden, dan waren ze weer terug bij het oude.
Maar dat punt was nog niet bereikt en ze durfde daarom ook niet te zeggen dat zij haar ook had gemist. Stel dat het uiteindelijk alsnog fout ging, dan had ze zichzelf zo vernederd om het te zeggen. Het was zelfbescherming.
Ze kon haar hart niet zomaar prijsgeven. Zelfs niet aan iemand die zo hard probeerde om het goed te maken.

Ze wist bijna zeker dat Ray dat wist. Desondanks stopte dat haar niet om proberen Alice alsnog zo ver te krijgen dat ze het uiteindelijk zou zeggen. Ze bleef langskomen, ze bleef ontmoetingen plannen. Ondanks dat ze het veelbetekenende zinnetje niet uit haar mond kon krijgen, was Alice haar daar dankbaar voor. Ze was zelf geen held als het ging om de leiding te nemen, vooral niet als je daarbij moest plannen. Ray leek van buiten een ongeordend persoon, maar als je met haar op stap ging, dan hoefde je nergens aan te denken behalve of je wel geld en je telefoon bij je had. Het was fijn dat Ray plande, anders was er niks van gekomen.
Alice wist dat Ray voor alles een schema had. Als ze iets spontaans wilde gaan doen, dan appte ze in elk geval een uur van tevoren, zodat Alice tijd had om zich klaar te maken – en dat betekende meestal: aankleden.
Het was dan ook verbazingwekkend dat ze op een avond plots voor de deur stond, zonder iets vooraf gezegd te hebben.
Alice had verbaasd opengedaan.
“Hoi?”
Ray had grijnzend in de deuropening gestaan, van haar hielen naar haar tenen heen en weer wiegend van enthousiasme. Ze stapte naar binnen voordat Alice er erg in had. Ray zag er beter uit dan normaal, merkte ze op. In plaats van haar gewoonlijke effen T-Shirt en shorts had ze nu zwarte, ripped skinny jeans, spierwitte sneakers en een tanktop. De gaten voor haar armen waren net te wijd en je zag daardoor haar zwarte sport-bh. Haar zwarte haar viel niet langer voor haar ogen maar was omhoog gebracht, zodat de geschoren zijkanten mooi naar voren kwamen. De tattoos op haar armen staken af en Alice zag nu dat haar sleeve helemaal omhoog liep tot naar haar schouder en rug. Haar ogen twinkelden en ze lachte ondeugend. Alice voelde haar hart zinken.
“Laten we vanavond ergens heen gaan,” grijnsde Ray. Aan het feit dat ze zich al had omgekleed en de toon waarop ze het zei merkte Alice dat ze er al op had gerekend dat ze mee zou gaan.
Het was een uur of acht op een zaterdagavond en Alice moest toegeven dat de laatste keer dat ze uit was geweest een maand geleden was, en zelfs toen ging ze eerder naar huis omdat het feest saai was. Ray kennende, wist ze wel welke feesten de moeite waard waren en welke niet. Zelfs toen ze vroeger klein waren geweest wist Ray waar ze wel en niet naartoe moesten gaan. Haar eerste keer alcohol drinken was met Ray geweest. Ze had haar toen naar huis gebracht toen Alice te veel op had gehad en ondanks de uitbrander die ze van haar ouders toen had gekregen over dat Ray een slechte invloed op haar had, wist ze dat er geen betere persoon op aarde was die beter voor haar kon zorgen dan Rachel.
Maar uitgaan was niet Alice’ ding. Ze hield er meer van om op bed te zitten met een boek en een kop thee, naar de bioscoop te gaan of uit eten. Ze hield van een comfortabele stilte die ze kon delen met iemand waarin geen van beide zich verplicht voelde om iets te zeggen en beide hun eigen gang kunnen gaan. Alice wilde op de bank zitten om 3 uur ’s nachts met een glas wijn en praten over alles wat er dagelijks in haar hoofd omging maar waarvoor ze niemand had om dat te delen.
Maar een feest? Dansen tussen zweterige mensen terwijl er van alle kanten ledematen en lichamen tegen elkaar schuurden was niet bepaald Alice’ perfecte zaterdagavond.
“Kom op, het wordt leuk, ik beloof het,” zei Ray smekend, toen ze de blik in haar ogen zag. Ze pakte haar handen vast en kneep er bemoedigend in. Alice beet op haar onderlip.
“Wat voor feest is het?”
“David en Deborah vieren dat ze vier jaar een relatie hebben. Het is niet echt een feest, er komen maar vijf anderen.”
“En David en Deborah willen dat ik kom?”
Alice trok haar wenkbrauwen vragend op. Ze trok haar handen terug, zodat ze haar armen over elkaar kon slaan.
Ze kende David – hij was Ray’s buurjongen geweest, ze hadden weleens met hem opgetrokken vroeger, samen met Ray – maar er waren jaren voorbijgegaan. David had ze af en toe gespot in de supermarkt, maar dat was dan ook alles. Ze kende hem niet en ze betwijfelde of ze expliciet hadden gevraagd of zij erbij wilde zijn. Alice had geen zin om het vijfde wiel te zijn bij een groep mensen die ze niet kende.
“Ze vroegen of ik je mee zou nemen en dat vond ik eerlijk gezegd wel een leuk idee,” grinnikte Ray, waarna ze haar een knipoog gaf. “Alsjeblieft? Al is het maar een uurtje of twee, dan zijn we toch geweest. Ik beloof dat we daarna ergens anders naartoe gaan.”
Alice zuchtte en haalde een hand door haar haar.
“Beloofd?” mompelde ze uiteindelijk. Ray gaf een gilletje van enthousiasme.
“Beloofd!”
Alice schudde haar hoofd zachtjes en moest met moeite een glimlach onderdrukken.
“Laat me even omkleden dan. Een half uur, dan ben ik terug.”
Ze was al halverwege de trap op toen ze Ray lachend terug hoorde roepen:
“Een half uur? Vroeger deed je er een kwartier over!”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen