De temperatuur begon steeds verder te dalen en de sneeuw begon steeds sneller te vallen. Axel, Roden en Cerice baanden zich een weg over de besneeuwde of ijzige passen, ruggen tegen de berg aangedrukt om niet te vallen.
      "Kijk! Een ijsmeer!" riep Roden en hij wees vooruit. Een groot, blauw meer strekte zich voor hen uit. Het was niet bevroren, maar het was zo koud dat er een witachtige damp vanaf kwam alsof het kokend water was. Her en der dreven stukken sneeuw die direct bevroren waren door de kou van het meer.
      "Daar wil ik niet in terecht komen," mompelde Cerice terwijl ze verder schuifelde over de strook rots waar ze overheen liepen.
      "Ik wed dat er daar ook genoeg mensen in liggen die erin gegleden of gevallen zijn," grinnikte Axel. "Ik vraag me af hoe dat eruit zou zien als dat omhoog wordt gehaald."
      "Ik wil er niet eens aan denken, hou alsjeblieft op voordat je naar beneden valt," beet Cerice haar broer toe. Axel keek geschrokken op, maar schoof voorzichtig door. Aan het einde van het smalle pad was er een groot punt om even uit te rusten, maar net toen Axel Cerice het platform op hielp, hoorde ze achter zich een ijselijke gil. Roden was nergens te bekennen en alleen een spoor van zijn voeten waar hij uit was gegleden was zichtbaar. Cerice zakte op haar knieën in de sneeuw en schreeuwde naar de sneeuw in de afgrond.
      "Roden! Roden!" brulde ze terwijl de tranen direct bevroren op haar gezicht. Axel was inmiddels ook op zijn knieën gevallen en had geen geluid gemaakt.
      "Cerice," fluisterde Axel en hij trok zijn zusje tegen zich aan. Zwijgend knuffelden ze elkaar en zochten ze troost bij de ander. "Ik heb je altijd geloofd over Ibis."
      "Oké," zei Cerice terwijl ze verder tegen Axel aan kroop. "Sorry, het is mijn schuld."
      "Zeg dat nou niet. Hij wist dat het gevaarlijk was en toch wilde hij mee. Het is niet jouw schuld dat hij zo idioot was om uit te glijden," zuchtte Axel en hij veegde een paar ijspegeltjes van Cerice' wangen.
      "Jawel, het was mijn stomme idee om op zoek te gaan naar een waarschijnlijk dode troonopvolger van een land dat dood is. Ibis is al gestorven in deze oorlog en nu Roden ook en ik had beide kunnen voorkomen," snikte ze hysterisch. Axel gaf haar een tik in het gezicht.
      "Nu ga jij eens goed luisteren. Roden heeft zelf de beslissing gemaakt mee te gaan, hij had ook kunnen zeggen dat hij niet mee wilde vanwege het gevaar. Ibis was al stervende toen jij hem vond, daar had jij ook niks meer aan kunnen doen."
      "Ik had mee moeten vechten in plaats van vluchten! Ik heb jullie allemaal laten stikken! Pa is dood, omdat ik zo stom was om me aan te sluiten bij Antors vijand, Ibis is dood, omdat hij moest vechten voor mij en de rest van Astra, en Roden is dood, omdat hij mij wilde begeleiden op mijn zoektocht!" riep Cerice.
      "Ibis is dood, omdat hij moest vechten van de koning. Roden is dood, omdat je zijn familie bent en hij ook niet achter Antor staat. Pa is dood, omdat hij van zijn dochter hield en het niet kon uitstaan dat Antor zijn geliefde dochter gevangen had genomen. Geen enkele dood is jouw schuld geweest, ze hebben allemaal een andere reden gehad, snap dat nou eens," zei Axel kil terwijl hij haar door elkaar rammelde. Snikkend keek Cerice hem aan.
      "Het spijt me. Ik had jullie hier niet in moeten meeslepen."
      "Het is oké, Roden en ik willen ook van Antor af. Jij hebt ons alleen maar meer redenen gegeven om op zoek te gaan naar een manier hem af te zetten." Axel trok Cerice omhoog. "Laten we nu verder gaan voordat we hier sterven van de kou."
      Ze vervolgden hun reis over het platform en Cerice bleef naar de afgrond kijken in de hoop Roden te zien lopen. Het bleef echter leeg. Axel trok haar voorzichtig met zich mee en over de bergen heen. Toen de grijze lucht zwarter begon te worden zag Axel een grot waar ze het best in konden overnachten. Hij haalde een stapel takken uit zijn tas en maakte een vuurtje in de ijskoude grot.
      "Leg jij de dekens al uit?" vroeg hij Cerice. Ze knikte snel en opende haar rugzak om daar drie dekens uit te halen. Toen ze de derde pakte zuchtte ze. Die was voor Roden geweest. Hopelijk had hij het zelf niet koud als hij nog in leven was.
      "Axel, ik mis hem nu al," mompelde Cerice terwijl ze de tranen tegen probeerde te houden.
      "Dat snap ik. Trek je kleren nu maar uit. In het leger hebben we geleerd dat je het best kou kan bestrijden met zo min mogelijk kleding en tegen elkaar aan kruipen. Stomme tip, ik weet het, welke mannen gaan er poedelnaakt met elkaar liggen knuffelen, maar het komt nu van pas. Kom, pak de dekens en dan gaan we bij het vuur liggen." Axel begon zijn dikke winterjassen uit te trekken en deed zijn wapenuitrusting ook af. Cerice ontdeed zich ook van haar dikke jassen en metalen borstplaat. Ze kroop tegen Axel aan en trok een deken over hen heen.
      "Probeer wat slaap te pakken. We zullen vast niet veel grotten tegen komen die deze optie zullen bieden." Axel gaf Cerice een kus op haar kruin. Cerice begon in te dutten door de warmte van het kampvuurtje en het veilige gevoel dat Axels lichaam haar gaf.

De volgende morgen werd ze wakker van de kou. Het vuur was al uren gedoofd, maar nu konden de dekens ook de kou van buiten niet meer tegenhouden. Axel had zijn ogen ook al open en keek naar zijn zusje die net wakker werd.
      "Goedemorgen, zusje van me," glimlachte hij en hij smeet snel de deken van hen af. "Snel aankleden voordat je bevriest. Daarna gaan we ontbijten en vertrekken we weer."
      Cerice trok vliegensvlug haar kleding en warme jassen weer aan. Axel had zichzelf ook weer omhuld met de dikke lagen stof en was brood uit zijn tas aan het halen. Hij gaf Cerice een paar sneetjes en een paar plakken beleg. Hij haalde voor beide nog een appel en een kan melk uit de tas. Zonder iets te zeggen ontbeten ze en keken ze naar de sneeuw die buiten al vrolijk dartelde.
      "Volgens mij krijgen we een sneeuwstorm binnenkort," mompelde Cerice terwijl ze in de verte staarde.
      "Daar lijkt het wel op. Ik denk dat we moeten proberen zo ver mogelijk te komen. Ik heb nog geen dunne passen gezien zoals die we gisteren over zijn gegaan," antwoordde Axel terwijl hij de dekens oprolde en een slok melk nam. Cerice hielp hem tijdens het eten van een snee brood met het wegsteken van de spullen die ze hadden gebruikt. De dekens stak ze weer in haar rugzak en ze borgen ook de kannen melk weer op. Onder het genot van het zoete sap van de appel begaven ze zich weer in de vrieskou en zetten ze hun reis naar Kean en het diepste punt van Ogron voort.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen