Foto bij Hoofdstuk 2

Joyce Anna Collins

Ik voel een druk op mijn buik als het vliegtuig haar landing inzet. Als snel voel het vliegtuig met een klein stuitertje op de grond belanden en remmen we met een enorme snelheid af. ‘Welkom in Dublin,’ hoor ik de piloot door de speakers zeggen. Hij bedankt ons voor het kiezen van deze vliegmaatschappij en vertelt ons wat de weersvoorspellingen zijn. Ik voel voor zoveelste keer weer een knoop in mijn maag ontstaan en tranen in mijn ogen opwellen. Ik probeer alles weg te duwen en zo normaal mogelijk over te komen. Ik kijk naar mijn pols weer een zilver armbandje met een hartje aan bungelt. Deze heb ik gekregen van mijn vriendje. Eén van de andere goede dingen in mijn leven die ik zomaar heb moeten achter laten. Zijn naam is Jesse en we hebben al bijna twee jaar een relatie. Hij is zo’n grote steun voor me geweest na alles. We hebben veel tijd met elkaar doorgebracht om me af te leiden. Hij heeft ervoor gezorgd dat ik de afgelopen maand nooit alleen heb hoeven slapen. Hij heeft me getroost na elke nachtmerrie waarvan ik gillend wakker werd. Nu weet ik niet eens wanneer ik hem weer ga zien.
Inmiddels zijn de gordellampjes uitgegaan wat betekent dat alle inzittenden van het vliegtuig druk bezig zijn met het opstaan en het verzamelen van hun handbagage. Als alle drukte een beetje voorbij is en mensen begin te lopen, pak ik ook mijn rugzak uit de grote bak waar hij voorheen opgepropt met allemaal rolkoffertjes lag. Ik slinger hem om en loop achter de grote lijn mensen aan.
Er staat niet zo’n lange rij bij de paspoortcontrole en ik ga er zonder moeite doorheen. Dan sta ik voor een grotere uitdaging. Ik moet al mijn spullen, gepropt in een totaal van vier koffers, bij elkaar rapen. Als ik er net één heb gevonden en op m’n kar hebt gesleept, komt de volgende weer langs op de bagageband. Ik realiseer me dat ik echt te veel spullen heb verzameld in de afgelopen zeventien jaar van mijn leven. Als ik de vierde koffer dan eindelijk op m’n kar heb gekregen, kan ik doorlopen naar de ontvangsthal. Ik zie een hoop gezichten naar me kijken, maar ik weet eigenlijk niet welke ik moet zoeken. Ik heb heel snel een foto van Bobby en Maura gezien, maar ze niet actief in mijn geheugen opgeslagen. Ik loop iets verder en dan hoor ik naast me: ‘Joyce?’ Ik kijk naar links en een vrouw met een warme uitstraling kijkt me aan. ‘Eh, ja, hoi,’ antwoord ik, niet goed wetend wat te zeggen. ‘Jij bent gegroeid. De laatste keer dat ik je zag, was je drie jaar oud, maar je bent geen spat veranderd.’ Ik glimlach naar haar. ‘Sorry, ik ben Maura,’ stelt ze zich dan voor. ‘Jij zal me vast niet meer herkennen.’ Ik schud mijn hoofd en schud haar hand. ‘Bobby staat te wachten bij de auto. Zullen we gaan?’ vraagt Maura. Ik knik mijn hoofd en volg haar stilletjes. Ik weet niet goed wat ik moet zeggen. Ik ga bij deze mensen wonen en ze voelen aan als vreemden. Maura ziet er aardig uit, maar wat weet ik nou van haar? “Kom op, Joyce,” denk ik bij mezelf. “Over een half jaar ben je achttien. Dan mag je gaan en staan waar je wilt. Dit is maar tijdelijk.” We lopen over de parkeerplaats naar een donkerblauwe auto. Een man stapt uit. Ook hij ziet er uit als een vriendelijk persoon. ‘Hoi, ik ben Bobby. Welkom in Ierland!,’ zegt hij. Ik schud zijn hand en stel me voor. ‘Ik ben Joyce, maar dat wist u waarschijnlijk al,’ Hij lacht. ‘Zeg maar ‘je’ hoor. Anders voel ik me zo oud.’ Ik glimlach even en knik. ‘Hier, laat me je even helpen,’ zegt hij, wijzend naar mijn leven ingepakt in koffers. ‘Bedankt,’ zeg ik zachtjes. We laden de koffers in de auto, brengen het karretje terug en stappen dan in de auto. ‘Het is ongeveer een uurtje rijden naar Mullingar,’ vertelt Maura me. ‘Kun je je nog veel herinneren van Mullingar?’ Ik schud me hoofd. ‘Vrij weinig. Misschien herinneren ik me iets als ik het weer zie,’ opper ik. ‘Je vond het vroeger altijd heerlijk om buiten rond te rennen. Je speelde heel veel met onze jongste, Niall. Jullie waren beste vrienden vroeger. Kun je hem nog herinneren?’ Ik had een beste vriend in Ierland? Dat kan ik me al helemaal niet herinneren. Ik haal mijn schouders op en schud weer mijn hoofd. ‘Hij komt binnenkort weer thuis. Hij woont nu in Londen. Hij is nu hard aan het werk aan zijn nieuwe album,’ vertelt Bobby vol trots. ‘Album?’ vraag ik. ‘Ja! Hij zit in een band. Hij deed een paar jaar geleden mee aan de X-Factor. Daar is hij met vier andere jongens in een band gezet. Ze heten One Direction. Ken je ze niet?’ vraagt Maura. De naam klinkt wel bekend in de oren. Ik heb ze vast wel eens gehoord, maar er verder geen onderzoek naar gedaan. ‘Zijn ze erg succesvol?’ vraag ik voorzichtig.

Ik moest eens weten wat een succes ze hadden…



Bedankt voor de lieve reacties en abo's!

Reacties (2)

  • Teal

    Moooooi!

    3 jaar geleden
  • NicoleStyles

    Whaha ze kent One Direction niet.:P
    Onder welke steen heeft zij geslapen :P

    Snel verder
    xxx

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen