Foto bij Samuel

De cover is gemaakt door Eggy. Rechtsonder zie je Samuel. Ik vind het uiterlijk van mijn engelen niet heel belangrijk, dus of ze nou witblond of pikzwart haar hebben... dat maak jij uit:)Ze zijn knap en hebben idd vleugels.

Sachael had niks teveel gezegd. Hoewel de Atlantianen enigszins wereldvreemd waren, hadden zij wel hart voor de aarde en haar bewoners. Die emotie werd niet gedeeld door Samuel, die zojuist zijn geliefde had zien sterven. Alles wat voor Samuel nu telde was gerechtigheid, als in, er moesten mensen boeten voor de dood van Iustitia. Samuel was zo vervuld van woede dat hij de trappen van de Olympus ter voet afstormde. De laatste tien treden sprong hij naar beneden, waarbij hij een afdruk in de grond achterliet. Hij klapte zijn vleugels in en begon te wandelen. Vliegen was sneller, maar hij wilde mensen laten schrikken, en dan was het hier beneden een betere plek om dat te doen. Een paar voorbijgangers keken om naar de gevleugelde jongeman, Samuel trok zich er niks van aan. Het was goed als die mensen eens er aan herinnerd werden dat zij niet alleen waren. Niet dat hij verwachtte dat zijn imposante verschijning hen lang zou bijblijven. Zodra die mensen thuis waren zouden zij alles weg relatieveren. Tegenwoordig keken ze nergens meer van op. Die mensen uit deze eeuw waren voor de duvel niet bang, omdat zij toch niet zouden geloven dat het hem echt was. Hij had het gezien, zodra je iemand wijs maakt dat er een camera staat beginnen mensen te lachen. Je kunt ze slaan, schoppen maar zodra je een camera laat zien is het opeens o-zo grappig. Waardeloos volk, volgens Samuel.
Hij dacht terug aan de goede oude tijd, toen mensen dusdanig gelovig waren dat zij zelfs niet aan zondevolle dingen durfden te denken. Toen kon hij met een blik alles voor elkaar krijgen. Het scheelde ook dat er minder mensen waren. Verhalen gingen sneller rond in kleine kringen.
Enige tijd liep hij door. Hij kwam bij een dorpje, Litochoro, uit. Het was zonnig, dus in alle pittoreske tuintjes hing de was uit. Samuel zag een ruim vest met capuchon dat hem beviel en besloot deze aan te trekken. Dit was niet stelen, dit was enkel het vroegtijdig afnemen van hun spullen. Uiteindelijk gingen die mensen het toch wel weggooien.
Hetgeen wat hij nu nog miste waren wapens. Hij hield het meest van pijl en boog, maar die waren eeuwen uit bij mensen. Met vuurwapens had hij niet veel, die dingen maakten te veel geluid. Hoe dan ook, geen van beiden was te vinden in Litochoro.
De bel ging in de winkel van Calliah. Ze liep van haar magazijn naar de toonbank. De persoon die de winkel binnenliep was lastig te zien; het licht kwam van achter hem en hing als een gouden krans om hem heen. Calliah moest haar handen boven haar ogen houden om een gezicht te herkennen. De ietwat apart uitziende jongeman was geen bekende, waarschijnlijk een toerist die de weg kwam vragen. Aan de andere kant droeg hij geen wandelkledij, zoals de meeste toeristen hier, dus ze wist niet helemaal zeker dat het een toerist was. "Kan ik je misschien ergens mee helpen?", stamelde zij.
De jongen kwam dichterbij. Nog altijd kon ze niet geheel plaatsen waar hij vandaan kwam. Zijn gezicht was perfect algemeen. Calliah bleef staren, vragend of iedereen er over 100 jaar zo uit zou zien. Het zou niet verkeerd zijn...
"Ja, ik ben op zoek-"
Calliah schrok op, zijn stem was als donder, ze moest wel gehoorzamen; "-Natuurlijk! Kaarten genoeg hier"
"- naar een moordenaar", vervolgde Samuel, niet geamuseerd door dit mens.
Normaal zou Calliah lachen als iemand dat zo plots zou melden. Ze zou denken dat het een grap was, maar nu, nu kon ze niet lachen. Ze moest hem antwoorden maar ze had geen idee wat ze daarop moest zeggen.
"Eh... Hoe kan ik je helpen?"
"Ik moet naar Asyrië"
Calliah schrok, dit kon niet waar zijn! Ze probeerde kalm te blijven maar het zweet brak haar uit.
"Nee, dat kan niet. Ik kan je daar niet bij helpen. Het is beter als je gaat"
Samuel stapte op het bange meisje af. Zijn ogen gloeiden terwijl hij haar om haar auto vroeg.
"Alsjeblieft, ik probeer alleen maar....Ik bedoel....Iedereen daar is dood, jouw moordenaar is allang dood"
"Luister, jullie mensen hebben iemand vermoord, iemand die mij heel dierbaar is. Iemand die jullie beschermde"
"-Ik... ik weet niet waar je het over hebt", Calliah beefde, die jongen leek op het punt haar te gaan slaan. Plots wendde hij zijn blik af, hij had wat gehoord. Hij liep naar het magazijn. Calliah fronsde. Ze hoorde niks bijzonders. Haar nieuwsgierigheid overwon haar angst; ze volgde hem. Samuel had haar telefoon gepakt. Hij leek het laatste stukje nieuws te kijken, Calliah was net begonnen met kijken naar het journaal voor de jongen binnen was gewandeld.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen