De dagen na Axels executie leken maar niet voorbij te gaan. Cerice voldeed aan haar plicht en bracht de rest van haar tijd doelloos op bed door. Eten interesseerde haar niet, baden of douchen evenmin, en slapen lukte gewoonweg niet. Ze voelde zich slecht en had alle hoop op een gelukkig leven opgegeven.
      Na weer een slapeloze nacht stond ze op van bed toen er op de deur werd geklopt. Ze kleedde zich aan en friste zich even snel op. Als een zombie liep ze naar de ontbijtzaal om daar gelijk een glas alcohol weg te slaan voordat ze ging eten.
      "Ceraro, het is straks tijd voor een legervergadering. Ook jij moet erbij zijn. Ik weet dat de dood van de twee Devon soldaten je zwaar is gevallen door de korte periode die er maar tussen zat, maar dit is belangrijk," sprak Antor duidelijk. Hij duldde geen tegenspraak.
      "Natuurlijk, heer Antor. Ik zal er gewoon bij zijn." Cerice begon snel wat te eten, maar kreeg na drie happen als niks meer weggewerkt. Toch probeerde ze nog wat te eten voordat ze de zaal weer verlieten, op weg naar de vergadering.
      In de hallen van het paleis liepen al verschillende commandanten, soldaten en andere officieren richting de vergaderzaal. Antor begaf zich vrij snel richting de zaal en Cerice kon het tempo maar net volhouden. De ruimte begon langzaam gevuld te raken. Antor had zich al op zijn troon gezet en Cerice nam plaats op de stoel naast hem. Nadat alle stoelen bezet waren werden de deuren dichtgeslagen en schraapte Antor zijn keel.
      "Ik heb jullie vandaag bijeen geroepen om iets te bespreken. Inmiddels is het al een tijd geleden sinds we Emperya hebben veroverd en andere koninkrijken hebben hier al woord van gekregen. Zerdras heeft ons de oorlog verklaard en wij moeten ons klaar gaan maken voor de strijd. We moeten het leger zo snel mogelijk optrommelen en we vertrekken over vijf nachten naar Zerdras."
      "Heer Antor, is dat niet wat snel?" vroeg een van de commandanten aan de linkerkant van de zaal.
      "We kunnen niet lang meer wachten. Mijn strategen hebben het plan al uitgewerkt, we hebben alleen nog even tijd nodig om de troepen in te lichten. Met een beetje snelheid kan dit binnen zeven nachten gedaan zijn."
      "En wat moeten wij onze troepen precies vertellen?"
      "Vertel hen dat het koninkrijk Zerdras de oorlog aan het Sylicaanse Rijk heeft verklaard en wij ons land gaan verdedigen. Zeg hen dat ze zich moeten voorbereiden op een strijd. Licht alle smidsen in en zorg dat er genoeg materiaal is om nieuwe schilden en wapens te maken. Zerdras zal spijt hebben van hun fout."

De strijd was nabij. Het Sylicaanse leger was klaar om het leger van Zerdras aan te vallen. Antor had voor de vorm wapenuitrusting onder zijn rode mantel, maar bleef achter de troepen te paard. Cerice reed naast hem op de zwarte hengst die Antor haar had geschonken na de reis naar Sylican.
      "Ceraro, hoe denk je dat deze slag gaat eindigen?" vroeg Antor uit het niets.
      "Ik denk dat er veel doden zullen vallen aan beide kant, maar dat het Sylicaanse Rijk Zerdras zal verslaan," antwoordde Cerice.
      "Kun je ook verklaren waarom je dit denkt?"
      "Ik heb het Sylicaanse leger zelf als vijand tegenover me gehad en het zijn goede soldaten. Ook deze keer heeft u het voordeel van de verrassing en zullen de troepen van Zerdras dus eerst moeten overschakelen naar een tactiek. Dit zal even duren en die tijd is essentieel om een strijd te winnen. Als wij die momenten dus goed benutten hebben wij een hele grote kans te winnen zonder heel veel verlies," beargumenteerde Cerice haar standpunt en Antor knikte goedkeurend.
      "Je hebt dus goede strategische eigenschappen. Jij bent erg belangrijk voor het leger, Ceraro. Ook voor de krijgsgevangenen ben jij een symbool. Heel Ogron kent inmiddels de legendarische Ceraro die direct na het behalven van een diploma lijfwacht werd van de Emperyaanse prinses, gevangen werd genomen, werd gespaard en vervolgens trouw zwoer aan de koning van de vijand. Ondanks dat je voor velen een verrader bent, ben je ook een hoopsymbool, dat er toch nog iets goeds kan gebeuren na gevangen genomen te worden." Antor trok aan de teugels van zijn strijdros waardoor deze halt hield. "Ik wil hier het kampement van deze troepen. Zorg dat er een aantal manschappen zijn die de tenten klaar maken."
      "Komt in orde, heer." Cerice spoorde haar hengst aan tot de galop en haalde een paar commandanten in. Zij salueerden formeel naar haar en wachtten af op de orders van Antor.
      "Heer Antor wil een aantal manschappen die het kampement in orde gaan maken. Welke bataljons kunnen wij hiervoor gebruiken?" De grote groep soldaten was inmiddels gestopt en wachtte op verdere commando's van hun leider.
      "Mijn manschappen mogen gebruikt worden. Bataljon 899! Maak je gereed om om te keren en het kampement op te zetten," brulde een van de commandanten en een groep van vierhonderd man draaide om en marcheerde terug naar waar Antor stond.
      "Hartelijk dank." Cerice galoppeerde terug naar Antor en wachtte op de groep die het kampement klaar moest zetten voor de drieduizend mannen die via deze route naar Zerdras waren getrokken.
      De soldaten begonnen direct met het opzetten van het grote kampement. Ze gingen uit van tien man per tent en ongeveer vijfhonderd man per keer in het kampement. De rest bleef op de plaats of had een kampement verderop in Zerdras. De grootste tent was voor Antor en Cerice en deze zag er ook werkelijk indrukwekkend uit. Het grote, rode zeil dat over de rode met goud afgewerkte stof was getrokken glansde net zoals de gouden stofdraadjes. De binnenkant was immens en kon met gemak een groep van vijftig man onderdak bieden. Achterin de tent was een extra lap stof die naar beneden viel en Cerice keek hierachter.
      "Dat is jouw slaapplek. Het is niet de bedoeling dat mijn lijfwacht naast me slaapt, maar wel in dezelfde tent slaapt," sprak Antor. Cerice knikte en keek even. Er lag een matras met een deken en een kussen en er stond een stoel waar ze haar kleding op kon leggen. Er was genoeg ruimte voor haar alleen en daar was ze tevreden mee.
      "Heer Antor! De strijd is begonnen!" hijgde een soldaat toen hij de tent binnen kwam vallen. "Zerdras heeft onze troepen gevonden en het gevecht is gestart. Er zijn ongeveer duizend mannen via de bossen gevlucht en proberen nu achter de vijandelijke bataljons te geraken."
      "Dank voor deze informatie. Vertel de commandanten dat iedere twintig nachten een ander bataljon naar dit kampement kan komen." Antor keek niet op of om toen hij antwoord gaf en ging pas zitten op een stoel toen de bode weg was.
      "Heer, wat moeten wij nu doen?" vroeg Cerice.
      "Wij moeten nu afwachten. Het is aan het leger om de strijd te voeren, ik ben hier alleen voor de morele steun van de troepen en voor de strategie," zei Antor nonchalant. "Probeer wat rust te nemen, we zijn al een tijd onderweg."
      Cerice knikte en verborg zich achter de flap. Ze trok alleen haar wapenuitrusting uit voordat ze op het matras ging liggen en haar ogen sloot. Het was tijd voor de strijd.

Reacties (1)

  • katl1

    SNEL VERDER

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen