Laatste stukje van hoofdstuk 66:

Dit was de eerste hongerspelen. Nu ik gewonnen had was ik veilig, mijn ouders waren veilig. Danley was veilig. We gingen in de winnaarsbuurt wonen. Als ik terug was in mijn district zou de winnaarsbuurt gebouwd worden, alles zou weer gebouwd worden. Dat kwam door mij omdat ik gewonnen had.
Een hovercraft kwam aan, hij kwam mij ophalen. Nee dat kon nog niet!
Ik stond op en deed het eerbiedige teken van mijn district. Toen schreeuwde ik: 'SOOORRRRRYYYYYYYY SOOOOOORRRRYYYYY IEDEREEEN!!!!!' Ik zakte nu snikkend op de grond. Ik werd opgehaald en verdoofd.

Trillend werd ik wakker. Ik haalde schokkerig adem. Mijn vingers tikte tegen het luchtkapje over mijn mond en neus. Ik trok het eraf en keek om me heen. Ik lag in een hovercraft. Ik haalde de draden en plijsters van mijn arm af. Er zat een soort van halfgenezen gat. Mijn zender was er al uitgehaald. Ik stond op en werd tegen de zijkant geslingerd. Eventjes draaide alles voor mijn ogen en dreigde ik weer flauw te vallen. Maar ik schudde mijn hoofd en liep naar de enige deur. Ik hoorde stemmen.
'Ja, maar dat is niet mogelijk!'
'Ik weet het maar het is toch gebeurt.'
'Laat hem maar eerst bijkomen en naar zijn district terug keren.'
'Nee dat kan niet.'
'Ja dat kan wel en daarmee uit. We zijn er.' Dat laatste zei Alla. Bij haar woorden begon de hovercraft te dalen. Als een lift.
Ik moest me vast grijpen om niet te de lucht in te vliegen. Opeens gingen de schuifdeuren open.
Alla, Dandy, Careema en nog iemand die ik niet ken.
'Ayden!' Zegt Alla. Ze komt op me af met gespreide armen. Ik zet de laatste twee stappen en dan knuffelen we. Ik duw mijn gezicht in haar trui. Voor het eerst voel ik me veilig.
'Ayden, je gaat dadelijk terug naar je district.'
Ik glimlachte. Gelukkig maar.

In de trein had ik me beter gedoucht dan ooit. Al het bloed en angst spoelde mee met het water het putje door. Toen ik me afdroogde vond ik een schone knalgele trui en een spijkerbroek. Daarna plofte ik in een fauteuil. En zonder dat dat mijn bedoeling was viel ik in slaap.
'Ayden, Ayden!' Ik schrok wakker. Careema keek me recht aan. 'We zijn er!'
Ik sprong overeind. De trein stopte. Ik hoorde buiten allemaal mensen roepen. Zodra de deur open ging werd ik ondergelopen.
'Ayden! Ayden!'
'Je leeft nog!'
'Ayden!'
Ik viel op de grond. Door stevige armen wordt ik weer overeind getrokken. Ik kijk recht in de ogen van Massie. Mijn beste vriend.
Hij kijkt me glimlachend en met tranen in mijn ogen aan. Dan omhelzen we elkaar en iedereen om ons heen juigt.
De menigte gaat uiteen, een kleine gedaante springt boven op me. Danley. Hij huilt. Ik huil. Dan komen mijn ouders ze pakken me stevig vast en we lopen met z'n allen richting huis.
Ik kijk verbaasd op. Alles is al opgebouwd!
'Ze beginnen morgen aan de winnaarswijk.' Zegt mijn vader.
Ik knik. Maar ik hoor geen vreugde in zijn stem. Mijn moeder en broertje stralen ook niet veel vreugde af.
Dan bedenk ik het me: Brinnif...

Reacties (2)

  • Diago

    Het verdriet van Brinnif zal altijd blijven... zo sneu

    3 jaar geleden
  • AmeranthaGaia

    Wat is er dan aan de hand dat die wie dan ook niet wilde dat Aiden direct terug zou gaan naar zijn district...?

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen