Woedend stonden de broers en zus tegenover elkaar.
      "Jullie zijn hier de egocentrische debielen! Jullie hebben nooit aan mij gedacht als pa en ma mij niet kozen of geen compliment gaven. Jij kreeg zwaarden, dolken en alle wapens die je maar wilde voor je legeropleiding en Cerice kreeg die ene boog die ze zo graag wilde, omdat ze wilde leren jagen voor als wij weg zouden zijn. Ik heb altijd met jouw afgedankte wapens moeten oefenen, zelfs als ze bijna uit elkaar donderden van ellende, Axel!" brulde Roden voordat hij Axel weer bij de keel probeerde te grijpen. Cerice was hem echter voor en gaf hem een stoot tegen zijn keel. Piepend liep Roden terug achteruit.
      "Je moet nu echt je grote bek gaan houden, Roden! Pa en ma trokken niemand van ons voor, jij hebt nooit iets gevraagd. Je haat ze, omdat jij onbekwaam was! Wees nou verdomme eens redelijk!"
      "Nee, Cerice. Ik ben het zat. Ik ga jullie uitleveren aan heer Antor en ik zal de grootste soldaat in zijn leger worden!" Roden greep Cerice bij haar keel, maar voordat hij meer druk kon uitoefenen op haar luchtpijp vielen de handen slap op haar schouders en zakten langzaam naar beneden. Axel had zijn zwaard door Rodens lichaam gejaagd en Roden bloedde als een rund. Het lichaam werd bij dat van Kean gesmeten en Axel pakte Cerice vast.
      "Het is tijd dat we terug naar Astra gaan, Cerice," mompelde Axel. Hij trok haar weg van de twee lijken en begon haar richting de bergen te leiden. Verward volgde ze haar broer over het besneeuwde pad terug naar de Stad van de Denkende.

De reis was pittig geweest, maar minder erg dan de heenweg. Alsof de dood van Kean de stormen en andere gevaarlijke weersomstandigheden had opgeheven. Toen ze arriveerden in de Stad was het al donker buiten en besloten ze in een herberg te overnachten en de volgende dag verder te lopen naar hun paarden.
      "Cerice, ik ga regelen dat we morgen weer voedsel krijgen. Ga jij maar alvast slapen, ik ben zo terug." Voordat Cerice iets terug kon zeggen was Axel de kamer alweer uit. Met tranende ogen ging ze op het grote bed liggen en dacht diep na. De slaap zou ze vandaag toch niet kunnen vatten nadat ze twee keer iemand had zien sterven voor haar voeten op één dag.
      Voordat ze het wist was Axel weer terug en was hij naast haar in bed gekropen. Hij had haar tranen weggeveegd en een arm om haar heen gelegd.
      "Jij kan ook vast niet slapen vannacht?" vroeg hij terwijl hij naar het plafond staarde. Cerice maakte een instemmend geluidje. De rest van de nacht bleef het rustig. Ze praatten over koetjes en kalfjes, probeerden de dood van hun broers en hoop te vergeten, en lagen wat op het bed.
      Cerice besloot haar haren weer bij te werken en te zorgen dat ze er weer mannelijker uit zag. Ze trok het korset weer aan om te wennen aan het gevoel. Toen ze terugkwam schudde Axel zijn hoofd afkeurend heen en weer, maar hij kon niks bedenken om echt mee te protesteren.
      Toen de eerste lichtstralen de kamer in piepten stonden ze op, ontbeten ze en vertrokken ze met een volle rugzak op weg naar de paarden en Astra.

De paarden waren moe van de reis richting Astra en voordat ze de paleisstad betraden stegen Axel en Cerice af om hun dieren al wat rust te gunnen. Toen ze echter de stadspoort door waren, werd Axel direct door wachters vastgepakt. De teugels van zijn hengst werden aan Cerice overhandigd.
      "Axel Devon, leerling-commandant van het 546ste bataljon, leerling van commandant Jach, u wordt veroordeeld wegens hoogverraad. De verhoring zal vandaag nog plaatsvinden en uw straf wordt morgen doorgevoerd. U hebt het recht te zwijgen en uzelf te verdedigen tegenover heer Antor," blafte een van de wachters. Cerice keek vragend naar de wachter en naar Axel.
      "Ceraro, neem mijn trouwe strijdros mee naar de legerstallen. De knapen zullen hem daar verder verzorgen. Dank voor de hulp," knikte Axel. Zuchtend liep hij met de wachters mee richting de cellen van het paleis. Cerice begeleidde vervolgens alleen de twee hengsten naar de stallen en gaf de teugels aan twee knapen.
      "Verzorg ze goed, de zwarte is van mij, de vos is van Axel Devon, leerling-commandant van het 546ste bataljon," zei ze emotieloos en ze beende naar haar vertrek. Toen ze daar binnenstormde zag ze echter Antor op haar bed wachten.
      "Ceraro, wat fijn dat je terug bent. Ik dacht dat je nooit terug zou keren van je zoektocht. Heb je genoten van het mooie Sylican?" vroeg hij nonchalant. Cerice knikte formeel en zette haar rugzak op de grond bij het bureau neer.
      "Het was een zeer enerverende reis."
      "Ik neem aan dat ze Axel Devon al hebben onderschept?" Antor keek haar glimlachend aan en opnieuw knikte Cerice.
      "Waarom is hij eigenlijk opgepakt? Wat heeft hij misdaan?" vroeg ze geïnteresseerd.
      "Zijn broer, Roden, kwam mij vertellen dat hij van plan was mij van de troon te stoten en een opstand te beginnen. Ik zal hem persoonlijk verder ondervragen, maar ik vertrouw al mijn mannen op hun woord. Roden zal vast een goede reden gehad hebben dit te vertellen. Waar is Roden eigenlijk? Hij was toch ook mee naar Sylican?"
      "Roden is omgekomen op een van de bergpassen. Het was slecht weer en hij gleed uit. We hebben geprobeerd zijn lichaam te vinden, maar het was onmogelijk," antwoordde Cerice.
      "Dat is zeer spijtig. Hij was een goede soldaat. Hij had zeker verder kunnen komen als hij wat meer initiatief had genomen. We zullen binnenkort een afscheidsceremonie voor hem houden, ondanks dat zijn lichaam hier niet is." Antor stond op en liep richting de deur. "Je bent vast moe en zal willen douchen. Dat is misschien ook wel nodig. Ik zie je vanavond bij de veroordeling van Axel Devon."
      Zonder nog een woord was Antor verdwenen en besloot Cerice te douchen. Hij had gelijk gehad; ze stonk. Ze ontdeed zich van haar kleding en stapte onder de warme waterstralen. Het deed pijn om Axel in gevaar te zien verkeren. Na de douche besloot ze haar formele kleding aan te trekken. Het zwarte pak viel losjes om haar heen, maar de insignes die op de borst vastgemaakt waren zagen er professioneel uit en de nestel die om haar schouder zat en naar haar borst liep gaf haar het gevoel dat ze in een sprookje speelde, maar niets was minder waar. Ze zou de veroordeling van haar broer bijwonen in sprookjesachtige kledij.
      Er werd op de deur geklopt en een wachter kwam haar halen om haar te begeleiden naar de hal waar het proces plaats zou vinden. Antor zat al te wachten achter het bureau dat was geplaatst en gebaarde dat Cerice naast hem moest gaan zitten. Axel zat geknield voor het bureau met zijn handen aan de vloer geboeid. Toen de deur met een klap sloot schraapte Antor zijn keel.
      "Bij deze het proces van Axel Devon, leerling van commandant Jach. Axel, je wordt veroordeeld wegens hoogverraad van de Sylicaanse troon en een poging tot rebelse activiteiten en opstanden. Wat is hierop jouw antwoord?"
      "Onschuldig," pleitte Axel.
      "Roden Devon heeft mij echter andere dingen verteld. Jij zou op zoek willen gaan naar de "rechtmatige" troonopvolger om mij van de troon te kunnen stoten. Ik vertrouw al mijn mannen op hun woord, dus leg mij uit waarom Roden hierover zou liegen." Axel bleef na dit argument angstvallig stil en Antor glimlachte al. Axel keek naar Cerice en ze zag de emoties in zijn ogen. Hij wist wat er zou gebeuren.
      "Wegens stilte verklaar ik je hierbij schuldig van de bevonden aanklachten. Ik veroordeel je ter dood, Axel Devon."

Reacties (1)

  • katl1

    Neee!
    SNEL VERDER PLEASE

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen