Foto bij STORGE – CHAPTER O4

“Hi, hello.”

ALICE.
Toen Alice haar rondje had afgemaakt, zag ze dat Ray nog steeds op haar rug op het dak lag, haar hoofd onder haar rugzak en haar handen op haar buik. Ze lag precies in een straal maanlicht, waardoor haar gebruinde huid een lichtere, bijna bleke kleur kreeg en haar donkere ogen nog feller afstaken. Vanaf hier kon ze het niet zien, maar ze wist dat Ray’s ogen donkerbruin waren in het licht, in plaats van de zwarte kleur die ze gewoonlijk hadden. Er lag een smalle, zelfvoldane glimlach op haar gezicht.
Alice merkte dat ze had staan staren toen Ray haar hoofd plotseling omdraaide en haar aankeek.
“Kom je er nog bij, of blijf je daar staan?” vroeg ze, terwijl ze haar wenkbrauwen optrok. Alice schrok op uit haar trance en knikte zwijgend. Ze liep naar haar toe en liet zich wat onhandig zakken. Ray schoof iets op, zodat ze bij haar kon komen liggen. De rugzak was te klein voor allebei hun hoofden dus liet ze de hare rusten op Ray’s arm, die zich geruststellend om haar schouders krulde.
De bekende geur van tropische, zoete vruchten, de zee en vrijheid drong door in haar neus. Ray’s lichaam voelde aan als een kachel en zorgde ervoor dat Alice’ kippenvel verdween als sneeuw voor de zon. Ze nestelde zich dicht tegen haar aan en kon het niet helpen om een uitgeputte zucht uit haar mond te laten ontsnappen. Ze was niet fysiek moe, ondanks het late uur, maar ze voelde zich opgelucht om niet de hele tijd te hoeven na te denken of iets wel of niet gepast was. Ze hoefde zichzelf niet telkens af te vragen of dit wel een goede stap was om te zetten of dat ze zich er wel goed over voelde. Toen Ray haar had geroepen en gewenkt om bij haar te komen liggen had ze niet geaarzeld. Het voelde goed, zoals ze zich in een lange tijd niet goed had gevoeld.
“Jij bent een boogschutter, toch?” vroeg Ray opeens.
Alice keek op en knikte.
“Hoezo?”
Ray tuurde met een diepe frons naar de lucht. Alice wist niet waar ze naar moest kijken: de hemel of naar Ray. Uiteindelijk verkoos ze haar vriendin boven de sterren.
“Als het goed is…” begon ze langzaam,”-moet je je sterrenbeeld nu kunnen zien…”
Het duurde nog vijf minuten – en wat ge-Google naar de vorm van het sterrenbeeld – voordat ze een triomfantelijke gil slaakte en met haar vinger omhoog wees. Alice tuurde naar de lichtpuntjes, maar kon maar met moeite haar eigen sterrenbeeld – of wat Ray zei dat haar sterrenbeeld was – onderscheiden.
“Weet je zeker dat dat de boogschutter is? Mijn verjaardag is op-”
“21 december, ja, dat weet ik,” maakte Ray haar zin af. “Maar de data van de sterrenbeelden zijn anders dan de data waarop ze verschijnen in de lucht.”
“Hoe weet jij dit soort dingen?” grinnikte Alice. Ze tuurde naar het bij elkaar geraapte hoopje van sterren en probeerde nog een keer om er lijnen doorheen te trekken. Na een paar mislukte pogingen besloot ze maar gewoon aan te nemen dat het de boogschutter was en er verder niet meer over na te denken.
Ray haalde lachend haar schouders op.
“Een van mijn vriendinnen in Korea leerde me dit. Ik vond het best grappig. Een paar keer per maand gingen we sterrenkijken op het dak van het huis van haar ouders.”
Alice’ glimlach verslapte langzaam. Ze schoof nog wat dichter tegen Ray aan en legde haar hoofd op haar borstkas in plaats van haar arm.
“Vond je het leuk in Korea?” mompelde ze zachtjes. “Ik bedoel, vond je het daar leuker dan hier?”
Ze voelde Ray onder haar bewegen en heel even dacht ze dat ze haar van zich af zou schudden, maar uiteindelijk legde ze alleen haar arm om haar heen.
“Het valt niet te vergelijken,” antwoordde Ray. “Ik heb toch een bepaalde connectie met dat land, weet je… Maar toen ik daar eenmaal was, was het lastiger dan verwacht. De cultuur, de mensen, het dagelijks leven… het is allemaal zo anders dan ik me had voorgesteld. Mijn moeder switchte zo gemakkelijk maar ik heb heel lang in mijn eentje op die universiteit rondgelopen. Pas in de laatste twee jaar begon ik een beetje vrienden te maken.”
Alice knikte langzaam.
“Mis je ze niet?”
“Sommigen, de meesten niet. Toen ik in Korea aankwam had ik mezelf beloofd om niks te beginnen met iemand. Geen vaste, beste vriendschap, geen relatie, geen eigen appartement. Ik wilde niet… ik wilde niet weer een herhaling van wat er met ons was gebeurd…” gaf Ray toe. “Dus waren alle vriendschappen oppervlakkig. Ik vond ze wel aardig, maar ik kon ze vervangen als ik dat nodig vond. Ik had geen moeite om mijn rug naar ze toe te keren en weg te gaan. Ze namen het me niet kwalijk, meestal, omdat ik toch altijd al de buitenstaander uit een ander land was wiens humor ze niet snapten. De enige die achter een keer achter me aan is gegaan en me geconfronteerd had was Chaeyoung. Het klikte met Chaeyoung beter dan met de anderen, zij leerde me ook over de sterrenbeelden en hielp me met de taal en de cultuur. Tot mijn gesprek met Chae had ik niet eens in de gaten dat ik iedereen van me weg duwde als ze te dichtbij kwamen, maar zij liet me dat inzien. Het was een schok, echt waar.”
Ray grinnikte zachtjes, maar Alice kon het verdriet en de pijn in haar stem horen; ze kon het bijna even sterk voelen in haar eigen hart. Ze wist dat Ray zichzelf groot probeerde te houden en dat ze het liefst een grapje maakte over haar eigen gevoelens, maar Alice zag er dwars doorheen.
“Was Chaeyoung je-”
“-vriendin?” maakte Ray haar zin af. Ze ontmoette haar blik even, glimlachte en schudde haar hoofd spijtig. “Niet precies. Er was wel een klik, geloof ik. Van mijn kant sowieso, maar bij Chaeyoung wist je het nooit. Er heerst daar een heel andere cultuur, weet je, en homoseksualiteit wordt gewoon gelijk de grond in getrapt. Het is oké voor meisjes om de hele tijd aan elkaar te zitten en te flirten, maar zodra het een relatie wordt dan begint men het vies te vinden. Chaeyoung was typisch zo’n meisje en ze had niet in de gaten wat dat met mij deed. Ik geloof nog steeds dat Chae ook iets voelde, maar ik heb het nooit durven vragen. Zelfs als ze iets had gevoeld, dan had het toch niet gelukt. Haar ouders waren zo streng dat ik me afvroeg hoe ze het overleefde als ze niet bij mij was. Ik wilde het haar niet aandoen om het tegen haar te zeggen dat ik haar leuk vond. Daarbovenop zou ik mijn beste vriendin verliezen.”
“Wist ze dat je om meisjes viel? Had ze dan niet kunnen stoppen met dat geflirt als ze het wist?” opperde Alice, ietwat boos. Ze wist niet precies wat ze van Chaeyoung moest denken. Aan de ene kant had ze Ray wel uit haar destructieve sleur kunnen halen door het te herkennen, maar aan de andere kant had ze ook met haar hart gespeeld alsof het een wegwerp speeltje was. Misschien was ze er zelf niet compleet bewust van geweest, maar ze had het wel gedaan en uiteindelijk had dat Ray ook weer pijn gedaan.
Alice stelde haar voor als een tenger meisje, iets kleiner dan Ray, met een brede, onverschillige lach en twinkelende ogen. Dat zou iemand zijn waar Ray op zou vallen. Iemand die onbezorgd met haar de wereld zou kunnen verkennen en niet terug zou schrikken voor wat er onder Ray's buitenkant zat.
“Ze wist het,” antwoordde Ray. “Ze had het zelf uitgevonden en op een avond, toen we op haar dak lagen, had ze gezegd dat ze wist dat ik gay was. Ik was geschokt, omdat ik het had willen verbergen, vooral voor haar. Maar ze had naar me gelachen alsof dat het normaalste op de wereld was. Vervolgens had ze m’n hand gepakt en was ze verder gegaan met het beschrijven van de sterrenbeelden, alsof er niks was gebeurd. Ze was er nooit verder over begonnen en ik heb er niet verder naar gevraagd.”
“Wisten je andere vrienden het ook?”
“Nee,” antwoordde ze resoluut. “Ik heb het in elk geval nooit tegen ze gezegd en Chaeyoung ook niet. Anders had ik daar de consequenties wel van gemerkt.”
Alice beet op haar onderlip.
“Is het echt zo erg? Wat ze daar doen met mensen zoals…”
Haar stem stierf weg, maar Ray wist wat ze had willen zeggen. Er was alleen geen aardige manier voor geweest. Ze knikte.
“Drie jaar nadat ik naar Korea was gekomen, net toen ik Chaeyoung had ontmoet, was ik met haar en haar vrienden op stap. Eén van de jongens was erachter gekomen dat iemand uit de vriendengroep – tegen die tijd was hij er allang uit gegooid – iets had met iemand van hetzelfde geslacht. Tegen mannen zijn ze sowieso harder dan tegen vrouwen maar ik weet nog dat de jongens na het stappen die avond langs zijn huis zijn gegaan. Wat ze precies hebben gedaan weet ik niet. Chaeyoung en ik zijn samen met het grootste deel van de meiden weg gegaan voor ze weg gingen, maar ik weet wel dat Minho, degene met de grootste bek, lachend een foto een paar dagen daarna had laten zien. Een geruïneerde auto, een ingeslagen raam en een blauw oog toen die jongen er iets van had willen zeggen. En ondanks dat de helft van de groep niet mee had gedaan, hadden ze instemmend geknikt, alsof hij het verdiende. Ik weet nog dat ik misselijk was geworden en dat ik me eraan had moeten herinneren dat ook dit een van de redenen was waarom ik nooit lang bij bepaalde mensen bleef. Misschien was dat ook wel het moment dat Chaeyoung in de gaten kreeg dat er ook iets aan de hand was met mij, ik weet het niet. Het was in elk geval genoeg om me angst aan te jagen en zo snel mogelijk proberen om een andere groep vrienden te zoeken.”
Alice kroop dichter tegen haar aan en zuchtte. Ze verstevigde haar greep om Ray’s middel en sloot haar ogen.
“Het spijt me,” mompelde ze zachtjes. Ray trok haar wenkbrauwen vragend op.
“Waarvoor?”
“Dat je daar doorheen moest. Je had dat nooit mee mogen maken.”
Ray grinnikte zachtjes. Ze begon met de haren uit Alice’ gezicht en achter haar oor te strijken.
“Misschien was het ergens goed voor. Ik weet nu hoe bevoordeeld ik ben in Californië. Het is gemakkelijker om mijn voordelen te waarderen nu ik ook de andere kant van het spectrum heb gezien.”
“Maar toch. Je verdiende het niet.”
Alice keek naar haar op en tuitte haar lippen geïrriteerd. Ray glimlachte alleen maar en dat maakte haar misschien nog wel bozer. Was zij dan ook niet kwaad om het onrecht wat haar was aangedaan? Ze moest zich gevoeld hebben als een spion, als iemand die zich constant moest verbergen voor iedereen. Ze had een groot deel van haarzelf weg moeten stoppen en moeten doen alsof ze iemand anders was vier jaar lang. Was zij niet boos dat ze dat had moeten doen? Alice was dat in elk geval wel.
“Weet ik. Maar zoveel mensen krijgen niet wat ze verdienen. En ik had het privilege om terug te kunnen keren naar Amerika,” antwoordde ze terloops. “Ik kan me niet voorstellen hoe het zou zijn als ik had moeten blijven. Ik denk niet dat ik het had getrokken. Daardoor heb ik alleen maar meer respect voor diegenen die daar dag in, dag uit doorheen moeten.”
Alice snoof en liet haar hoofd weer tegen Ray’s borst aan zakken. Ze moest de neiging onderdrukken om een bevredigde zucht te laten ontsnappen toen Ray weer met haar haar begon te spelen. Ze was nog steeds boos. Ook een beetje op Ray, omdat ze het zo onverschillig over zich heen had laten komen. Was dit niet één van die dingen waar je voor moest vechten? Dat je dat in Amerika niet meer hoefde betekende niet dat er geen werk aan de winkel was.
En dat was misschien gemakkelijker gezegd dan gedaan, komend van haar, maar ze had altijd gevonden dat je op moest komen voor de dingen waar je voor stond. Je seksualiteit was een daarvan, net zoals je afkomst. Je liet niet zomaar iemand daarmee spotten.
Ray merkte dat ze het er niet mee eens was.
“Wat had ik dan moeten doen, Ali?” grinnikte ze. “Trots en luidkeels uitroepen dat ik ook een van die vieze homo’s was en vervolgens proberen om acht man van me af te slaan? Een een-op-een gevecht had ik nog wel aangedurfd maar een hele groep? Dat gaat zelfs voor mij te ver.”
“Dat zeg ik ook niet,” gromde ze.
“Dus? Wat had ik dan moeten doen?”
“Weet ik niet, maar het voelt niet goed,” antwoordde ze, luider dan ze had willen doen. Ray trok haar wenkbrauwen vragend op. “Je hebt die gasten een van de belangrijkste delen van je leven belachelijk laten maken. Voelde je daar dan niks bij?”
Alice maakte zich los van Ray, die zich op haar wenkbrauwen overeind duwde. Ze stond op en sloeg haar armen over elkaar.
“Natuurlijk wel, maar er viel niks te beginnen. Soms moet je dingen doen die je liever niet wilt doen om te overleven en dat is wat ik deed.”
“Maar je had meer kunnen doen om te laten zien wie je bent, je had-”
“Waarom grijpt dit je überhaupt zo aan? Het is niet alsof jij er enig nadeel van ondervonden hebt,” beet Ray haar toe. “Je weet niet hoe het is om je je hele leven lang te moeten verstoppen. Ik was blij dat ik mezelf kon zijn in Amerika, maar Korea heeft mij andere mogelijkheden aangeboden. Dat ik daarvoor voor een tijdje terug de kast in moest was een offer dat ik bereid was om te maken voor betere educatie en een kans om mijn vader te vinden. Ik heb mezelf daarmee genoeg bewezen en ik hoef me niet te verantwoorden tegen-”
Ray stopte abrupt met praten toen ervan af beneden een fel licht op hen werd geschenen. Eerst alleen op Alice, omdat zij diegene was die stond, maar Ray sprong op met de snelheid van het licht en duwde haar naar achter. Alice probeerde over haar schouder naar beneden te kijken, maar ze zag alleen een fel wit licht dat in haar ogen scheen en haar verblindde.
“Kinderen, moeten we nog aan jullie uitleggen waarom we jullie even mee willen nemen naar het bureau?” klonk een stem van beneden.
Ray’s ogen werden groot. Ze vloekte zachtjes bij het zien van de twee agenten.
“Ik zei toch dat we dit niet hadden moeten doen,” beet Alice haar toe. Ray wierp haar een blik en gebaarde dat ze stil moest zijn. Alice wilde daarop direct protesteren, maar ze draaide zich al om naar de agenten beneden. Ze ging op de rand van het dak zitten – haar benen bungelend over de rand – en boog iets naar voren.
“Het spijt ons zeer agenten, dit moet een misverstand zijn,” begon ze. Alice hoorde een van hen zachtjes grinniken.
“Oh, dus jullie wisten niet dat het illegaal is om bij een school in te breken en op het dak te klimmen?” antwoordde diegene met de zaklamp. Hij was al op leeftijd – zijn slapen waren al grijs aan het worden – maar hij leek nog fit genoeg om hen eens flink aan de oren te draaien. De agent achter hem bleek een agente te zijn. Haar brede postuur en stalen blik in haar ogen verraadden dat je niet door haar gegrepen wilde worden. En toch zat Ray daar aan de rand zo zorgeloos dat Alice zich af begon te vragen of ze het überhaupt doorhad dat het politieagenten waren.
Ray lachte zachtjes als antwoord.
“Oh nee, dat bedoelde ik niet,” legde ze uit. “We wisten wel dat het illegaal was. Het misverstand is dat jullie ons mee willen nemen naar het bureau.”
“Ray!” beet Alice haar direct toe, heel wat minder onder de indruk van Ray’s uitdagende uitspraak dan de agenten. Die moesten even twee keer verbaasd met hun ogen knipperen voordat ze beseften dat ze zojuist het zwijgen waren opgelegd door een uit de kluiten gewassen tiener. De vrouw stapte nu naar voren.
“Luister jongeman-”
“Jongedame!” verbeterde Ray haar. Dit zorgde even voor extra verwarring, maar ze leek zich snel te herstellen.
“We dulden geen tegenspraak! Jullie komen van dat dak af en wie weet komen jullie er dan nog af met een waarschuwing en een taakstraf in plaats van een fikse boete.”
Ray tuitte haar lippen en haalde haar schouders op. Ze stond op en nam Alice’ hand in de hare. Ze had een slecht vermoeden dat het slecht af zou lopen. Vol spanning keek ze van Ray naar de agentes en weer terug. Ray had een ondeugende, onheilspellende grijns op haar gezicht die voornamelijk gecreëerd werd door de alcohol.
“Ray, laten we gewoon naar beneden gaan,” opperde ze zachtjes. “We komen alleen maar meer in de problemen.”
Haar vriendin draaide naar haar toe en trok haar wenkbrauwen speels op. Haar grijns werd alleen maar breder.
“Kom op, vind je dit niet spannend?” vroeg ze zachtjes, zodat de agenten haar niet konden horen.
“Niet bepaald,” gromde ze. “Ray, ik wil die taakstraf best aanvaarden en een paar dagen papier prikken.”
“Nou, ik niet,” antwoordde Ray koppig.
“Dames, we hebben niet de hele nacht. Kom naar beneden!” riep de mannelijke agent geïrriteerd. Ray draaide zich weer om en keek recht in het licht.
“Meneer, mevrouw, het was me een genoegen, maar we moeten echt gaan. Ik beloof dat we nooit meer op dit dak zullen komen. Het uitzicht was uiteindelijk toch niet zo mooi,” riep ze terug. Ray begon langzaam achteruit te lopen, weg van de rand. De agenten keken elkaar verbaasd aan en probeerde Ray tevergeefs in hun zicht te houden.
“Hé!” riep een van hen boos. “Kom hier!”
Ray bleef gestaag doorlopen, met Alice aan haar hand, tot hun voeten de rand van de andere kant van het gebouw ontmoetten. Ze hoorden de agenten tegen elkaar schreeuwen dat ze om het gebouw heen moesten lopen omdat ze anders zouden ontsnappen. Alice’ hart klopte snel in haar keel.
“Adiós, au revoir, ciao!” riep Ray, net voordat ze zich omdraaide en met een soepele sprong van het gebouw in de bosjes belandde. Ze verdween compleet in het struikgewas en behalve een doffe bof was er geen teken van Ray meer te bekennen.
“Rachel!” gilde Alice half verbaasd, half in paniek. Het duurde een moment – nog nooit had een paar seconden zo lang geduurd – voordat ze gegrinnik vanaf beneden hoorde komen. De struiken ritselden en Ray’s hoofd stak omhoog tussen de bladeren, en takje in haar korte haar. Ze keek lachend omhoog en stak haar hand naar haar uit.
“Kom op! Spring!”
“Het is drie meter hoog!” schreeuwde ze kwaad terug. “Ik breek verdomme m’n been!”
Ray schudde haar hoofd en stak haar arm verder naar haar uit.
“Nee, er is hier een verhoging,” riep ze terug. “Ik heb dit zo vaak gedaan toen ik klein was. Ik vang je op, ik beloof het.”
Alice keek verwoed naar beneden en probeerde de ‘verhoging’ te vinden waar Ray het over had. Het enige wat ze onder zich zag was een wirwar van bladeren en takken. Het was donker, waardoor ze de grond niet eens kon zien. Het enige wat ze kon onderscheiden was Ray’s hoofd tussen de struiken. Ze hoopte maar dat het niet zo hoog was als het leek…
Krampachtig keek ze om zich heen, zoekend naar een andere uitgang behalve zich laten storten in de zwarte afgrond. Ze hoorde de politieagenten rennen en al snel verschenen ze om de hoek van het gebouw.
Ray keek verbaasd achterom en stak haar handen nog iets verder de lucht in.
“Alice,” zei ze indringend. “Je moet springen.”
Verwoed schudde ze haar hoofd en keek nog eens krampachtig om zich heen voor een andere uitweg. Vanuit haar ooghoeken zag ze de agenten steeds dichterbij komen. Ray hield nog steeds haar armen omhoog maar ze keek telkens vlug en angstig over haar schouder.
“Alice,” smeekte ze.
Nog eenmaal liet ze haar ogen over het dak afdwalen, maar Ray’s biddende blik zorgde ervoor dat ze uiteindelijk de knoop doorhakte.
“Je vangt me op, hè?” vroeg ze. Zodra ze Ray zag knikken, liet ze zich vallen. Ze belandde met een gilletje in Ray’s armen, die haar, tot haar verbazing, niet eens op de grond liet vallen.
Nog voordat ze los kon maken uit Ray’s grip, werd haar hand al gegrepen. Ray trok Alice mee door de bosjes, waarbij de takken haar in het gezicht sloegen telkens als ze weer langs een struik renden.
De agenten hoorde ze tegen elkaar schreeuwen. Telkens als Alice ze weer hoorde, klonken ze dichterbij. Met alle macht renden ze door, Ray voorop met Alice achter haar aan.
Ray schoot een donker steegje in. Hun voetstappen weergalmden tegen de dicht bij elkaar staande, hoge muren. Een paar seconden later hoorde ze twee extra paar voetstappen in de steeg en pas toen kreeg Alice in de gaten hoe dichtbij de agenten waren. Ze keek over haar schouder en wenste dat ze niet van het dak had gesprongen. Haar pas versnelde.
Hun adem gierde door hun lichaam terwijl ze telkens maar harder probeerde te lopen. Adrenaline racete door hun aderen. Telkens als ze bij een hoek kwamen schoot Ray er zo snel langs dat ze amper tijd hadden om te draaien. Links, rechts, links, links en weer naar rechts. Alice wist niet of ze een plan had of überhaupt wist waar ze naartoe ging, maar ze volgde haar blindelings.
Haar zij begon te steken en het werd steeds moeilijker om het tempo op te houden. Ray trok haar aan haar arm mee, telkens verder. Achter ze merkte ze dat de agenten ook moeite hadden om te blijven rennen. Ray en Alice wonnen steeds meer terrein, maar ze werden nog steeds achtervolgd. Ray kneep in haar hand.
Nog eenmaal sloeg Ray een linkerhoek om. Wat daarna gebeurde, gebeurde zo snel dat Alice het bijna niet kon bevatten. Nadat ze de hoek om waren gerend, trok Ray haar weer naar links. Direct na de hoek was er een ingang naar een klein, doodlopend steegje. Alice wilde gillen, wilde zich terugtrekken, maar Ray had haar tegen de muur gezet, in de schaduwen, en duwde zich tegen haar aan. Ray klemde haar hand voor haar mond om te voorkomen dat ze een geluidje zou maken. Alice rug lag plat tegen de muur aan en Ray’s lichaam zorgde ervoor dat ze zich niet kon bewegen. Ray hield haar ene hand voor haar mond en leunde met haar andere arm tegen de muur, zodat Alice niet kon zien of de agenten het steegje ook hadden gevonden. Haar zwarte jasje onttrok hen grotendeels aan het zicht, maar Alice betwijfelde of het zou werken. Ze keek haar doordringend aan, met een blik die Alice enigszins geruststelde. Ze bleef haar met grote ogen aankijken, haar hart pompend als een gekke. Ze ademde hard en snel door haar neus.
Alice sloot haar ogen. Het stompen van de laarzen van de agenten op de stoep kwam steeds dichterbij en ze bereidde zich alvast voor om zich een weg uit hun armen te vechten. Op het moment dat ze zo duidelijk te horen waren dat Alice het liefst weg wilde verdwijnen, keek ze op. Ze tuurde langs Ray’s arm en zag twee schimmen voorbijrennen. De voetstappen stierven langzaam uit naarmate de agenten zich verder verwijderden van het steegje.
Eindelijk konden ze weer normaal ademhalen. Opgelucht, liet ze een zucht uit haar mond ontsnappen toen ze alleen het schreeuwen van hun aanwijzingen naar elkaar in de verte nog maar kon horen.
Ray haalde langzaam haar hand weg van haar mond. Alice draaide zich weer om naar haar, nu pas beseffend hoe dichtbij ze bij elkaar stonden. Ray’s neus raakte bijna de hare. Ze kon haar snelle adem op haar lippen voelen. Hun ogen vonden elkaar en Alice herkende de ondeugende twinkeling in de diepe, zwarte kijkers maar al te goed. Haar adem stokte in haar keel. Ze schoof haar snel kloppende hart af op het feit dat ze zojuist een marathon hadden gelopen.

Ze wachtten nog een paar minuten voordat ze uit hun schuilplaats kropen. Ray schoof eerst haar hoofd om de hoek en controleerde of de kust veilig was. Ze keek van links naar rechts en weer terug voordat ze Alice wenkte.
Wat onwennig pakte Alice Ray’s hand weer vast. Direct kreeg ze een geruststellend kneepje in haar hand, wat haar bonkende hart iets geruststelde. Toch kon ze het niet laten om even over haar schouder te kijken.
Zo nonchalant mogelijk liepen ze over straat. Alice bleef de omgeving checken, maar de agenten waren nergens meer te bekennen. Ze zeiden niks tegen elkaar; geen van hen voelde de drang. Ondanks dat Alice zojuist een van de meest beangstigende dingen uit haar leven had gedaan, voelde ze zich goed. Verbazingwekkend goed zelfs. Misschien was het juist wel de achtervolging door de politie die haar goed had laten voelen. Vrij, levendig. En met Ray die haar hand vasthield terwijl ze door de donkere, nauwelijks belichtte straten liepen was het bijna perfect. Er verscheen een glimlach op haar gezicht.

Ray’s roes was direct over na de ontmoeting met de politie en ze leek bijna weer compleet de oude, behalve dan dat ze om de zoveel minuten moest geeuwen. Ze bracht haar terug naar huis. Zonder auto kostte het hun zeker een uur voordat ze überhaupt in de buurt waren van een bushalte waar een bus stopte die naar hun wijk ging, maar verveeld raakten ze niet. Ray en Alice konden veel gemakkelijker praten tegenwoordig en na hun aanvaring leek het alsof ze nog closer waren geworden. Het voelde goed om weer zonder na te denken zo dicht bij Ray te staan. Het was vertrouwd.
Hun handen hadden elkaar de hele avond niet losgelaten. Pas toen de bus als eerst bij Alice huis stopte, waren ze geforceerd elkaar los te laten.
“Red je het wel, alleen?” grapte Ray, toen ze uit wilde stappen. Alice rolde plagerig met haar ogen en grinnikte.
“Kom op, als het iemand is die gered moet worden dan ben jij het.”
“Dat dacht je niet toen ik je opving van-”
“Dag, Ray!” lachte Alice. Ze zwaaide en kon nog net Ray met haar ogen zien rollen voor de ze bus uitstapte.
De deuren sloten achter haar, maar Alice bleef staan bij de bushalte tot de bus de hoek om was. Pas toen het volledig de hoek om was, zuchtte ze, draaide zich om en liep in de richting naar haar huis.

De woonkamer was compleet donker toen ze binnenkwam. In het hele huis was geen spoortje van leven te bekennen en Alice moest toegeven dat ze blij was dat haar ouders of Jessica er niet waren om haar te begroeten. Ze had er waarschijnlijk alles uitgegooid, over het feest van David en Deborah tot de achtervolging door de politie. Ondanks dat haar zus meer kon hebben dan haar ouders, zou ook zij haar een toespraak geven als het bleek dat Alice vannacht bijna was opgepakt.
Stilletjes sloop ze naar boven en kleedde zich uit. De digitale klok op haar nachtkastje weergaf 3:02. Pas toen ze zag hoe laat het was, merkte ze hoe moe ze was. Door de adrenaline rush had ze niet gemerkt dat ze op instorten stond en tijdens de levendige gesprekken met Ray vergat ze compleet het zeurderige gevoel in haar spieren.
Snel kroop ze in bed en terwijl ze dacht dat ze binnen de kortste keren in slaap zou vallen, bleek het harder dan gedacht. Een paar diepe, donkere ogen – twinkelend van enthousiasme – achtervolgden haar. Het leek bijna alsof ze de geur van vrijheid nog kon ruiken; zoet als tropische vruchten; zout als de zee; verfrissend zoals de koude wind op een warme zomerse avond. Haar adem voelde ze nog op haar lippen. De herinnering lag gebrand op haar netvlies en zorgde ervoor dat haar wangen rood kleurden. Haar hart begon sneller te kloppen en dit keer kon Alice het niet afschuiven op langdurig rennen, op de vlucht voor de politie.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen