Foto bij SOTM: Deumos *WINNAAR*

Dit is mijn inzending voor Story Of The Month juli 2017, met als thema verdwijnen.

      Het begon drie weken geleden in een klein dorpje in China. Een man verdween in het niets. Weg, foetsie. Midden op de dag. Niemand wist hoe het kon en waar de man heen was. Er brak paniek uit en de inwoners van het dorpje vertrokken.
      China en de rest van de wereld waren niet zo onder de indruk. Bijgeloof, nonsens, verbeelding waren enkele uitspraken die er over werden gedaan.
      De volgende dag gebeurde hetzelfde in Duitsland, toen Canada, Mexico, Nieuw-Zeeland en Rusland. De wereld die alles eerst had weggelachen raakte in paniek. Niemand wist waar de mensen heen gingen en of ze terug kwamen. Niemand was veilig. Mensen verdwenen uit hun huis, in de supermarkt, op hun werk en er verdwenen zelfs kinderen uit scholen.
      Mijn moeder wilde mijn zusje en mij niet uit haar zicht verliezen en was elke seconde bij ons. We gingen niet naar school, we sliepen in hetzelfde bed. Zelfs als we naar het toilet gingen stond ze voor de deur tegen ons te praten.
      Tot vorige week. Ze was opeens weg. We werden in de ochtend wakker en ze was er niet meer.
      Mijn zusje en ik waren nu sinds een week met z’n tweeën. Er verdwenen telkens meer mensen en niemand wist nog hoe dat kon en waar de mensen heen gingen. Onze buren waren weg. Ik wist niet of ze gevlucht waren of dat ze ook plots waren verdwenen. Onze school was permanent gesloten en de overheid had een waarschuwing uitgezonden. Blijf in je huis, ga niet naar buiten. Als er wat is dan moest je het leger bellen op het speciale telefoonnummer.

      Ik moest vandaag wel het huis uit. We hadden geen eten meer en ik was de enige die daar voor kon zorgen. Ik had mijn zusje verteld niet naar buiten te gaan, tenzij ik om acht uur in de avond nog niet terug was. Dan moest ze naar het politiebureau gaan. Daar zou ze worden opgevangen, hoopte ik.
      Ik stond in de rij voor de supermarkt. Het was een chaos en mensen drongen voor om zo sneller binnen te komen. Ik zuchtte eens en keek om me heen.
      Plots werd de vloer onder mijn voeten heet. Maar echt ontzettend heet. Ik keek naar de grond, maar ik zag niks. Mensen om mij heen leken er geen last van te hebben.
      De hitte verspreidde zich naar mijn benen, romp, armen en toen hoofd. Het leek alsof ik in brand stond. Ik gilde.
      Niemand hielp me. Niemand vroeg wat er was. Iedereen strompelde achteruit. “Help me!” schreeuwde ik. “Alsjeblieft, hel-“
      Ik kon mijn zin niet afmaken. Met een enorme druk rond mijn lijf leek het alsof ik viel. Ik bleef maar vallen, dieper en dieper. Ik wilde gillen, maar er kwam geen geluid uit mijn mond.
      En toen stopte het. Uit het niets stond ik weer op de grond, voelde mijn lichaam weer normaal en maakte mijn keel weer geluid.
      Ik hapte naar adem en hijgde. Waar was ik? Ik keek om mij heen en zag dat in een grot stond. De grot was denk ik vijf bij vijf meter en er hingen fakkels aan de muur om zo wat licht te creëren.
      “Hallo?” riep ik. “Is hier iemand?” Ik deed een stap naar voren.
      Een schaduw gleed de kamer in en ik bleef staan. Ik wachtte op de persoon die bij de schaduw hoorde, maar er kwam niemand. De schaduw was misvormd en leek op een persoon met hoorns en een kroon.
      “Hallo?” vroeg ik. Mijn stem trilde.
      “Hallo Lily,” galmde het door de kamer.
      “Wie ben je? Wat wil je van me?” vroeg ik.
      “Mijn naam is Deumos, ik ben de demon. Ik heb je opgeroepen.”
      “Opgeroepen? Hoe bedoel je? Hoe kan dat?”
      Deumos lachte. Het was een harde en ijzige lach. “Jarenlang riepen mensen ons op, vroegen ons om gunsten in ruil voor hun ziel of de ziel van een ander. Jarenlang werden wij demons misbruikt, maar die tijd is voorbij. Nu is het onze beurt. Nu kunnen wij jullie oproepen en gebruiken waarvoor wij zelf willen.”
      “Hoe kan dit?” vroeg ik.
      “We hebben het eigenlijk als foutje ontdekt. Een man, pas sinds kort een demon, riep om zijn zoon. En toen verscheen die. Anderen hebben het geprobeerd en ook bij hen kwam diegene die ze hadden geroepen.”
      “Is dit ook met mijn moeder gebeurd?”
      “Ja,” zei Deumos achteloos, “Ik denk van wel.”
      “Maar waarom?” vroeg ik me hardop af. “Waarom zij? En waarom ik?”
      “Dat is simpel.” antwoorde Deumos. ‘Ik heb jou gekozen uit al die andere miljoenen meisjes, omdat jij het meest op mij lijkt. Jij en ik zijn hetzelfde, Lily.”
      “Nee!” Ik deed drie tappen naar achter. “Dat is niet zo.”
      “Weet je dat zeker, Lily? Weet je dat heel zeker? Heb je je nooit afgevraagd hoe het kan dat je moeder minder van jou hield dan van je kleine zusje? Waarom ze ineen dook als je haar een knuffel wilde geven? Waarom ze bijna nooit affectie naar je toonde?”
      Ik slikte. Jarenlang had ik me afgevraagd wat ik fout had gedaan, waarom ze niet van mij hield.
      “We hebben dezelfde vader. Ik ben hier geboren, maar jij… Hij heeft je moeder verkracht om jou te creëren. Hij wist dat jij en ik samen grootste dingen konden doen. Samen zijn we onverslaanbaar. Samen kunnen we de wereld overnemen.”
      “Nee,” zei ik met een trillende stem, “je liegt.”
      “Ik lieg niet Lily. Je naam mag dan wel bloem betekenen en het symbool voor puurheid zijn, maar dat ben je niet. Je hebt een zwarte ziel. En weldra besef je hoe bevoorrecht je bent.”
      Ik wilde huilen, maar mijn ogen waren droog. Ik wilde echter niet huilen om wat Deumos net allemaal had gezegd, maar omdat ik het begreep. Ik wílde de wereld met haar overnemen. Ik wilde grootste dingen doen. Ik wilde dat mensen mij vreesden.
      “Pak mijn hand.” zei Deumos. “Pak mijn hand en wees onverwoestbaar met me.”
      De schaduw kwam dichterbij en een klauw verscheen op de grond. Ik keek er naar.

      En toen pakte ik haar hand vast.

Reacties (1)

  • DauntIess

    Ik vind het echt een geweldig verhaal.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen