Zo lang ik mij kan herinneren is een deel van het bos bij mijn ouders afgezet. Langs het fietspad loopt prikkel en snijdraad, achter grote hekken waarop staat "gevaarlijk, bewaking met honden", erachter ligt een gevangenis waar je soms mensen vandaan hoorde joelen als zij je door hun kleine raampjes zagen. Maar naast alle verschrikkingen hangen er lintjes en bloemen in het hek. Elke maand opnieuw verwelken bloemen daar. Ze worden er neergelegd tijdens zogenaamde wakes.
Ik vergeet elke keer wanneer die wakes zijn, ik wilde wel meemaken hoe het was om met een groep mensen met kaarsen en lieve wensen vanaf de kerk daar heen te lopen. Eerst wist ik niet waarom dat gebeurde, waarom zou je bidden voor criminelen? Maar er was meer aan de hand. De gemeente ontkende het altijd, maar iedereen in het dorp wist het zeker; er zaten uitgeprocedeerde asielkinderen daar, soms zonder familie. Ik begreep niet waarom iemand een kind zou opsluiten. Ze waren "illegaal" was het antwoord, ze hadden geen papieren, iets dat ik enkel kende vanuit Otje. Ik vond het nergens op slaan.
De gevangenissen raakten leeg, de AZC's vol, dus er moest wat veranderen. Er was een grote interne verbouwing in de gevangenis zodat kleine gezinnen tijdelijk onderdak konden krijgen, dit keer mensen die nog een procedure afwachten. Dit keer officieel. Er was een grote opening met uitleg van inrichting, rondleiding, popcorn en thee. Overal hingen balonnen... maar de hekken staan er nog. Weliswaar zijn de bordjes met gevaar voor waakhonden weg, maar verder is er weinig veranderd. Van buiten zie je wat vaker mensen rondlopen, een paar fietsjes, maar dezelfde kleine ramen, prikkeldraad naast de doorns, brandnetel. Er is maar één weg in of uit.
Het AZC staat 500 meter van mijn de ingang van het dorp. 600 meter van de dichtsbijzijnde basisschool, 1,2 kilometer van de verste. Toch zien wij de kinderen bijna nooit. De volwassenen zien we enkel rondlopen met zware boodschappentassen, altijd dezelfde weg. Heel af en toe maken ze een ommetje, maar dat stelt niet veel voor. Het AZC staat in een andere gemeente, de kinderen moeten om het bos heen, met de bus naar school. We zien ze nooit. Althans, tot redelijk recent.
Het was een mooie zonnige dag. Het was midden in het bramenseizoen en een perfecte dag om te snoep-joggen (zo motiveer je mij). Ik liep over de snelweg, richting het AZC (een van de wegen naar het bos). Op de brug zag ik een meisje, niet ouder dan tien. Ze had lange donkere krullen en was op weg naar het dorp gestopt. Ze had een auto horen toeteren en keek naar beneden, naar de auto's die voorbij raasden. Verder deed ze niks, dat trok mijn aandacht.
Elk kind in het dorp doet 1 ding als zij de brug over gaan; zwaaien. Waarom? Het is traditie maar ook; auto's zwaaien, toeteren en knipperen terug. het meisje was duidelijk onbekend met deze traditie, dus het leek mij tijd voor een lokale inburgeringsles over die traditie.
"Als je zwaait toeteren ze", vertelde ik haar. We begonnen samen te zwaaien en keken hoe vrachtwagens hun lichten flitsten, automobilisten zwaaiden achter het stuur, elke 5 auto's toeterde iemand. Het was een mooi en nostalgisch gezicht.
Het meisje kan dan misschien slechts een beetje Nederlands, maar ze is nu al een kind van mijn dorp. Dat was de eerste keer dat ik een kind uit het AZC zag en zag lachen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen