Foto bij STORGE – CHAPTER O4

“Hi, hello.”

ALICE.
Alice liet zich gewillig door Ray de straten door sleuren. Ze herkende de buurt maar had moeite zich te oriënteren in het donker. Het was jaren geleden sinds ze hier voor het laatst had gelopen en het ontbreken van licht maakte het lastiger om vormen te onderscheiden die er niet uit zaten als huizen.
Maar met Ray’s vingers verstrengeld met de hare voelde ze zich op geen enkel moment onveilig. Het voelde zelfs vertrouwd om hier samen te lopen, als een oude herinnering die weer naar boven kwam.
Uiteindelijk zagen ze hun oude school opdoemen tussen de huizen door.

Het was een laag gebouw, met geen bovenverdiepingen en maar een paar klaslokalen. Op de ramen waren de werkjes van de leerlingen geplakt, slordige handvaardigheid knipsels waar Alice eigenlijk niet aan kon ontcijferen wat het nou eigenlijk voor moest stellen.
Voor de ingang van de school lag een groot speelplein, met twee klimtoestellen, een paar klimrekken, een schommel en een grote zandbak, waar op dit moment een zeil over was gespannen. Een glimlach verscheen op haar gezicht toen ze zag dat de school het apenrek waaronder ze vroeger altijd Pokémon plaatjes – ja, zelfs Alice had meegedaan aan die rage – hadden geruild nog niet weg had gehaald.
De school en het speelplein waren omring met een twee meter hoog hek die er gedeeltelijk ook voor zorgde dat de kleuters niet ontsnapten en in het slootje vielen die een paar meter naast de school lag.
Ray rammelde aan het hek toen ze aankwamen. Het zat op slot, natuurlijk, maar dat stopte haar er niet van om te proberen om het slot te openen.
“Daar heb je een sleutel voor nodig,” suggereerde Alice.
“Heb je geen haarspeldje?”
Alice rolde met haar ogen en sloeg haar armen over elkaar.
“Als al zou ik die hebben, dan had je het nog niet gekund. We zitten namelijk niet in een spionagefilm,” zei ze. Ray keek beledigd op, maar bracht er niks tegenin. Ze stond op en keek nog een keer peinzend naar het hek.
“Dan moeten we maar klimmen,” zei ze droogjes. Voordat Alice ook maar haar mond kon openen, sprong ze. Ray klemde zich halverwege het hek vast aan de spijlen en wist haar been soepel over de bovenkant te slaan. Binnen een paar seconden zat ze grijnzend boven op het hek, haar benen bungelend onder zich. Ze leunde met haar ellebogen op haar bovenbenen en wiebelde speels met haar wenkbrauwen. Alice keek haar met open mond aan. Verbaasd knipperde ze met haar ogen.
“Kom je nog?” grijnsde ze ondeugend. Ray stak haar arm naar haar uit en gebaarde dat ze hem aan moest pakken. Twijfelachtig pakte ze haar hand beet en gaf een gilletje toen Ray haar een heel stuk omhoog hees. Daarmee gleed ze bijna zelf van het hek, maar kon zichzelf nog net overeind houden terwijl Alice zich vastklemde aan het hek. Met meer moeite dan het Ray had gekost sloeg ze ook haar been over de bovenkant en duwde zichzelf – met hulp van Ray – omhoog. Hijgend zat ze bovenop het hek. Hoe het Ray was gelukt om, terwijl ze nog steeds vrij aangeschoten was, dat hek zo makkelijk op te komen was haar een raadsel.
“Je bent gek,” bracht ze moeilijk uit. Ray lachte alleen maar, voordat ze zich aan de andere kant van het hek gracieus op de grond liet vallen.
“Kom op, we zijn er nu toch,” zei ze, toen Alice haar een berispende blik wierp. Met een zucht liet ook zij zich vallen en kwam met een plof op de grond neer.
Ray liep direct in de richting van het gebouw. Haar blik ging onderzoekend over de randen en richels en Alice kon de radertjes in haar hoofd zien draaien. Met een zucht liep ze achter haar aan. Ze sloeg haar armen om haar buik heen om zichzelf een beetje warm te houden. Er was een bries op gaan zetten die door de afwezigheid van de zon koud aanvoelde. Kippenvel verspreidde zich over haar armen. Ray, opnieuw, leek nergens last van te hebben.
“Ik zal het je alvast zeggen: we gaan niet inbreken,” zei ze berispend. Ray keek over haar schouder en grijnsde ondeugend.
“Nee, dat gaan we niet doen,” antwoordde ze. In de war gebracht, fronste Alice haar wenkbrauwen.
“Wat wil je dan-” begon ze, maar voordat ze haar zin af kon maken, liep Ray al weer weg. Ze bleef stilstaan bij een van de ramen. Alice liep naar haar toe, klaar om haar terug te trekken als ze in een vlaag van gekte het raam misschien in wilde slaan. Ray draaide zich glimlachend om en trok haar wenkbrauwen uitdagend naar haar op. Alice opende haar mond om haar te waarschuwen, maar Ray had haar voet al op de vensterbank van het raam gezet. Ze zette haar handen om de regenpijp naast het raam en zette zich af. Met moeite klom ze omhoog en greep uiteindelijk de rand van het dak vast. Alice kon de spieren in haar rug en armen zich zien samenspannen toen ze zich met een kreun omhoogtrok. Ze liet zichzelf op haar buik over de rand zakken en zat binnen een paar seconden rechtop, met benen bungelend over de rand.
Alice keek haar met grote ogen van beneden aan.
“Ben jij gebeten door een radioactieve spin, of zo?” vroeg ze, vol verbazing. “Je bent zojuist twee en een halve meter omhooggeklommen aan een regenpijp.”
Ray lachte.
“Ik zie mezelf meer als een Wonder Woman, maar ik zal nooit zo goed zijn als Gal Gadot,” antwoordde ze terloops. “Kom je nog?”
“Andere mensen zouden willen slapen of worden stierlijk vervelend als ze dronken zijn. Waarom wil jij nou per se overal opklimmen?” zuchtte Alice verwoed. “Ik kan dat helemaal niet. En er is helemaal niks te zien vanaf dat dak, alleen de rest van de woonwijk.”
“Hoe weet je dat nou als je daarbeneden staat?” grinnikte Ray. “Kom op, ik help je met klimmen.”
Om haar belofte waar te maken, ging ze op haar buik liggen en stak ze haar arm uit naar beneden. Alice tuitte haar lippen kritisch en nam de hoogte nog een keer in zich op. Het raam bevond zich om een halve meter van de grond en Ray zorgde ervoor dat ze het laatste beetje niet hoefde te klimmen. De hoogte was niet groot meer, maar ze betwijfelde of ze het er zonder schrammen vanaf zou maken.
“Ik weet het niet hoor…” zuchtte ze.
“Alsjeblieft? Het komt echt wel goed.”
Alice keek omhoog in twee diepe, smekende puppy ogen. Ze zuchtte geïrriteerd en rolde met haar ogen.
“Goed dan,” snoof ze. “Voor deze ene keer.”
“Ik wist het wel!” riep Ray uit. Alice suste haar snel.
“Straks maak je de hele buurt wakker! Het is niet bepaald de bedoeling dat men weet dat we in hebben gebroken bij een basisschool en op het dak zijn geklommen,” siste ze. Ray maakte een gebaar dat ze haar mond op slot draaide en de sleutel weggooide.
Alice zuchtte en bereidde zich mentaal voor op de afgang die zich zou gaan voordoen. Ze zette haar voet op de vensterbank van het raam en ging staan. Ze pakte alvast de regenpijp vast – die tot haar afgrijzen erg kraakte onder het gewicht – en keek omhoog. Ray knikte bemoedigend en stak haar hand nog iets verder naar haar uit. Alice beet op haar lip.
Ze nam een grote hap lucht, slikte en zette zich af. Onhandig klemde ze zich met al haar kracht aan de regenpijp vast. Het duurde niet lang voor haar handen begonnen te protesteren en haar voeten weg begonnen te glijden. Krampachtig zette ze zich klem tegen de muur maar daardoor werd het bijna onmogelijk om te klimmen. Net toen ze naar beneden begon te glijden, voelde ze een hand in haar nek. Ze werd omhoog geholpen door Ray, die haar aan haar kraag en daarna aan haar arm omhoogtrok. Met veel moeite zorgden ze er samen voor dat Alice niet twee meter naar beneden viel en veilig op het dak belandde. Beiden vielen hijgend op hun rug. De bries was boven meer aanwezig dan beneden en fijn op haar nu zwetende lichaam.
Ray was als eerste hersteld. Ze duwde zich op haar elleboog omhoog, zodat ze over Alice’ lichaam heen boog.
“Ik had toch gezegd dat het wel goed zou gaan,” grijnsde ze. Alice duwde haar zuchtend weg, waardoor Ray zich grinnikend weer op haar rug liet vallen.
“Ik was bijna dood,” bracht ze uit, harder dan ze had gewild.
“Het was niet zo erg. Je overdrijft.”
“Ik had m’n benen kunnen breken als ik was gevallen!” bracht ze verontwaardigd uit, luider dan ze eigenlijk had gewild. Ze zag haar vriendin ineenkrimpen.
“Is dat niet pas bij drie meter?” mompelde Ray, die zich een beetje schuldig begon te voelen. Ze kwam wat overeind. “En ik was er toch? Volkomen veilig, dus!”
Alice wierp haar een niet-geamuseerde blik toe en gaf haar een duw. Ray rolde weer terug op haar rug en bleef daar liggen. Haar ogen vestigden zich op Alice toen ze zich flexibel omhoogduwde en ging staan. Heel even hoorde ze het dak onder zich kraken. Direct verstijfde ze, maar het kraken verging na een paar seconden en zakte gelukkig niet onder haar vandaan. De platen waar ze op stond zakten niet eens in.
“Veilig, dat zei ik je toch?” grinnikte Ray. Alice rolde met haar ogen.
Ze begon op het dak te lopen. Een rondje langs de randen en vervolgens weer terug naar Ray. Ze lette goed op waar ze haar voeten neerzette, wetend dat als ze even niet zou opletten, ze eraf vallen. En als ze dan met haar hoofd op de stenen van het schoolplein zou vallen, dan zou ze ver van huis zijn.
Ray hield haar blik op haar gericht en Alice voelde hem in haar rug prikken. Het maakte haar nerveus, maar na een tijdje zwakte dat af. Ze voelde het nog wel, maar het zorgde ervoor dat het voelde alsof er over haar werd gewaakt. Dat als ze toch een misstap zou maken, dat er iemand was die haar zou redden.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen