Een rilling trok door Elronds lijf. Het werd donker, hij kon beter naar huis gaan. Opstaan voelde echter als een immens zware opgave. Hier was hij even verlost van Celebríans bleke gelaatskleur, van haar ingevallen wangen en waterige ogen. Ze rouwde nog steeds om hun kind. Elrond begreep het volkomen, maar hij kon het zelf niet opbrengen om naar haar gesnotter te luisteren op dagen dat het met hem beter ging.
      Elros was vorige week langs geweest. Hij had zijn excuses aangeboden voor zijn afwezig. Hij was ervan overtuigd dat hij niet onder woorden kon brengen waarom hij was weggegaan, maar Elrond begreep het maar al te goed. Het was oneerlijk, het was misschien zelfs gemeen, maar Celebríans verdriet verstikte hem en hij kon zich best inbeelden dat Elros destijds hetzelfde had gevoeld.
      Elrond zou zijn vrouw nimmer verlaten, hij voelde zich al schuldig omdat die gedachte hem passeerde, maar hij kon zich indenken dat niet iedereen zo stevig in zijn schoenen stond. Ze gingen hun band nu weer langzaam herstellen, wat begonnen was met een lang gesprek. Over Jayne. Over zijn doodgeboren kind. Over Celebrían. En over Annatar. Hij had het gevoel dat de temperatuur twintig graden daalde toen die naam door zijn hoofd schoot. Als hij die gluiperd nog een keer zou zien…
      Zijn gedachten losten op toen hij een beweging waarnam. Iemand stapte uit de doorgang van de grot vandaan. Een steek in zijn buik hield hem alert.
      Het was Jayne. Of een projectie van haar. De laatste keer dat hij haar hier had gezien, was het immers Annatar gebleken.
      Ze verstijfde toen ze hem zag zitten. Een ogenblik leek het erop dat ze zich zou omdraaien, maar uiteindelijk liep ze toch naar hem toe.
      ‘Het spijt me,’ zei ze zacht. ‘Ik had niet verwacht dat je hier zou zijn.’
      Hoewel Jaynes afstandelijkheid duidelijk voelbaar was, maalde hij daar niet om. Hij sprong overeind, rende de laatste stappen naar haar toe en sloot haar in zijn armen. Hij drukte haar stevig tegen zich aan. Voor het eerst sinds een lange tijd had hij het gevoel dat hij weer compleet was.
      ‘Wat… wat doe je hier?’ stamelde hij. Hij liet haar schouders los.
      Ze keek hem niet aan. ‘Ik wilde het hier nog een keer zien.’
      Elrond knikte. Dat had ze gezegd, maar hij had niet verwacht dat ze dat zo snel zou willen doen. Eerder dat ze hier op haar oude dag nog eens naartoe zou willen. Bovendien was ze nu in haar eentje gekomen. Ze had er bewust voor gekozen om zonder hem te gaan.
      ‘Wat is er aan de hand?’
      Ze slaakte een zucht. ‘Ik wilde op de terugweg langsgaan en afscheid nemen.’
      ‘Afscheid?’ Zijn stem haperde. Niet zo lang geleden hadden ze al afscheid van elkaar genomen. Nu bedoelde ze echter iets anders, zo spraken haar neergeslagen ogen.
      ‘Een vaarwel, wellicht.’
      ‘Wat bedoel je?’
      Ze draaide zich van hem af. Met hangende schouders keek ze om zich heen. ‘De vorige keer oogde alles veel mooier.’
      Het trof hem diep in zijn hart dat haar oog voor schoonheid vertroebeld was. Dat Celebrían alles door een grauw waas zag was één ding, maar dat hij nu weer een vrouw voor zich had die treurde… Zijn eigen verdriet en onmacht stapelden zich op in zijn keel. Slikken deed pijn.
      Toch had Jayne gelijk. De hemel was verduisterd, er hingen dikke donderkoppen en de wind was snijdend koud. De schoonheid van Imladris werd versluierd en Elrond wist dat Jayne daarvoor zorgde. Onbewust of bewust, dat wist hij niet.
      Ze draaide zich om. Er was een vastberaden trek rond haar mond. ‘Ik kan Annatar niet vergeven. Voor wat hij mij heeft aangedaan en voor wat hij mijn broer aandoen. Hij heeft hem geknecht, een dienaar van Morgoth van hem gemaakt.’
      Elrond deed een stap achteruit toen hij de naam van zwarte Valar hoorde. Als dat echt waar was, dan was ze haar broer voor altijd kwijt. Hij zou nooit worden toegelaten tot de hallen van Mandos, nooit een bestemming hebben na zijn dood.
      ‘Wat…’ Hij kon geen woorden vinden voor deze verschrikking. Hij sloeg zijn armen om haar heen en trok haar weer tegen zich aan. Hoewel de tranen in zijn ogen brandden, bleef Jayne doodstil. Er kwam geen traan over haar wang. Wel begon het te rommelen boven hen en een paar tellen later barstte de hagel los.
      Hij trok haar mee onder een uitsparing in de rotsen. Toen ze hem aankeek, ging er een schok door hem heen. Nog nooit had hij een blik gezien die zo donker, zo duister was.
      ‘Wat ga je doen?’
      Ze keek hem recht aan. ‘Ik ga hem doden.’
      ‘Annatar?’
      Haar ogen vlamden op. ‘Mijn broer. Voordat hij echt reddeloos verloren is.’ Haar kaken verstrakten. ‘Maar als ik de kans krijg om een zwaard door Annatars hart te drijven, zal ik die zeker niet laten voorbijgaan.’
      ‘Jayne…’
      ‘Waarschijnlijk overleef ik het niet, nee. Maar weet je, Elrond? Dat maakt mij uit. Met de wetenschap dat mijn broer deze wereld gaat vernietigen en een speelpop van het kwaad zal zijn, kan ik niet leven. Dan leef ik liever niet.’
      Ze draaide zich om. Hij deed een graai naar haar arm, maar een plotseling windvlaag stootte hem naar achteren. Toen hij weer overeind kwam, was ze verdwenen.
      ‘Jayne!’ schreeuwde hij.
      Het geraas van de wind slokte zijn kreet meteen op. Hij zakte door zijn knieën en sloeg zijn handen voor zijn gezicht. De tranen die Jayne niet had kunnen uiten, vergoot hij.

Reacties (3)

  • LynnBlack

    Aaaarrghhh! Zo spannen! Ze gaat echt een pure zelfmoord poging ondernemen...

    3 jaar geleden
  • Vasya

    Nooo Jayne, dat is toch nutteloos, why :c

    3 jaar geleden
  • SonOfGondor

    Oh no, Jayne, dat ga je nooit winnen...

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen