Gedurende de morgen stak er een sneeuwstorm op. Tot de lunch stapten Cerice en Axel stevig door terwijl de sneeuw in hun gezicht striemde. Daarna werd het echter te moeilijk om te zien waar ze liepen en besloten ze zich schuil te houden in een grotere inham van een berg. Axel stak weer een vuurtje aan en ze verspilden hun uren aan trainen, lezen en hun twee overleden broers herdenken.
      Na twee nachten besloten ze verder te trekken om de achterstand niet te groot te laten worden.
      "Hoe lang zijn we nou al onderweg?" riep Cerice terwijl ze haar gezicht beschermde tegen de wind en sneeuw.
      "Geen idee! Ik heb nog geen maan kunnen ontdekken in dit rotweer!" brulde Axel terug. "Ik gok op een maan."
      "Wanneer zijn we bij de grot denk je?"
      "Cerice, kun je misschien gewoon je mond houden en doorlopen? Des te sneller zijn we bij die stomme grot!" schreeuwde Axel boos terwijl hij door bleef stampen. Cerice rolde haar ogen, maar ploeterde toch verder door de sneeuw. In de verte hoorde ze een vreemd, onbekend geluid, alsof er een beest stond te brullen.
      "Axel! Hoorde jij dat ook?" vroeg ze met verheven stem.
      "Ik hoorde niks, je verbeeldt het je maar. Gewoon doorlopen." Vloekend deed Cerice wat Axel haar had gezegd, maar ze hield haar rechterhand op haar zwaard terwijl ze met links langs de bergwand schoof. Een grom van dichterbij liet haar opschrikken en voordat ze omhoog kon kijken hoorde ze een schreeuw van Axel. Vliegensvlug trok ze haar zwaard en rende ze door de sneeuw naar haar broer. Bovenop een rots zat een pikzwarte kofchu te kijken naar Axel. De scherpe nagels die ooit in Cerice' bovenbeen waren gezonken staken al uit zijn poten, klaar om zijn prooi in stukken te scheuren.
      "Wat is dat voor mormel?" schreeuwde Axel angstig. De kofchu keek geamuseerd naar de bange prooi en maakte zich klaar voor de sprong.
      "Axel, pas op!" riep Cerice nog, maar het was al te laat. Het smerige beest had zich de lucht in gelanceerd en landde recht voor Axel. Met een gemene klap werd Axel opzij gesmeten. Woest keek Cerice het beest aan en met een brul stootte ze haar zwaard in het beest om het vervolgens van zijn kop tot zijn poten open te rijten. Met een piepje stortte het beest op de grond en werd de sneeuw rondom het lichaam langzaam zwart. Toen ze ander gepiep hoorde besloot Cerice het beest van de berg af te gooien en keek ze toe hoe meerdere groepen aaseters zich op het dode vlees stortte. Ze zag verschillende soorten vogels, dieren die op kofchu's leken, maar ook een soort paarden die aan het vlees begonnen te rukken. Het geluid van vlees dat los werd gescheurd klonk als muziek in Cerice' oren en ze bleef nog even voldaan toekijken hoe haar werk werd verorberd door andere beesten.
      Ze draaide zich om, vol van trots, tot ze zag dat Axels jas kapot was. Over zijn borst liep een oppervlakkige krauw.
      "Blijf liggen, het is niks. Ik ga het even voor je schoonmaken," zei ze vlug terwijl ze wat van de sneeuw pakte om op de krauw te wrijven. Het rode bloed van Axel vermengde met de witte brokjes sneeuw die ze over de wond veegde. Schreeuwend van de pijn stribbelde Axel tegen. Cerice had er geen zin in en verbond de wond zo snel mogelijk en trok haar broer weer omhoog.
      "Cerice, wat was dat?" vroeg hij. Zijn stem sloeg over tijdens het stellen van de vraag.
      "Een kofchu. Smerige beesten, kunnen je ook lelijk verwonden. Het vlees is wel erg lekker," grinnikte ze. "Geen paniek, hij is toch dood nu?"
      "Ja, dat wel. Waar kwamen al die dingen vandaan? Een paar dagen geleden hadden we nog helemaal niks gezien en nu zien we zo'n beest en ik hoorde meer dingen piepen en schreeuwen. En hoe weet jij wat het was?"
      "Lang verhaal. In het bos van Astra naar Emperya hadden de Sylicanen zo'n ding losgelaten en toevallig moest ik het tegenkomen. Ik heb er toen een rampzalige wond aan overgehouden in mijn bovenbeen. Het heeft lang geduurd voordat ik weer op de been was. Er zit helaas gif in dat beest, wat er bij jou waarschijnlijk niet in is gekomen, omdat de wond niet zo diep was. Bij mij heeft het ongeveer anderhalve maan geduurd voordat de wond begon te helen.
      Daarnaast heb ik tijdens een evenement van de Academie tegen een kafru gevochten, een soort dat lijkt op de kofchu, maar minder gevaarlijk is. Dus ik weet inmiddels wat ik moet doen met die beesten," vertelde Cerice.
      "Ze lieten jullie tegen dit soort beesten vechten? Die zijn toch ook niet helemaal helder dan?" spuugde Axel.
      "Het was een evenement, we wisten dat het moeilijk zou worden. Niemand keek raar op toen we gevaarlijke beesten moesten verslaan. Waarom zouden we? We hadden al meer meegemaakt dan een paar dieren," antwoordde Cerice nonchalant.
      "Vast niet erger dan wij," snoof Axel. "We hebben in de kou van Sylican moeten vechten, moeten trainen zonder een warme jas zoals nu."
      "Waarom draag je die jas dan? Wij hebben tijdens de training sluipschutters moeten trotseren. Kogels die van tien kilometer afstand werden geschoten moesten we ontwijken tijdens een gevecht met een van onze trainers. Daarbij waren al onze trainers ervaren soldaten, commandanten en andere officieren."
      "Wat zijn kogels?" vroeg Axel verbaasd.
      "Jullie weten niet wat kogels zijn? Hebben jullie dan geen geweren?" Cerice begon verder te lopen over het rotspad waarop ze zich bevonden.
      "Wij hebben alleen met zwaarden, bijlen, dolken en andere wapens leren vechten. Geweren heb ik nog nooit van gehoord," antwoordde Axel verward.
      "Het zijn een soort van katapulten. Heel simpel, je hebt een pijp waar de kogel uit wordt geschoten. Daarachter zit het deel waar alles plaatsvindt. Buskruit om genoeg kracht te genereren om de kogel ver te kunnen schieten, een magazijn vol kogels om snel te kunnen blijven schieten. Daaronder zit een mechanisme met een trekker. Daar leg je je wijsvinger op en dan druk je erop. Die activeert dan de ontsteking van een ladinkje kruit waardoor dus een kogel wordt gekatapulteerd." Cerice beelde het uit door te doen alsof ze een geweer tegen haar schouder zette en de trekker naar achter trok.
      "Geen idee, nog nooit gezien."
      "Zo hebben de sluipschutters veel mannen van jullie kant gedood volgens mij," zei Cerice terwijl ze haar schouders ophaalde. "Zeg, valt het jou ook op dat het ineens erg stil is? Geen sneeuw meer, geen wind meer?"
      "Nu je het zegt, de sneeuwstorm van net is op magische wijze verdwenen. Ik vind het niet erg," grijnsde Axel. "Kom, nu kunnen we tenminste doorlopen, wie weet wanneer dit weer over is."
      "Ja, je hebt gelijk," mompelde Cerice. Ze voerden het tempo wat op en passeerden snel de verschillende bergtoppen.

Reacties (2)

  • Butterflygirl

    Ze hebben wel geweren, camera's en microfoons, maar verder leidt iedereen zo'n simpel bestaan? Hoe zit dat?

    3 jaar geleden
    • Catmint

      Dat zit hem vooral in de ontwikkeling van de koninkrijken en dat het alleen luxe is, dus alleen het leger of van adel kan het zich veroorloven

      3 jaar geleden
    • Butterflygirl

      hmm dat vind ik persoonlijk wel een beetje raar, want ja het is luxe, maar om bij luxe te komen ga je eerst door simpele dingen heen. En dat is dan iets wat is raar vind dat dat niet naar de algemene bevolking is verspreid. Simpelere dingen zoals een koelkast of dergelijke. Of walkie talkies ofzo, voor de boeren op het veld. Idk hoor haha. Het is gewoon iets wat voor mij niet helemaal logisch is.

      3 jaar geleden
    • Catmint

      Er komt nog uitleg;)

      3 jaar geleden
  • katl1

    Snel verder please!!!!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen