Het mooie, stille winterlandschap stelde Cerice gerust. De afgelopen paar dagen waren hectisch geweest met het verlies van Roden, de aanval van de kofchu en de vreemde weersveranderingen. Nadat de sneeuwstorm was gaan liggen was er geen nieuwe neerslag gevallen en hadden Axel en Cerice rustig door kunnen wandelen. Toen ze eindelijk bij een open plek aan kwamen die omringd was met bergen zag Cerice aan de andere kant een gat in een van de bergen.
      "Axel! Kijk daar." Ze wees naar het gat en Axel knikte enthousiast.
      "Volgens mij hebben we de grot gevonden," zei hij kritisch. "Kom, nog maar een klein stukje."
      Met pijn in haar voeten sprong Cerice een stukje naar beneden om daarna de laatste meters naar beneden te klauteren. Ze staken de open plek over en keken het gapende gat in de berg in. Het zag er donker en kil uit, maar ergens voelde Cerice dat het klopte.
      "Dit is het, we moeten dit gaan onderzoeken." Met die woorden stapte Cerice dapper naar binnen om vervolgens uit te glijden en keihard op haar kont te vallen. Helaas stopte het daar niet en gleed ze door het donker naar beneden. Ze hoorde Axels lach. Het geschuif achter haar verraadde dat Axel achter haar aan was gekomen en ook over de vloer van de grot gleed. Langzaam werd de helling minder steil en uiteindelijk horizontaal. Cerice gleed nog een stukje door vooraleer ze tot stilstand kwam tegen een grotwand. Met een klap knalde Axel tegen haar aan en hoorde ze een paar botten kraken.
      "Jij ongelooflijk stomme idioot," gromde ze terwijl ze opstond en probeerde rond te kijken. Het pikkedonker maakte dat echter niet gemakkelijk. Toen haar ogen wat gewend waren aan het gebrek aan licht zag ze dat ze zich in een hal bevonden. Rechts van haar vond ze een gang die hen verder kon brengen. Aan het einde leek ze iets van licht te kunnen zien, maar ze wist het niet zeker.
      "Daar is een gang," zei ze. "Rechts van ons. Laten we die volgen en kijken waar het ons brengt."
      "Is goed," antwoordde Axel en hij pakte Cerice' hand vast. Hand in hand liepen ze richting de gang, schuifelend en glijdend over de gladde ondergrond. Cerice had gelijk gehad over het licht. Aan het einde van de gang hingen fakkels die de reis wat gemakkelijker maakten. De vloer waarop ze liepen was bronskleurig zoals alle grotten, maar had een ijzige laag erover van de vorst waardoor het spekglad werd.
      "Het is hier wel mooi," mompelde Axel.
      "Ik snap dat Kean deze kant op is gevlucht," grinnikte Cerice voordat ze zich misstapte en weer op de grond belandde.
      "Je bent ook lekker handig bezig, hè?" Axel trok haar voorzichtig omhoog en kreeg vervolgens een stomp in zijn maag.
      "Hou je mond, loop door, geen woord meer. Begrepen?" Cerice keek hem vuil aan voordat ze zelf voorzichtig verder liep. De grot werd steeds meer verlicht door verschillende vuurtjes die in inhammetjes brandden en meer fakkels dan in de gang hadden gehangen. In de kamer die ze betraden vonden ze een paar dekens en iets wat voor een wastafel door moest gaan. Ook lagen er wat skeletten van diertjes en etensresten.
      "Volgens mij hebben we het verblijf van onze prins gevonden," zei Cerice terwijl ze de kamer doorzocht.
      "Hij heeft niet echt manieren geleerd dan. Als je de resten van je eten zo laat liggen noem ik je niet echt een prins. Eerder een barbaar of een boer," mompelde Axel terwijl hij een botje met een half afgekloven stukje vlees oppakte. Met een vieze blik gooide hij het in een van de vuurtjes waar het gelijk werd verorberd door de vlammen.
      "Dat zou je wel kunnen zeggen. Als hij de koning van Sylican wil worden moet hij misschien eerst de etiquette lessen volgen," grapte Cerice. Ze trok de dekens uiteen en wapperde voor haar neus toen er een zweetlucht opsteeg van tussen de lappen stof. "En goede lichaamshygiëne kent hij ook niet zo te ruiken."
      "Dat kan je hem moeilijk kwalijk nemen. Hij heeft geen douche, geen schuim om zich mee te wassen, ijskoud water. Ik denk dat je blij mag zijn dat hij zichzelf vier keer in een maan wast. Het lijkt mij echt een ramp om iedere keer water te vangen en te verwarmen tot een temperatuur dat je niet bevriest," gaf Axel als tegenwoord.
      "Daar heb je wel een punt, maar toch. Er is een stad niet heel ver hiervandaan, hoe moeilijk is het om daar een adres te regelen waar je kan douchen?"
      "Heb jij in de Stad van de Denkende ook maar ergens een douche gezien? Je zit hier in de bergen, Cerice. Het is hier bijna altijd ijskoud. Dat Emperya en Astra die luxe hebben, betekent niet dat Sylican die ook heeft. Het paleis en de steden eromheen zullen vast een warmwaterbron hebben waaruit water wordt gepompt, maar in de koude bergen is dat water al bevroren voordat het überhaupt bij de stad is. Ik denk dat zij het nog op de ouderwetse manier doen. Water verwarmen dat ze vanuit een bron wel naar hun stad halen," ratelde Axel.
      "Het is duidelijk. Ik heb het weer eens verkeerd. Laat maar. Wil je nog verder kijken of wil je terug naar boven gaan?" vroeg Cerice. Ze was de kamer rondgelopen, maar had niets interessants gevonden. Als Kean hier leefde, had hij een erg saai leventje. Ze vond in een hoekje een stapel papier en een pen. Er was alleen nergens een beschreven velletje te bekennen.
      "Ik ga nog even verder, blijf jij maar hier." Axel was al verdwenen voordat Cerice had kunnen tegensputteren. Ze hoorde zijn voetstappen wegsterven en deed uit verveling nog een rondje. Ze bladerde door de stapel papier. Toen ze de onderkant bijna had bereikt had ze geen hoop meer dat er nog iets lag, maar niets was minder waar. Helemaal onderaan lag een blaadje dat beschreven was. Het koninklijke handschrift was makkelijk te herkennen, het leek op dat van alle leden van een koninklijke familie. De informatie was echter verwarrend. Net zoals op de flap in het boek dat ze had gevonden zei vermoedelijk Kean iets over verschillende kleuren kristallen en dat ze magische krachten hadden.
      "Cerice, kom je mee?" galmde de stem van Axel. Ze keek op van het briefje en stak deze snel in een jaszak. Ze knikte en pakte een fakkel van de muur mee. De weg terug naar de uitgang bleef het stil.
      "Mocht het je interesseren, ik heb niks gevonden. Alleen een paar rotsen," zei Axel en hij schopte tegen een stukje steen dat van de wand was afgebroken. Langs de glijbaan waarmee ze naar beneden gekomen waren vonden ze een soort trap die ze beklommen. Cerice had de fakkel in de grot moeten laten, maar klom achter Axel aan. Toen ze eindelijk het licht van buiten weer zag begon ze wat sneller te klimmen. Axel was inmiddels al buiten en ze hoorde hem naar adem snakken. Ze versnelde nog wat en toen ze buiten stapte snapte ze waarom. Voor hen stond een jongen van Axels leeftijd met pikzwarte ogen en haren. Hij had een prooi naast zich liggen.
      "Jij bent Kean!" stootte Cerice uit en de jongen knikte verbaasd.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen