Foto bij 114 Rusteloos

Ik zou wel willen slapen, maar het lukt me niet. Het zijn niet mijn gedachten of mijn stressgehalte dat me verhinderen in een onbewuste slaap af te zakken, het is mijn partner. Het is niet dat hij beweegt of zucht of iets opmerkelijks doet, maar dat is het hem misschien wel juist. Hij ligt stil op zijn rug naar het plafond te staren, onze benen verstrengeld in elkaar als de oortjes van je telefoon.
“Har,” ik fluister zijn naam zachtjes. Het is zo warm aan het worden in bed. De krullenbol richt zijn groene ogen voorzichtig op mij, in het halfdonker uiteraard.
“Er zijn mensen buiten.”
“Er zijn altijd mensen buiten.” Ik glimlach om de serieuze toon in zijn stem en probeer dat te compenseren door mijn opmerking grappiger te maken.
“Voor de garage.”
“Laat ze buiten zijn.” Hij staart even naar me waarna hij zijn blik weer afwendt. Er is iets en hij wil het niet zeggen of hij weet zelf niet wat er is.
“Ga je me nog vertellen wat je zo rusteloos houdt?” Hij schudt kort zijn hoofd, de frons is aanwezig.
“Ik weet het niet, Lou.” Zijn stem is krakerig en hees waardoor ik een mondhoek optrek en mijn hoofd terug neerleg in het kussen.
“Dan kan ik je ook niet echt helpen.” Ik wil gewoon slapen. Het is mijn goede geest die me aanmaant om de onzekere mens te beschermen tegen zijn onzekerheid. “We kunnen nu toch niets meer doen.”
“Ik hoor ze praten, Lou.” Zijn ogen zijn gericht naar het plafond terwijl hij zich lang maakt door met zijn gespierde rug in de matras te duwen. Wat moet ik hier op zeggen?
“Negeer ze gewoon. Concentreer je op mij.” Nu leg ik me op mijn zij zodat ik meer ontspannen kan liggen. Har is dat echter nog niet helemaal. “Alleen op mij. Het komt wel goed, beloofd.” Hij zucht zachtjes en gaat dan toch terug meer liggen.
“Ik zal proberen.” Ik glimlach vermoeid en knik dan maar.
“Slaap wel, Beerie.” Met een grijns kust hij mijn lippen ook slaapwel.
Ik zucht als ik een blik op mijn telefoon werp. Ik ben vijf minuten voor mijn alarm wakker geworden, dat is dan ook weer typisch wanneer ik een lange matchdag voor de boeg heb. Ik zet het alarm af en sta voorzichtig op, proberend de grote krullenbol niet wakker te maken. Voor eens lijkt hij rustig en vredevol. Ik maak mijn ontbijtje in volledige stilte, iets wat wel raar is. Zouden er nog mensen buiten staan? Ik hoop van harte dat dat niet meer het geval is. In ieder geval…
“Hallo, mam? Waarom bel je me al zo vroeg?” De vermoeidheid valt als koude regen weer over mijn lichaam heen. Van druppels naar een hele bui.
-“Louis William Tomlinson,” dit is niet goed, “ik ben niet te spreken over je vertoning op tv gisterenavond. Ik ben je moeder! Kon je me niet eens verwittigen dat er zo’n soort van uitzending aan zat te komen?” Ah. Als ik antwoord dat ik het gewoon vergeten ben, wordt ze nog bozer.
“Ik wou je niet extra belasten. De uitzending zelf verandert ook niet veel aan mijn…” Een plotselinge bieptoon doet me mijn telefoon van mijn oor verwijderen. Super volwassen hoor. “Ze heeft opgehangen.” Ik geef de gespierde man die net de keuken komt ingewandeld een blik en besluit dan maar verder te doen met mijn ontbijt.
“Dat hoorde ik. Is ze echt boos?” Ik haal mijn schouders op.
“Geen idee, dat moet ze zelf weten. Ze belt me alleen als ze iets nodig heeft of als ik iets moet doen.” Eerlijk gezegd word ik dat stilletjes aan ook wel beu. Ik negeer expres Harry’s groene ogen, die overduidelijk oogcontact zoeken, door mezelf wat drinken in te schenken. Zijn roze lippen wijken uit elkaar en gaan dan weer toe. Waarschijnlijk twijfelt hij over het nut van zijn volgende zin.
“Ze blijft je moeder, Louis.” Hij zegt het dan toch. Op een of andere manier lijkt de term ‘moeder’ veel voor hem te betekenen. Het gaat vast weer over dingen die in zijn duizend jaren oude leven gebeurd zijn. Ik knik dan ook maar braafjes en eet verder in stilte. Aankleden, alles in een tas gooien… De routine verveelt me op dit moment. Er is slechts één element dat die routine nog kan doorbreken.
“Zijn ze er nog?” Harry’s grote gestalte leunt in de deuropening terwijl ik mijn schoenen aandoe. De sfeer tussen ons is anders dan normaal, eerder gespannen. Ik weet het niet, maar het is iets dat voelbaar is.
“Mh-h.” Wanneer ik rechtkom besluit ik er iets aan te doen en ga ik voor zijn lippen die me warm ontvangen, figuurlijk want zijn lichaamstemperatuur is aan de koude kant.
“Sorry,” hij glimlacht en kust mijn lippen na die woorden kort opnieuw. Die daad doet het vuur naar de bom in mijn buik zich nog sneller verspreiden.
“Waarvoor?” Zijn stem is hees. Ik streel kort over zijn slaap, hij sluit zijn ogen.
“Deze morgen is raar.”
“Ik vergeef het je.” De droogheid en grijns van hem doen me lachen. Ik duw hem met mijn lichaam helemaal tegen de muur, maar leg dan braaf mijn hoofd op zijn sterke schouder. Dat bedoelde ik dus: we weten niet wat het is, maar er hangt hier een gekke sfeer.
“Vertrek je alleen of heb je een sterke, knappe escorte nodig?” Ik lach opnieuw en haal mijn hoofd van zijn onrustige schouders.
“Ik denk dat je jezelf een onzichtbare escorte mag regelen.” Hij grijnst zo charmant als hij alleen dat kan en vraagt duidelijk voor een kus op zijn volle lippen. Ik negeer dat signaal en wil vertrekken. “Ik moet mijn schoenen gaan aandoen.” Als ik effectief de beweging richting de deur maak, voel ik twee sterke armen en volle lippen in mijn nek die me doen lachen.
“Je bent zo’n slechte leugenaar, Louis.” Ik negeer hem en zet mijn handen tegen zijn zij om me toch ietwat te kunnen verdedigen. Als hij me laat doen, kijken we elkaar even aan. Zijn hoofd is sneller bij het mijne dan ik het mijne bij het zijne zou krijgen, en zo steelt hij zijn kus dan toch. Ik grijns en wandel hem nu wel voorbij, want zoals altijd is het immers tijd om te vertrekken. Te laat komen staat niet bij mijn favoriete eigenschappen en dat zal er hopelijk ook niet opgezet worden door iemand anders. Har komt in de deuropening hangen.
“Je belt me onmiddellijk als er problemen zijn of als je me iets wilt vertellen.” Ik bind mijn veters en knik serieus omdat hij het ook echt serieus meent. “Of als je dat zelfs niet wilt doen.” Ik glimlach en sta op. Zijn zachte krullen bevinden zich snel in mijn handen terwijl ik hem nog even betuttel.
“Het komt goed, schatje.” Zijn grote groene ogen passen bij mijn troetelnaampje dat dan weer niet bij zijn stoere maar zachte lichaam past. Ik rits mijn jas toe en neem mijn tas. Volgens mij is de vampier zenuwachtiger dan ik ben, maar hij kan het beter verbergen. Ik voel voorlopig enkel de rust, nog wel. “Tot straks. Ik heb match, hé.” Hij schudt met zijn krullen in een ja-beweging waarna ik de deur achter me sluit. In de parkeergarage is de lucht koel en ijl, het is er opvallend stil. Mijn zware tas wordt ergens achteraan op de bank geslingerd en de radio zet ik zachtjes op. Ik moet wel even diep ademhalen voordat ik de poort kan laten opengaan en naar de troep mensen voor mijn deur kijk. Niemand omrijden is geen evidentie. Als haringen duwen ze zich in de ton: met de beste plaats voor een foto als doel. Gelukkig heb ik getinte ruiten en is er niets te zien, dus ik glimlach gewoon zonder echt te stoppen en rij voorzichtig verder. Niall ophalen omdat hij vanavond anders toch weer zijn auto aan het stadion laat staan. Op die manier kan ik mijn gedachten toch wat verzetten van de drukte die de pers met zich meebrengt. Uiteindelijk besef ik dat ik echt volledig aan niets aan het denken was. Een leegte in mijn hoofd. De Ier stapt in, zijn blauwe ogen verraden meteen het gevoel dat door hem heen trekt. Hij is bezorgd, want eigenlijk is Niall gewoon zo’n schatje.
“Moet ik vragen hoe je je voelt?” Ik glimlach en rijd weer de weg op terug richting de drukkere wegen.
“Ik weet het zelf niet, Ni. Ik voel me afwezig.” Volgens mij is Harry’s gewoonte besmettelijk, want nu fronst hij ook al.
“Zolang je dat in de match niet bent.” Ik schud vastberaden mijn hoofd.
“Ik doe gewoon hetzelfde zoals anders, want er is ook niets veranderd.” Niall knikt, maar het is niet overtuigend. “Ni, we gaan gewoon spelen.” Nu grijns ik wel ontspannen en op die manier glimlacht hij ook langzaam.
“Wij spelen nooit gewoon. Wij spelen extra.” Ik lach wanneer hij dat zegt en daarmee ook meteen het volume van de radio verhoogd. We rijden en even zit ik gewoon ontspannen in de flow. Dat even stopt wanneer ik aan de poort van ons stadion kom. Of waar de poort zou moeten staan. Het staat er bomvol met pers en bewaking voor ons. Ik besluit gewoon traag te rijden en geef Niall nog even een zijwaartse blik.
“Gewoon blijven bollen.” Ja, makkelijk gezegd maar niet gedaan. Ik probeer de auto gewoon te laten lopen terwijl verschillende felle flitsen me doen fronsen. We rollen dan toch over de streep waarna de poort zich achter ons sluit en ik even kan zuchten. “Het is hun werk.”
“Jammer genoeg wel, ja.” Ik zucht nog een keer terwijl ik uitstap en mijn jas dichtdoe. De bus staat klaar voor vertrek, maar zo te zien is nog niet iedereen aangekomen. Dat betekent dat ik een goed plaatsje kan uitzoeken om verder te dutten.

Everyone loves Louis.

Reacties (1)

  • Paardenvriend

    "Hij is bezorgd, want eigenlijk is Niall gewoon zo’n schatje"

    YES dat is ie zeker heheh. minee

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen