Foto bij Onweer en bliksem

Kweenie, ik vond dit wel een leuk Yusaku plaatje. Denk je maar gewoon in dat de rest van zijn haar achter zijn nek zit of zo;)Het is meer gewoon de kleding en de achtergrond die ik er wel bij vond passen. Want de oogkleur en zo klopt ook niet helemaal..

'Hee Yu?', vroeg ik. We waren weer terug in de hotelkamer en Yusaku was net uit de douche gekomen. 'Je vrienden zijn echt heel aardig.' Yusaku knikte. 'Zeker.' Er verscheen een frons in mijn voorhoofd. 'Ik weet niet of je het nog kunt herinneren, maar helemaal aan het begin van het kamp, toen we naar dat park gingen fietsen,' Yusaku fronste ook en dacht na. 'Toen jij de astma-aanval kreeg?' 'Ja toen. Je vertelde me dat je je vrienden wel aardig vond, maar ze een beetje saai en serieus waren, dat ze nooit leuke dingen wouden doen. Jin en Yoonga lijken helemaal niet zo.' Yusaku schudde zijn hoofd en er vlogen waterdruppeltjes in het rond. 'Nee je hebt gelijk, maar tegen die tijd kende ik alleen Percy, Kevin en Joris. Kevin en Joris zijn die klootzakken die me op schoolreis toen bijna vermoord en van school gestuurd hadden. En die zijn allemaal wat minder energiek en hebben nooit zin om leuke dingen te doen. Kevin en Joris maakten altijd wel grapjes en zo, maar die waren nou niet heel grappig en ze zaten bijna heel de dag te feesten, of achter hun computer te roken. En Percy zit ook graag het liefste heel de dag binnen muziek te maken. Ook leuk hoor, maar je weet wel, minder spannend.' Ik knikte begrijpend. 'Ja ik snap je.' Ik volgde Yusaku's ogen toen die naar de klok gleden. Het was elf uur. 'Zullen we gaan slapen?', gaapte de blonde jongen. Bij het zien van hoe moe hij was ging ik er mee akkoord en ging naast hem liggen in bed. 'Welterusten.' Yusaku gaf me een kus op mijn kruin voordat hij het licht uitknipte en wat dieper onder de dekens kroop. Het was verbazingwekkend koud. We hadden beiden een t-shirt en een joggingsbroek aan, maar zelfs nog onder de dekens was het koud. En blijkbaar vond Yusaku dat ook, want na een tijdje fluisterde hij: 'Keyon, heb jij het ook zo koud?' 'Ja.', fluisterde ik terug. Er was eigenlijk geen reden om te fluisteren. We waren alleen in de kamer en de muren waren dik, dus niemand kon ons horen. Als we zouden gaan gillen zou het waarschijnlijk als een zacht gemompel klinken op de gang. Yusaku schoof wat dichterbij en legde zijn arm losjes om mijn torso heen. 'Volgens mij regent het.', mompelde Yusaku. Ik schoof nog wat dichter tegen Yusaku aan voor de warmte. Yusaku streelde rustig mijn haar, maar toen er een felle lichtflits de kamer verlichtte klemde zijn handen stevig om mijn schouders. Trillend drukte hij zijn gezicht tegen mijn borstkas toen er een knal kwam. 'Yusaku, ben je bang voor onweer?', vroeg ik verbaasd. Hij knikte zachtjes. Yusaku was zo'n stoere jongen, ik had niet verwacht dat hij bang zou zijn voor onweer. 'Hoezo?' 'Toen ik klein was ging ik met mijn ouders en Robin kamperen op een camping en toen...' Zijn zin werd onderbroken door een harde donderslag. Sussend aaide ik zijn haar en gezicht om hem te kalmeren. 'Toen sloeg de bliksem in op de boom naast onze tent, en de boom vloog in de fik. We waren net op tijd weg toen er een dikke tak af brak en op mijn tent viel. Als we niet waren gevlucht had ik mijn rug wel kunnen breken.' In tegenstelling tot Yusaku was ik nooit goed met mensen die bang of verdrietig waren. Zachtjes klopte ik op Yusaku's hoofd in de hoop hem daarmee te helpen. 'Maak je geen zorgen, we zitten hier veilig en binnen.', fluisterde ik. Schokkerig knikte de blonde jongen en zijn ademhaling werd iets rustiger. Arm kind. Ondanks de kou leek de kamer plotseling behoorlijk benauwd. Mijn moeizame ademhaling overstemde die van Yusaku en de regen. 'Yusaku.', mompelde ik toen hij me niet los wou laten toen ik zijn armen van me af wou schuiven. Als een braaf kind liet hij me los en sloeg zijn armen om zijn eigen borst heen, zichzelf omhelzend. Hij was echt bang. 'Ik doe het licht aan.', zei ik met moeite. Nu het licht was kon ik alles zien en greep ik snel naar mijn astma pompje die op mijn nachtkastje bij mijn horloge lag. Na het plastic in mijn mond geduwd te hebben en een paar keer diep geïnhaleerd te hebben kon ik weer bij de bange Yusaku gaan liggen. 'Gaat het?', vroeg hij zacht. Ik knikte en trok de deken over me heen. Meteen vonden Yusaku's armen mijn lichaam weer en ik voelde zijn vingers tegen de blote huid van mijn onderrug onder mijn shirt drukken. Langzaam tekende zijn vingers rondjes op mijn huid en mijn wangen werden warm, in de tegenstelling tot de rest van mijn lichaam. Met zijn andere hand streelde Yusaku mijn nek en haren. Het gebeurde allemaal in een flits: Een harde knal, de kamer werd verlicht en ik sprong uit bed. Ik viel op de grond, en in de plaats van een kreet van schrik sloeg ik een lage grom uit. Mijn wolvennagels krasten over de houten vloer en maakten een hoop lawaai toen ik tegen het glazen raam begon te krabben. Ik wou het kapot hebben, ik wou naar buiten kunnen springen! Ik wou weg van Yusaku voordat ik hem iets aan kon doen, maar we wisten beiden dat dat niet mogelijk was. Of ik zou door de gang moeten lopen en het grote risico lopen gezien te worden, of ik zou uit het raam springen en te pletter vallen. 'Keyon, rustig!', siste Yusaku. 'Keyon, kun je mijn horen?', vroeg hij dringend. Ik draaide me langzaam om, keek hem niet in de ogen en knikte. Zijn warmte en de geur van zijn lichaam maakten me angstig, omdat het me hongerig maakte. 'Je kunt niet praten, hé?' Ik schudde mijn kop. Nog een harde knal, voor mijn gevoel vlak boven het dak. Mijn lichaam begon te trillen, ik zakte door mijn poten en jankte. Het ging gebeuren, ik zou de controle weer verliezen, en het deed godse pijn om het tegen te houden. Laat het gaan, zei een stem in mijn hoofd. Geef toe aan je wolf, dit is hoe jij bent, je kunt er niet an ontsnappen. Mijn spieren ontspanden zich en ik liet tegen mijn zin de wolf mijn lichaam en gedachten overnemen. Elke keer als ik dat deed, voelde het alsof ik stierf. Alsof mijn ziel uit mijn lichaam gescheurd werd. En als ik dan weer mezelf werd, was het alsof ik wakker werd uit een droom, alsof ik weer terug in de realiteit geduwd werd. En die realiteit was dat ik met beide poten Yusaku ruw tegen de grond duwde en hijgend over hem heen gebogen stond. Mijn scherpe tanden waren minder dan een centimeter van zijn nu plotseling zo breekbaar uitziende nek vandaan. Druppels kwijl gleden over zijn bange gezicht en hals. Ik kon zijn gejaagde ademhaling onder mijn voorpoten voelen, maar als ik niet op tijd mezelf was geworden, dan had ik die zeker weten met één hap kunnen stoppen. En dat had ik dan ook gedaan. Mijn God, ik had Yusaku bijna vermoord! Oh Heer Chastrifol, vergeef me! Ik duwde mezelf van Yusaku af en drukte mezelf zo dicht mogelijk gen de muur, weg van mijn slachtoffer, weg van de man waarvan ik hield. 'Keyon rustig, het geeft niet.' Ik jankte zachtjes. 'Je had me niks aangedaan, echt! Ik weet dat zelfs jou wolf dat niet zou kunnen.' Hij zei het alleen om mij gerust te stellen, want het doodsbange gezicht van daarnet had een heel ander verhaal verteld. Yusaku kroop op handen en voeten dichterbij, en wou mijn kop strelen, maar ik wendde me af en wurmde me langs hem heen, de andere hoek van de kamer in. 'Keyon luister, het wordt tijd dat je leert om terug te Wisselen.' Terug te Wisselen? Maar dat kon ik helemaal niet! 'Zou je dat niet willen?' Deze keer liet ik hem dichterbij komen, heel voorzichtig. 'Ik denk dat ik weet wat je denkt, Keyon, dat je het niet kunt, maar het is altijd het proberen waard, ik heb vertrouwen in je.' Ach, hoe kon ik hem ook afwijzen? Schichtig knikte ik mijn kop op en neer. Hoe ga ik dit in hemelsnaam proberen? Ik probeerde het gevoel van het Wisselen voor de geest te halen, voor me te zien hoe het voelde en wat ik deed. Het was een apart, onbeschrijfelijk gevoel, alsof er iets tegen mijn binnenste drukte en er zich er uit duwde. Duw het terug. Na wat misschien een minuut was, of misschien wel een half uur, was het alsof het werkte! Het was alsof je een ballon in een klein kistje probeerde te duwen, maar langzaam maar zeker leek het te werken. 'Oh mijn heilige Chastrifol, het werkt!', riep ik opeens. Mijn kleren zaten weer aan mijn lijf, ik was mens! 'Yusaku!', riep ik opnieuw uit. 'Keyon, je deed het!' 'Yusaku het spijt me zo, oh verdomme wat ben ik erg!', viel ik uit. 'Ik snap het volkomen als je mu doodsbang voor me bent en me niet meer wilt zien en-' 'Keyon please, kun je je klep dicht houden? Ik ben moe en ik wil slapen. Het enige waar ik bang voor ben is het onweer en ik houd van je. Nu please niks meer zeggen en naast me komen liggen om een braaf vriendje te zijn en je vriendje te beschermen tegen de bliksem, want ik ben nog steeds doodsbang.'

Reacties (3)

  • aarsvogel

    Jeej! We kunnen de wereld ook prima redden zonder vervelende betweterige oma's, als er maar genoeg gays op de wereld rondlopen

    3 jaar geleden
    • Snufkin_

      I'm one fuck away from calling you gay

      3 jaar geleden
    • Snufkin_

      :P

      3 jaar geleden
    • aarsvogel

      (nerd)wenkbrouwwiebel

      3 jaar geleden
  • DeNaamIsGideon

    Yusaku is altijd zo droog.
    Het terugwisselen is wel heel cool.

    3 jaar geleden
  • Snapple

    Oeh spannend

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen