A

adem


Ademen doen we allemaal, het houd je in leven. Er zijn verschillende soorten van ademen.
Het hysterische gesnuif van mijn moeder als ik te laat thuis ben omdat ik niet hard genoeg door de Franse straatjes van ons dorp heb gerend nadat ik jou heb bezocht. De manier waarop ze dan zou roepen: "Ik sloof me uit om eten op tafel te krijgen en ik heb geen tijd om me dan ook nog eens zorgen te maken over mijn zoon!" Daarna zou ze gaan zeuren over hoe mij oudere broers nooit te laat thuis kwamen, en over wat ik in godsnaam wel niet uitspookte als ik weer eens laat thuis was. Meestal kijk ik afwezig naar buiten uit het raam als ze tegen me schreeuwt, het uitzicht vanaf het dorpje in de bergen is altijd mooier dan haar gezijk.
Dan heb je mijn hijgende adem als ik mijn benen uit mijn lijf ren om jou te zien. Je woont helemaal aan de andere kant van het dorp, en ik heb nou eenmaal niet zo veel geduld. Buiten adem zijn is niet prettig, maar als het voor jou is, vind ik het een prettig gevoel, omdat ik weet dat ik jou binnen enkele seconde kan zien als ik aan de deur bel. Dan kijk je me altijd stralend aan en verwelkom je me met een: "Mijn ouders zijn niet thuis, we hebben het rijk alleen." Of een: "Mijn ouders zijn thuis, dus we moeten ons koest houden." Vaak als dat laatste geval van belang is, gaan we naar buiten. Dan eten we goedkope ijsjes, of spelen we een potje voetbal in het park. Het maakt niet uit wat het is, zolang het met jou is maakt het me niet zo veel uit.
Dan heb je het hoesterige gepuf van mijn oom die een tijdje geleden bij ons is komen wonen. De vieze sigarenlucht hangt of in de lucht, of uit zijn mond. Beiden zijn niet erg smakelijk, zeker niet als je an de kleine keukentafel zit met mijn drie oudere broers, kleine zusje, oma, moeder, vader én oom. Het was altijd krap.
Maar mijn favoriete soort adem is die van jou. Één van de redenen is natuurlijk omdat het jou in leven houd, ik ben het dankbaar. Maar jou adem heeft iets speciaals. Ik krijg altijd kippenvel als jou koele, vrijwel altijd naar munt en kokos ruikende adem langs mijn nek strijkt. Ik proef jou adem op mijn lippen als je me net hebt gekust, dan wil ik die het liefste tot aan mijn huis kunnen voelen. Altijd als ik die munt en kokos ruik moet ik aan jou denken, en voel ik me thuis. Jij bent mijn thuis. Jou zachte, bleke huid, jou bruine, zijden haren, jou warme armen zoals hoe ze zich van achteren om mijn lichaam slaan, jou zachte, roze lippen als ze op de mijne drukken...
Mijn God, waar heb ik deze engel aan verdiend?

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen