Foto bij 002 // Hanna

Met het slagersmes liep Hanna haar vaste ronde. Na al die tijd vond ze het nog steeds niet prettig om er in haar eentje op uit te trekken. Ze had echter geen keuze: wanneer ze ieder een kant opgingen konden ze een groter gebied verkennen. Het was onmogelijk om volledig uit te sluiten dat er Walkers in de buurt waren, maar als dit dorp het pad van een horde zou gaan kruisen, moesten ze zo snel mogelijk vertrekken.
      Afgevallen takken kraakten onder haar voeten toen Hanna het dorp achter zich liet om de situatie in het bos in te schatten. Het was rustig. Ze hoorde geen gekreun, geen gegrom. Er heerste doodse stilte.
      Een huivering trok door haar lichaam. Doodse stilte. Er was geen treffendere benaming voor. Iedereen die eens in het dorp gewoond had, was dood of gevlucht. Het was er nooit een drukke bedoening geweest en omdat er vooral arme arbeidersfamilies woonden was er een hoge criminaliteit, waardoor heimwee niet de eerste emotie was die bij haar opkwam als ze terugdacht aan haar leven daar. Toch miste ze het. Schreeuwende stemmen, dronken gelal, overdreven hard gelach.
      Mis je het écht, Hanna? Je loopt hier nu met meer zelfvertrouwen dan toen. Je zit nu beter in je vel.
      Hanna probeerde het stemmetje te negeren. Ze voelde zich schuldig als ze ermee instemde. Honderden onschuldigen waren gestorven. Zij wás door dit alles uitgegroeid tot de vrouw die ze nu was, maar was dat iets om blij om te zijn? Ze had de meest walgelijke dingen gezien. Kennissen die hun ledematen afhakten omdat ze waren gebeten, mensen die van viaducten sprongen omdat ze het niet meer aankonden, honderden, honderden Walkers met vlees dat los aan hun gezicht hing…
      Ze bleef staan. Takken kraakten. Ze draaide haar hoofd en tuurde naar links. Geen Walker te bekennen. Toch was er iets, of iemand. Het handvat van het mes kleefde tegen haar bezwete hand. Het enige wat ze nog opving was haar gejaagde ademhaling. Niet besmette mensen joegen haar meer angst aan dan de doden. Ze waren onberekenbaar en meedogenloos en konden haar geruisloos besluipen.
      Kom op, Hanna, je moet verder.
      De maanden die ze in haar ouderlijk huis had verbleven, hadden haar moed laten verdampen. Tijdens de reis ernaartoe had haar waakzaamheid constant op een hoog pitje gestaan, maar nu was dat verslapt. Nu begon ze weer aan haar kunnen te twijfelen, terwijl ze toen gewoonweg uit instinct had gehandeld.
      Links van haar klonk gestommel. Een Walker worstelde zich door de bramenstruiken. Hanna stond in tweestrijd. Had ze de richting van waaruit ze het eerste geluid hoorde komen verkeerd ingeschat? Of werd ze in haar rug aangevallen als ze zich op deze Walker stortte? Haar ogen schoten van links naar rechts, naar de bomen die niets dan schaduwen lieten zien en de Walker die grommend dichterbij schuifelde.
      Hanna stapte achterwaarts naar de Walker toe. Er gebeurde niets, niemand viel haar aan. Toen ze nog twee meter van de levende dode verwijderd was, haalde ze uit naar zijn hals en sneed het hoofd van de kin tot het oog open. Het lichaam viel naar achteren.
      Hanna keek er al niet meer aan. Ze richtte haar aandacht weer op de plek waar ze dacht dat nog iemand verscholen zat. Adrenaline schonk haar de moed waar ze al die tijd naar op zoek was geweest. Van boom naar boom sloop ze dichterbij, totdat ze het hele stuk had uitgekamd.
      Er was niemand. Geen voetsporen, niets.

De eerste paar honderd meter bleef Hanna een onderbuikgevoel houden, maar deze zwakte af toen ze in de omtrek geen verontrustende geluiden meer opving. Ze keerde terug naar de woning. Tess was er nog niet. Ze ging op de bank zitten en wachtte. Ze doezelde een beetje in en wreef geeuwend in haar ogen toen haar herinneringen een beeld van haar moeder projecteerden, die op de bank lag, stomdronken. Het was niet eens deze bank, niet eens dit huis. Hier had ze nooit gewoond. Toch waren de herinneringen meegereisd.
      Hanna had nooit geweten waarom haar moeder zo ongelukkig was en zo veel dronk. Had ze soms een voorspellende gave gehad? Had ze geweten welk lot haar gezin te wachten stond?
      Hanna stond weer op en ging bij het raam staan. De hemel kleurde al paars. Ze werd er altijd onrustig van als Tess langer wegbleef dan zij. Wat als ze niet meer terugkwam? Als ze er weer helemaal alleen voorstond?
      Hanna wist niet of ze dat aankon. Zeker niet nu ze geen sprankje hoop meer voelde haar broers te terug te zien.

Reacties (4)

  • GossipGirl21

    Wat is het inderdaad een kutmanier.

    3 jaar geleden
  • Trager

    Spannend! :3

    3 jaar geleden
  • Raw

    Aii, onzeker meisje. Het pittigere karakter van Tess vult haar goed aan vind ik.:)
    Kan niet wachten op een nieuw stukje

    3 jaar geleden
  • Vasya

    Eh, bah, wat een kutmanier om te leven zeg. Nog een geluk dat die Walkers vrij sloom zijn, of daar lijkt het toch op, haha. Misschien moet ik toch eens één aflevering van TWD kijken :'D

    3 jaar geleden
    • Croweater

      Haha nou ze worden wel steeds sneller for some reason, waarschijnlijk om het spannender te maken, maar ik laat het bij echte hersenloze langzame zombies die er in het begin waren haha.

      3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen