Foto bij 108 Het Huis

“Zoals afgesproken zullen we twee versies maken, oké?” Ik knik naar de regisseur en onderdruk dan ook maar meteen de neiging om mijn klamme handjes aan mijn broek af te vegen. We staan voor een grijs appartementenblok waarin ik een plaatsje heb. Het is donker waardoor er extra belichting wordt gebruikt om me goed te kunnen filmen.
“Louis, fijn om je eindelijk te ontmoeten.” Alsof dit al lang afgesproken was. Ik grijns en neem zijn hand aan om die te schudden.
“Dat is wederzijds. Zullen we vertrekken?” De kale man knikt en opent de koffer van zijn oldtimer alvast waardoor ik mijn bagage erin kan leggen. “Stap ik vooraan of achteraan in?”
“Achteraan.” Ik doe wat er van me gevraagd word en ga op de plaats zitten waar ze me het best in beeld kunnen brengen. Als we eenmaal aan het rijden zijn, begint de journalist een gesprek met me aan te knopen. “Ben je eigenlijk een avondmens, Louis?” Ik lach en staar even naar de duistere nacht met haar felle lichtpuntjes. Dat is een goede vraag.
“Goh, meestal ben ik ’s avonds te uitgeput om nog echt lang van mijn avond te kunnen genieten, maar ik denk dat ik eerder een avondmens ben dan een morgenpersoon.” De man knikt en maakt oogcontact via de achteruitkijkspiegel.
“Wanneer is de laatste keer dat je nog eens goed gefeest hebt?” Mijn mond valt onbewust open terwijl ik nadenk en mijn een been onder me intrek.
“Als ik eerlijk moet zijn: dat herinner ik me al niet meer. Mijn studies zijn nog maar net gedaan en het seizoen is volop bezig dus… Het was al moeilijk om me 12 uur lang vrij te maken van allerlei bezigheden.” De man knikt opnieuw.
“Je hebt je diploma dus gehaald? Wat ben je nu precies?”
“Ik ben officieel een profvoetballer die een diploma heeft als handelsingenieur.”
“Wauw, dat kunnen er niet veel zeggen.” Ik glimlach en haal bescheiden mijn schouders op. Zoiets speciaal is het nu ook weer niet. “Louis, ik ga je moeten vragen om deze blinddoek op te doen en hem pas weer af te nemen als ik het je vraag.” Ik neem het maskertje aan en kies ervoor om de rode kant aan de buitenkant te doen.
“Ik waarschuw je: er bestaat een kans dat ik in slaap ga vallen.” De kale man lacht, maar lijkt het niet echt serieus op te vatten.
“Dan kan ik beter zeggen: slaap wel.” Ik lach en probeer even mijn ogen nog open te houden. Doordat ik toch niets zie, doe ik ze maar toe. We praten nog een tijdje over niets, ik luister naar de radio en zak niet veel later weg in een lichamelijke roes van slaperigheid.
“I’m on a highway to hell…” Ik frons als de luide muziek door de boxen schalt en ik meteen mijn ogen open, maar niets zie. Mijn handen tasten naar het stuk stof dat er nog steeds voor zit.
“Je mag je blinddoek afnemen, Louis.” Ik probeer eerst even mijn gedachten weer op een rijtje te zetten voordat ik effectief de blinddoek afdoe en met kleine oogjes naar buiten kijk. De koplampen laten enkel een stukje gras en grind zien.
“Ik had je gewaarschuwd.” De man lacht en stapt uit, waardoor ik hetzelfde doe. “Hoe heette je ook alweer?” De man die iets groter dan mij is en met zijn brede (ietwat lompe) handen de autodeur sluit, wandelt al verder voor me uit.
“Oliver.”
“Oliver? Dat hoor je niet vaak in het Zuiden.” De man glimlacht enkel. Wanneer hij voorbij een sensor loop, schijnen twee felle lampen hun licht op me. We staan vlak voor het huis. Eigenlijk is het meer een grote witte villa. Ik ben echt benieuwd hoe het er aan de binnenkant uitziet. “Wauw, wat een huis.” Oliver grijnst en opent de deur voor me.
“Welkom in mijn huis. Hier zal je de volgende twaalf uur mijn gast zijn.” Ik glimlach en stap naar binnen.
“Moet ik mijn schoenen uitdoen?”
“Ken je het gezegde: gast is koning?” Ik haal mijn schouders op en doe ze dan toch maar uit. De likhouten vloer ziet er verdacht proper uit, misschien is het beter als ik dat zo laat.
“En-,” de woorden willen niet komen wanneer mijn ogen de grote muur vol met foto’s uit mijn verleden tegenkom. “Hoe komen jullie hier zelfs aan?” Het zijn krantenartikelen, foto’s van toen ik bij de nationale jeugdploeg speelde, foto’s met Niall en foto’s van mijn favoriete dingen.
“Dat is een geheimpje.”
“Zijn er zo wel meer geheimpjes?” Ik glimlach en haal er een foto van de jeugdploeg tussenuit, Oliver haalt zijn schouders op. Hij is een zwijgzame journalist. “Deze heb ik zelf niet eens volgens mij.” Hij doet me wel terug denken aan leuke tijden. Waarschijnlijk heb ik het nu beter. Ik ben financieel en sociaal stabieler dan toen, maar dat betekent niet dat het geen goede tijd was. “Mag ik hem meenemen?” Oliver knikt. Hij zit buiten beeld waardoor ik me bewust word van de grote camera’s die me langs alle kanten filmen. Dit is toch een beetje raar. “En nu?”
“Kan je me wat vertellen over de foto die je gekozen hebt?” Ik bekijk het afdruksel opnieuw en houd het enorm voorzichtig vast.
“Ja, dit was onze jeugdploeg van het nationale elftal. Ik en Niall spelen nog steeds samen.”
“Hoe komt het dat je nog niet opgeroepen bent voor het volwassen elftal?”
“Wel, ik heb mijn bijdrage gedaan bij de jeugd en bij de beloften en daar alleen ben ik al enorm trots op. Zolang de ploeg draait, ben ik tevreden. Of dat met of zonder mij is…” Ik haal mijn schouders op en onderdruk de neiging om verder te wandelen, dus kijk ik maar naar Oliver en niet naar de gigantische camera naast hem.
“Je bent een man van weinig eigenbelang dus?” Ik frons maar knik dan traag.
“Ja, misschien wel. Al is iedereen soms wel een beetje egoïstisch.” Het is even stil terwijl ik naar de foto kijk en de vele herinneringen laat komen. Het duurt even voordat iemand die gedachten onderbreekt.
“Ik stel voor dat je alles een beetje gaat verkennen. Het huis is nu van jou.”
“Geweldig.” Ik loop verder naar de woonkamer en bemerk de gigantische tv die tegen de hagelwitte muur hangt. “Zo’n rustieke woning en dan toch zo’n grote tv.” Ik zet het toestel op en pauzeer al snel bij een zender waarop te zien is hoe twee van onze concurrenten tegen elkaar aan het spelen zijn.
“Kijk je vaak naar je concurrenten?”
“We moeten wel bij de matchvoorbereiding. Thuis doe ik dit niet snel, dan wil ik gewoon rustig op de bank kunnen zitten terwijl ik aan andere dingen mag denken.”
“Waar denk je dan zoal aan?” God, ik mis Harry’s groene ogen en pientere blik een beetje. En zijn bescherming, die me zou begeleiden doorheen vragen als deze.
“Alles en niets. Ik denk dat de meeste mannen dat wel kennen.” Ik grijns en zet de tv weer af waarna ik stop voor een heuse boekenkast die volledig gevuld is en dienst doet als decoratie.
“Allemaal klassiekers.”
“Waar gaat jouw voorkeur naar uit?” Ik twijfel even terwijl mijn vingers de ruggen van de boeken traag strelen tijdens het snuffelen.
“Een goede klassieker kan me wel bekoren, maar ik ben toch meer een fan van het postmodernisme.”
“Het ingewikkelde tijdperk.” Ik lach en knik dan terwijl ik me meer naar Oliver toedraai, hij staat langs de cameraman.
“Ja, misschien wel ja.” Zeer ingewikkeld, net als mijn geest nu. Al mijn gedachten draaien en keren. Het is alsof mijn gedachten het bad zijn en deze kans het lichaam dat onrustig is en het water heen en weer doet schudden. Golven van links naar rechts, de dreiging om over te badrand te vallen en toch net niet. Onrust en twijfels. Ik leg het boek terug en werp een blik op de klok. “Is er nog iets te eten hier?” De ploeg wijst naar de keuken waar ik zelf dan ook maar naar toe wandel. De koelkast is halfvol, er zijn aardappelen en ik vind een zak sla.
“Ben je een goede kok?” Ik begin te lachen en moet het aardappelmesje even neerleggen terwijl ik op het aanrecht leun en onbewust recht in de camera kijk.
“Absoluut niet. Ik haat koken. Meestal heb ik er de tijd niet voor.” Oliver knikt waardoor ik gekke lachbuien probeer tegen te houden door weer aardappelen te schillen terwijl het water al begint te borrelen in de pan. Onrustig en twijfelend. Zal het nu gaan koken, ja of nee? Zal het gaan overkoken? Ik gooi de patatten in het water dat begint te borrelen en neem de biefstuk die ik ook in de pan gooi. Voor de sla is het gewoon vinaigrette uit een busje.
“Het ziet er anders toch tamelijk goed uit.”
“Dat hoop je gewoon omdat jij er ook van zult moeten eten.” Ik grijns en ga even zitten terwijl het eten zichzelf klaarmaakt. Ik voel elke seconde hoe mijn lichaam zichzelf wil voorbereiden op slaap, maar dat gaat niet. Vandaag is het een nachtje doordoen voor mij.
“Kan je ons in het kort uitleggen wat je vandaag al gedaan hebt?” Ik knik en wrijf kort over mijn voorhoofd terwijl ik nadenk.
“Om half negen begon de training. Die was tot drie. Om vier uur ben ik nog even bij mama binnengesprongen om iets te eten, toen heb ik mijn koffers gemaakt en zijn jullie me komen halen. En nu zit ik hier.”
“Uitgeput?”
“Wat is uitgeput zijn?” Ik trek mijn schouders kort samen en ontspan ze dan weer. Ze voelen verdacht stijf aan. “Ik ben moe, ja, maar dat is normaal wanneer je werk iets fysiek is. Er zijn wel meer mensen die moe zijn als ze van hun werk thuis komen.”
“Zie je jezelf ooit iets anders doen dan dit?” Ik draai met een houten spatel het vlees om en twijfel even.
“Ik hoop dat ik niet voor niets nog een diploma behaald heb, maar dat is veel te vroeg om te zeggen.”
De man knikt, ik zet het vuur lager en ga opzoek naar de borden zodat we eindelijk nog wat kunnen eten. Om vier uur eten is veel te vroeg voor mijn appetijt.


En, is het een leuk programma?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen