Oropher voelde zich overbodig. Elrond en Jayne leken genoeg aan elkaar te hebben en gek genoeg stak dat. Hij was blij voor haar dat ze weer zichzelf was, maar tot zijn grote ergernis moest hij toegeven dat hij haar óók graag had omhelsd. Het was absurd, dat wist hij best. Hij zou helemaal niet bij zulke dingen stil moeten staan. Was hij plotsklaps verliefd op haar geworden, die keer dat hij haar samen met Elrond had zien binnenkomen? Ze was mooi – dat zou hij niet ontkennen. En misschien was hij inmiddels toe aan een nieuwe liefde. Maar dat zou zijn hart moeten laten fladderen en nu was het alsof een schaduw het vasthield.
      Was hij zo erg op haar aanwezigheid gesteld geraakt? Dat kon niet. Hij had die alleen maar benauwend gevonden, zeker de laatste weken. Was hij bang dat zijn zoon zijn maatje kwijtraakte? Ja, dat was goed mogelijk. Maar daar kwam Thranduil wel weer overheen.
      ‘Je kunt niet alleen naar je broer reizen. Annatar zal daar zijn. Ik zou graag met je meegaan, maar…’ Elrond zuchtte. ‘Celebrían en ik zijn onlangs onze dochter verloren. Ik kan niet langer wegblijven. Zeker niet gezien onze… voorgeschiedenis.’
      Oropher zag de teleurstelling op Jaynes gezicht, al werd die algauw weggevaagd door verbijstering en medeleven.
      Voordat ze er iets over kon zeggen, vervolgde Elrond: ‘Misschien dat Oropher met je kan meereizen.’
      ‘Ik moet weer terug naar mijn volk,’ antwoordde hij gehaast. ‘Zeker nu ik weet waartoe die elf in staat is.’
      Het was een haastig verweer – en er was niet erg goed over nagedacht. Het idee om met haar op pad te gaan stond hem vreselijk tegen – misschien omdat hij dan moest ga nadenken over ding waarover hij niet wílde nadenken. Op de een of andere manier vóelde hij dat Galadriel haar wenkbrauwen optrok. Gauw boog Oropher zich over zijn ontbijt. Gek genoeg smaakte het opeens taaier.
      Ze nuttigden de rest van hun ontbijt in stilte. Onrustig schoof Oropher heen en weer op zijn stoel. Waar ben je bang voor? Waarom wil je haar niet naar haar huis begeleiden? Het is heus geen schande om toe te geven dat je om haar geeft.
      Hij slaakte een zucht. ‘Ik ga met je mee.’
      Jayne staarde naar haar bord. ‘Dat hoeft niet.’
      Orophers gezicht vertrok. Moest hij nu ook nog gaan onderbouwen waarom het beter wat dat hij wel meeging?
      ‘Waar ga je nu heen? Als Annatar werkelijk iets met je broer heeft, kun je niet terug naar – waar je ook woonde.’
      ‘Emyn Uial.’Ze kneep haar lippen stijf op elkaar en ontspande toen weer iets. ‘Ik weet niet waar ik naartoe ga.’
      ‘Je – je bent welkom in mijn rijk.’ Hij klonk geforceerd, maar er was geen woord van gelogen. ‘Wij zullen je beschermen.’
      Hij hoopte op een glimlach, maar er kwam niets. Ze bleef naar haar bord staren. Hulpzoekend keek hij naar Elrond, maar die tuurde eveneens naar zijn bord. Stonden daar soms geheime boodschappen?
      De laatste persoon aan tafel keek hem wel aan. Een klein glimlachje spande om haar lippen.
      “Je bent om haar gaan geven,” klonk Galadriels stem in haar hoofd. “Daar hoef je je niet voor te schamen. Mensen hechten zich vaak aan honden – waarom zou dat anders zijn voor elven?”
      “Ze is geen hond.”
      Galadriel hield haar hoofd ietsje schuin. “Daarom juist.” Ze draaide haar gezicht naar Jayne toe en vervolgde hardop: ‘Ik denk dat het goed is als Oropher met je meereist. Je kunt inderdaad niet alleen gaan en hij is een befaamd strijder. Als iemand je kan beschermen, is hij het wel.

Reacties (2)

  • Vasya

    maar tot zijn grote ergernis moest hij toegeven dat hij haar óók graag had omhelsd.

    Ik doop het Orophayne.

    Celebrían en ik zijn onlangs onze dochter verloren

    If this was Arwen I might cry

    3 jaar geleden
  • SonOfGondor

    Jaaa

    Oropher/Jayne??

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen