Foto bij 104 Onderonsje


Louis Tomlinson weigert uitleg te geven aan alleszeggende foto’s.


De superster van Tottenham, die afgelopen zaterdag nog wist te scoren tegen Chelsea, weigert nog steeds resoluut om ons van repliek te dienen nadat er foto’s van hem en zijn advocaat Harry Styles verschenen. Het paar stond er duidelijk intiem op. Zijn omgeving laat geen woord los over de aard van relatie tussen de twee. Wij kunnen u wel bevestigen dat zijn ‘advocaat’ vaker bij de voetballer vertoeft dan bij zijn eigen thuis. Hoelang zal het duren voordat deze topspeler iets meer loslaat over zijn relatiestatus?


Ik zucht en scrol verder. Waar de pers zich ook weer mee bezig houden… Het zijn altijd samenraapsels van dingen die ze zien en dingen die ze denken of zouden kunnen denken.
“Telefoon voor jou.” Ik geef Harry een gekke blik maar neem zijn telefoon toch aan. Het kan altijd belangrijk zijn.
“Hé Louis, ik weet niet of je mijn stem nog herkent, maar het is Cedric, de super knappe broer.” Ik snuif grijnzend maar beaam het dan.
“Waarvoor bel je mij?” Eigenlijk wou ik vragen: waarvoor heb je me nodig? Meestal komen zulke mensen pas naar me toe als ze iets van mij of mijn status nodig hebben.
“Ik wou vragen of je nog op een of andere manier aan tickets voor de match van woensdag kan geraken. Ik wil echt eens komen kijken, maar de goede plaatsen zijn al weg.” Had ik het niet gezegd? Ik schud mijn hoofd, rol met mijn ogen, maar antwoord beleefd terwijl ik vanuit mijn ooghoeken de wel degelijk knappere broer in de gaten houd.
“Sorry, ik kan nu ook niets meer doen. Dan zal het een hele dure plaats of een slechte zijn.” Alsof de familie Styles arm is. Harry doet teken waardoor ik met veel plezier de telefoon aan hem geef.
“Ik betaal wel. Ik bel je later wel voor de details.” Harry lijkt geagiteerd naar zijn broer toe. “Dat beslis ik zelf wel.” Hij legt af en geeft mij een snelle blik als hij mij ziet glimlachen.
“Ik had het hem gezegd, maar hij wou het perse proberen.”
“Ik ga hem echt niet in de viptribune zetten.” Har knikt begrijpend en steelt een druif van mijn bord. Ik ben zo blij dat de training vandaag iets later dan gewoonlijk is. Ondanks gisterenavond voel ik me nog steeds tamelijk lui en vermoeid.
“Broers.” Daar weet ik veel van ja, met al mijn zussen. Hij lijkt het te beseffen en glimlacht breed. Ik schud mijn hoofd en sta op om mijn bordje op te ruimen en me klaar te maken voor training.
“Vandaag was ik echt wel de betere.” Ik schud mijn hoofd en duw te ijverig op het ronde knopje zodat de bal ver langs de goal gaat.
“Dat dacht je gewoon. Ik deed niet eens mijn best.” De Ier trekt beledigd zijn wenkbrauwen op en duwt me waardoor hij mijn speler kan tackelen en met de bal gaat lopen.
“Verrekte Horan!” Ik laat mijn nummer zeven naar hem toe sprinten en tackel hem. Ik krijg geel, hij is geblesseerd. “Na.” Zijn wijze blauwe ogen gaan enkel heen en weer, net als zijn haar. Alsof hij het oprecht bedroevend vindt dat ik een vergeldingsactie deed.
“Gelukkig zijn mijn tackels beter dan die van jou.”
“Anders was ik wel verdediger geworden, hé Blondie.” Hij duwt me opnieuw lichtjes, maar ik laat me niet meer afleiden van het spel en scoor vlotjes.
“Waar is onze vriend zelfs?” Bedoelt hij niet mijn vriend? Ik negeer de jaloerse gedachten en laat me dieper in de bank zakken. Mijn voeten kunnen nog maar net rusten op het salontafeltje.
“Hij is bezig met adviseur spelen.”
“Mh, hij lijkt er goed in te zijn.” Hij lijkt in alles goed te zijn. Ik zeg het niet en concentreer me weer op het tv-scherm. Ik krijg een zijdelingse blik toegeworpen omdat ik niet reageer, maar negeer die ook.
“Wat ben je nu van plan, Lou?” Mijn hoofd draai ik expres niet. Niall kan je op zo’n verschrikkelijke zielige en beïnvloedbare manier aankijken dat je gewoon alles voor hem zou willen doen.
“Eerst kijken hoe de ploeg verder reageert.”
“En hoe is dat volgens jou?” Ik duw op de Playstationtoets en zucht. “Ik hoop dat jij hetzelfde zag als ik vandaag.”
“Ik weet het, Ni… Maar wat kan ik eraan doen?” Nu zie ik wel dat bedroefde maar vastberaden hoofd. Hij heeft zich naar me toegedraaid, bezorgd.
“Hen aanspreken.” Ik schiet in een flauwe en absoluut niet gemeende lach bij de gedachte alleen al.
“Ja, want daar ben ik goed in.” Niall fronst, ik probeer er doorheen te kijken, maar het is een serieuze frons en hij kijkt echt serieus boos. “Dat kan ik nog niet. Misschien is het gewoon nog even wennen.” Flauw excuus Tomlinson, Niall weet het ook. Zijn gezicht spreekt boekdelen.
“Even wennen en daarna kan je het niet meer corrigeren.” Hij heeft gelijk en dat doet pijn.
“Oké, ik weet het. Ik zal proberen erop in te gaan.” Op mijn manier waarschijnlijk. Voor zulke dingen voel ik me gewoon veel te timide. Mijn gevoelens pruttelen al tegen bij de gedachte alleen al. Alsof al die emotiemannetjes terug in hun holletje kruipen en zich daar verstoppen, en ik heb geen zin om ze er een voor een uit te trekken; lef, begrip, empathie, woede… Niall knikt en duwt dan te gretig op de Playstationtoets en gaat daardoor zomaar met de bal richting mijn doel. “Verrekte Ierenstreken.” Hij grijnst, schiet en -natuurlijk- scoort.
“Was dat een doelpunt?” Ik merk nu pas op dat de deur openging en dat er iemand zijn tas neerlegt en jas weghangt.
“Ja, eentje voor mij.” Ik ben snel genoeg om Nialls ellenboog te ontwijken en lach.
“Leugenaar.”
“Jij speelt vals.” In de verte zie ik de krullenbol met zijn hoofd schudden om ons gedrag terwijl ik me vooral op het scherm probeer te concentreren. Een korte schijnbeweging, naar binnen snijden-
“Zie je wel! Eentje voor mij!” Het publiek op de PlayStation gaat fantastisch te keer. Het geeft me zelfs bijna een adrenalinestoot, zo realistisch klinkt het.
“Je bent echt zo’n luckyman hé…” Geïrriteerd schudt de Ier zijn blonde haren waarna hij probeert de herhaling van mijn doelpunt door te spoelen, het werkt niet. Harry zet zich net bij ons op de bank terwijl het spel verder gaat.
“Die Vincent is echt een vervelende klant. Hij weet niet wat hij wil.”
“Hij is gewoon met alles wat hem aangeboden wordt tevreden.” Harry’s blik betrekt even waarna hij knikt en ook naar het tv-scherm staart. “Typisch Nederlanders en Belgen. Nuchtere oprechte kerels.” Eigenlijk zijn er na Engelsen, de meesten Belgen in de ploeg. Ze spelen ook zo verdomd goed. Je moet niet proberen om Moussa te bal of te nemen of Toby’s passen na te doen.
“Ben jij niet ergens Belgisch?”
“Waarom zeg je dat?” Is dat niet gewoon een afleidingsmanoeuvre van de Ier zodat hij in de slotminuten het gewoon af kan maken en me doen verliezen?
“Nuchter, oprecht…” Ik lach en geef hem een blik.
“Bedankt voor de complimenten, maar dat ben jij ook. Aan Nederlanders en Belgen zie je het gewoon.” Nee, puppyblauwe ogen en een heel onschuldig snoetje telt niet.
“Ze praten zoals Duitsers.”
“De Nederlanders wel.” Niall beaamt het net terwijl het fluitsignaal gaat. Gelijk spel. “Verlengingen.”
“Echt niet, ik wil penalty’s.” Niall schudt koppig zijn hoofd terwijl ik snel op een toets duw, maar hij ook. Op een of andere manier komen we tegelijkertijd uit bij klassieke verlengingen waardoor ik zucht en snel beweeg naar penalty’s. Dit wordt een eeuwige strijd.
“Lou…”
“Echt niet.” Als er iemand koppig is… Niall zucht, doet een seconde niets en verliest daarmee zijn stemrecht. Het zijn penalty’s.
“Hoe was training vandaag?”
“Zoals anders…” Ik glimlach om Harry’s bezorgde blik en kruip tegen hem aan op de bank. Niall is het toch maar afgebold zodat we morgen fris op het veld staan om woensdag weer een wedstrijd te spelen.
“Dat is goed.” Ik knik en negeer de stemmetjes in mijn hoofd. Het zijn die schreeuwende overdrijvende gevoelens. Voor één keer wil ik gewoon naïef zijn. Hij lijkt niet volledig ontspannen, ik ben dat ook niet. De film interesseert me weinig doordat ik op de bus al vaak fragmenten van films bekijk. “Je bent niet echt aan het kijken, ofwel?” Ik glimlach en kruip dichter tegen dat sterke lichaam aan.
“Nee, maar jij wel.” Harry snuift en glimlacht ook waardoor ik vragend mijn wenkbrauwen in de hoogte stuur.
“Ik heb spannendere en zieligere dingen meegemaakt dan dit, Lou. Dit interesseert me echt weinig.” Ik grijns en zet de tv dan ook met een vlugge druk op een knop af.
“Toch iets dat we beiden zo vinden.” Ik kus zijn vingerknokkels kort en leg me dan weer neer.
“Het is zo spijtig dat je geen alcohol mag.” Mag is veel gezegd, het is eerder willen. Ik haal enkel mijn schouders op.
“Ik verbied je niets, Harold.” Die blik! Die gekwetste en boze en gefrustreerde blik die toch nog dat greintje liefde bevat. Ik begin te lachen en zet me recht om in de hoek van de zetel te kruipen. “Wat? Dat toch je echte naam?” Hij gromt wat en gooit een kussen op vriendelijke snelheid naar me toe, ik vang het. “Oh, daarom noemde ik je Beer. Je gromt.” Deze keer kan ik mijn lach echt niet meer tegenhouden als hij op zijn knieën naar me toe kruipt, mijn handen boven mijn hoofd vastpint en zo aantrekkelijk als alleen hij dat kan boven me komt hangen.
“Jij moet echt eens je mond houden.” Ik grijns en wil overeind komen om die volle lippen ook te doen zwijgen, maar hij is te sterk. Natuurlijk is hij te sterk wanneer hij dat wil.
“Wel, dit is een eerlijke strijd.”
“Dan had je de Beer ook niet moeten uitdagen.” Zijn groene ogen blinken ondeugend terwijl zijn gezichtsuitdrukking gespeeld serieus staat. Als ik met mijn voet naar de binnenkant van zijn bovenbeen kan gaan, laat hij me los. Ik lach opnieuw en rol me op mijn buik om zo te blijven liggen. Hij is toch een speciaaltje.
“Waarom Beer zelfs? Je bent veel te lief en teder om zo’n naam te krijgen.” Zijn gezicht klaart op als ik hem met één oog kan aankijken, lippen gaan uit elkaar. Hij is aangedaan.
“Misschien zijn Beren dat ook wel.” Ik hum zachtjes en sluit mijn ogen.
“Ha-“ En hij draagt me. “Har, zet me ne-eer.” Nee, dit is echt niet leuk. Overgeleverd aan Harry’s spierkracht en de zwaartekracht die gevaarlijk aan mijn benen trekt omdat hij me onhandig en losjes vastheeft.
“Jij moet gaan slapen.” Ik span mijn spieren op en kan op die manier mijn benen rond zijn middel slaan en mijn borstkas tegen de zijne duwen.
“Har, ik ben zelfstandig genoeg om dat zelf te beslissen.” Hij zegt weinig als hij me weer op mijn voeten voor de badkamer zet. Was dat zo bedoelt of niet? Onleesbaar, als een wit blad papier met prachtige omtrekken. “Mh?” Hij kan toch wel iets zeggen.
“Ik dacht gewoon aan je welzijn in de toekomst.” Ik schud mijn hoofd en ga dan toch mijn tandenborstel nemen.
“Niet doen, ik leef in het nu.” Hij fronst terwijl ik mijn tanden poets. Ik kan echt wel beslissen wanneer ik ga slapen, nee, dit apprecieer ik echt niet. Slapen met de adviseur, neen. Slapen met mijn mooie vriend, ja. Lichtjes geprikkeld ga ik terug op de bank zitten met mijn telefoon. Dele stuurt net nog een foto door waarop hij wel naar een of andere film kijkt.
“Louis, meen je dit nu?” Hij klinkt vermoeid. Ik kijk hem even bezorgd aan, ja, hij is echt vermoeid.
“Ik denk dat jij beter ook wat meer rust neemt.” Nu kijkt hij pas gekwetst. Ik probeer niet te glimlachen om mijn actie; nu weet hij tenminste hoe het voelt.
“Ik beslis dat zelf.”
“Wel.” Ik trek mijn wenkbrauwen op terwijl ik even over Instagram heen scrol. Ik hoor Harry vloeken om een of andere ringtone en dan verdwijnt hij op de gang. Hij zou toch niet echt weggaan? Zou ik het zo erg vinden nu? Op dit moment niet, als hij daadwerkelijk weg zou zijn wel. Niall heeft gelijk, ik moet niet over me heen laten walsen. Ook niet door deze man met veel meer wijsheid en ervaring. Dit zijn mijn keuzes in mijn leven. Ik zucht en stuur Niall nog een slaapwel berichtje. Als Harry terug uit de gang komt, lijkt hij helemaal niet blij. Zou ik erachter vragen?
“Alles in orde?” Hij zucht en begint zijn schoenen aan te doen. “Har?” Nu voel ik pas echte boosheid. Zijn lichaam is groot en stevig en gespannen terwijl hij gehaaste bewegingen maakt die een mens niet kan maken. Ik sta op en ga in de deuropening van de gang staan.
“Ik moet gaan.” Zijn ogen flitsen al naar zijn jas die verder hangt, maar ik sta nog in de weg. Als hij echt zo’n haast heeft, kan ik beter aan de kant gaan.
“Ik wil niet boos op je zijn, maar nu wordt het wel heel raar, Har. Moet je gaan of wil je gaan?” Hij schudt kort zijn hoofd waarna hij voor één seconde eens stil staat.
“Lou, ik moet gaan. Er is iets aan de hand. Wij praten later nog wel.” Ik slik de prop in mijn keel weg en zet een stap naar achter om hem meer ruimte te geven. Het voelt bedrukkend hier. Harry doet dat met de ruimte en zijn gedrag. Gaat hij me nog kussen? Een blik. Een groene blik waar spijt in ligt te liggen, maar dan is hij ook weer weg. Als een zucht. Ik zucht en vloek. Hoe weet ik zelfs of hij me niet gewoon ontvlucht?! De deur is het slachtoffer en wordt dichtgegooid waarna ik me weer op de bank leg en probeer te slapen. In dat bed heb ik nu echt geen zin.

Een beetje ruzie. Niets ergs, toch?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen