Voor heel even ontneemt het felle licht me de mogelijkheid iets te kunnen zien van mijn omgeving, als de metalen plaat me uit de glazen buis duwt. Voor heel even ben ik me alleen bewust van de muffe plak warmte die over me heen spoelt, terwijl mijn ogen een poging doen om een blik op te vangen van de Arena.
      De albekende stem van Claudius Templesmith, die ondertussen al vijf jaar lang het begin van de Spelen aankondigt, blijft echter uit. Een andere, blikkerige stem galmt echter wel luttele seconden later door de Arena heen.
      ‘Jullie hebben in de catacomben allemaal verschillende kleuren shirts gekregen die met slechts één andere tribuut matcht, kijk maar naast je.’ Bijna meteen blik ik opzij en kijk even recht in de ijsblauwe ogen van het iele meisje uit 11. Haar shirt heeft een bijna onrealistisch groene kleur, net als die van het meisje naast haar. Ik krijg haast de aandrang om te juichen dat ik niet met haar opgescheept zit, als ik niet weet dat het ook nog veel erger kan.
      Als ik mijn blik richt op het meisje aan mijn rechterhand, ontsnapt er echter een opgeluchte lach. De grijns van Naeve uit 2 weerspiegelt die van mij, terwijl de zon haar eveneens witte shirt bijna doet oplichten als een engel.
      ‘Jullie zijn vanaf nu aan elkaar gebonden als bondgenoten, tot jullie door de dood worden gescheiden.’ De blikkerige stem gaat rustig verder met het verhaal. ‘Jullie mogen elkaar niet vermoorden en moeten bij elkaar in de buurt blijven. Verder dan honderd meter kunnen jullie niet komen, en wie zijn teamgenoot vermoordt zal zelf ook een zekere dood sterven.’ Eén positief punt, je kan nu in ieder geval volledig op de ander vertrouwen. ‘Veel plezier, en mogen de kansen immer in je voordeel zijn.’
      Nog heel even lijkt het volume van de stem na te galmen door de ruimte waar we ons in bevinden, terwijl de zestig seconden ingaan. Zestig seconden, dat is de tijd waarin we op onze metalen platen moeten blijven staan, tot het geluid van de gong ons bevrijdt. Stap je eraf voordat de minuut om is, blazen de ondergrondse landmijnen je zonder pardon op.
      Negenenvijftig.
      Er is geen tijdsaanduiding, hier in de Arena. Na precies zestig seconden zal de gong gaan, maar als je daarop gaat wachten loop je cruciale seconden achterstand op. De enige manier om te weten hoeveel tijd je nog hebt, is tellen. Van zestig tot nul, en dan maar hopen dat je niet te snel of te langzaam geteld hebt. De gong is je enige houvast, na zijn geluid zijn de landmijnen gedeactiveerd en kan je zonder een probleem de grond weer aanraken.
      Maar de tijd ervoor is bedoeld om je een eerste indruk te laten krijgen van de Arena, om de in een kring geplaatste tributen te kunnen inschatten en om alvast te bedenken welke spullen je wil bemachtigen. Of gewoon voor het opbouwen van adrenaline.
      Alle tributen staan in een perfecte cirkel opgesteld, met in het midden de Hoorn des Overvloeds. De Hoorn des Overvloeds heeft, zoals de naam al doet denken, een overvloed aan spullen die ons in de Arena in leven kunnen houden. Het enorme zilveren bouwwerk, een replica van de Hoorn uit de oudheid, is onze levensreddende factor. Water, voedsel, medicijnen, alles wat je nodig zou kunnen hebben, kan je bij de zes meter hoge Hoorn vinden.
      De allerbeste spullen, zoals wapens en Capitoolmiddelen van extreem hoge kwaliteit, liggen vlak bij de Hoorn zelf. Zelfs als je, als lager district, op tijd de Hoorn zou bereiken en als eerste de waterbestendige rugtas te pakken krijgen, moet je wel je een weg terug zien te banen. Langs sowieso twaalf andere, moordlustige tributen. Dit moment wordt niets voor niets het ‘’bloedbad’’ genoemd.
      En hier hebben wij, getrainde tributen, dan ook ons voordeel. Waar de andere tributen ongeveer drie dagen wapen ervaring hebben, in de meeste gevallen, zijn wij er al mee opgegroeid.
      Maar je hoeft niet echt naar de Hoorn als je dat niet wilt, omdat je voor je leven vreest. Her en der liggen er ook nog andere spullen verspreid over de rotsachtige grond, waarvan de waarde drastisch afneemt naarmate je verder van de Hoorn af komt. Een aantal meter voor me ligt bijvoorbeeld een roestig, minuscuul mesje, dat waarschijnlijk nog niet eens door een boomblad heen kan komen, terwijl ik zeker weet dat er in de Hoorn een fraaie collectie zilveren messen ligt. Of je kan gewoon wegrennen, natuurlijk. Maar zonder levensmiddelen. Zie het dan maar eens uit te houden, in welke godvergeten plaats je dan ook terecht komt.
      Eénenvijftig.
      Ik laat mijn ogen langs de andere tributen glijden. Sommigen zien er net zo geconcentreerd uit als ik me voel, anderen kijken nog steeds in verwarring naar hun teamgenoot, de Hoorn en weer terug. Flynn staart furieus in de richting van een tribuut die door de Hoorn uit mijn zicht onttrokken wordt en zelfs vanaf hier kan ik zijn woede haast voelen. Ik onderdruk een grijns.
      Zevenenveertig.
      Naast Flynn staat Florian, die niets lijkt te merken van de woede van de jongen naast hem. Mijn blik verduistert, als ik de klootzak uit 9 aanstaar. Vijfenveertig. Florian lijkt te lachen om iets wat de zwartharige jongen naast hem –Samuel, besef ik me ineens- zegt.
      Beide jongens dragen een blauwgroen shirt en even weet ik niet of ik verheugd moet zijn dat ik hen dan bijna tegelijk kan vermoorden, of dat ze elkaar rugdekking gaan geven en wel allebei een stuk groter en sterker zijn dan ik. Juist ja, twee zwaarden lijkt me wel vereist. De tributen die na hen komen kan ik niet zien. De Hoorn onttrekt hen van mijn gezichtsveld

Reacties (1)

  • Samanthablaze

    Ik herinner me opeens dat ze in eerste instantie met Chris zat(lol)

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen