Foto bij 116 Vangst

De atmosfeer in het stadion is gigantisch. De Arsenalfans, die allemaal in het rood gekleed zijn, roepen luid. Wanneer we als team worden uitgefloten tijdens de groepsfoto negeer ik het. Dat betekent enkel en alleen maar dat ze ons willen intimideren omdat we zo goed zijn. Ik geef en ontvang de meeste jongens nog een bemoedigend klopje voordat we ons opstellen om te starten. Het lawaai is absoluut verschrikkelijk waardoor het me veel moeite kost om me op de rollende bal te concentreren. De miezerregen die uit de hemel valt, vertroebelt mijn zicht waardoor het nog moeilijker wordt. Ik krijg een eerste korte balcontact en probeer er iets mee te doen. Elke keer weer probeer ik er voor te zorgen dat onze situatie er beter uitziet wanneer de bal bij mij geweest is. Ik hoor weer gefluit wanneer de bal tegen de binnenkant van mijn voet botst. Het neemt toe. Ze willen me blijkbaar ontmoedigen, uitlachen, vernederen voor een of andere reden die wel iets met gisterenavond te maken zal hebben, maar dat raakt me niet. Het moedigt me zelfs aan om te bewijzen dat ik wel degelijk een goede speler ben en meer dan dat. We schuiven op dankzij Dele’s druk en enkele tactische passen over zowel mijn- als Sons flank. Jan roept ons langs achteren iets toe, ik hoor het niet. Ik voel enkel de duizenden blikken en het gefluit terwijl ik probeer een weg te zoeken door bomen van verdedigers. Ze tackelen me. De grond is nat en koud en mijn geschaafde wond huilt zachtjes mee met het weer. Aangezien Kyle niet op die tackel reageert, zal het wel een correcte geweest zijn. Ik sta op met een natte broek en een frustratie die me hongerig maakt.
Ze hebben een corner gekregen. Ik sta langs Niall die zijn gespierde lichaam gebruikt om de verdediger uit de buurt van een mogelijke bal te houden. Ik sta aan de eerste paal, mijn lichaam houdt nooit een vastberaden aanvaller tegen. Het is een enorm hoge bal waardoor de regendruppels in mijn ogen vallen. Hugo komt uit zijn doel en slaat de bal weg, maar een of andere speler krijgt er zijn voet nog tegen. Reflexmatig beweeg ik me richting de bal. Ik mag hem niet aanraken, dus spring ik om de harde klap op mijn borst op te vangen en de bal weg te stampen. Het gefluit begint weer, maar ik heb andere pijnen. Een bal die zo hard vliegt, opvangen met je borstkas is geen goed idee. Het was mijn taak, maar alle lucht is uit mijn longen verdwenen terwijl ik hyperventilerend opzoek ga naar lucht. Ik voel dunne armen en grote handschoenen rond mijn middel. Hugo.
“Adem via je buik.” Ik probeer me op die beweging te concentreren, maar de omgeving is nog steeds een waas. Het spel is duidelijk verder gegaan zonder mij. Een paar keer knipperen met mijn ogen zou me dan ook verder moeten kunnen helpen.
“Ik ga verder spelen.” Zonder op een opmerking te wachten loop ik terug naar mijn oorspronkelijke positie, het gefluit blijft aanhouden. Ik werp een blik op de plaats waar onze fans zitten en merk op dat zij aan het zingen zijn. Mijn naam, ze zingen mijn naam. Zij staan me wel bij.
We geven elkaar een bezwete hand. Het lawaai neemt toe en het lijkt wel alsof mijn vermoeide hersenen nog ergens een signaal met mijn naam oppikken. Ik glimlacht dan ook en loop naar ons publiek toe. Publiek dat ook helemaal meegereisd is. Het bedanken duurt langdurig, het voelt net aan als anders. Wanneer ik van het veld stap, staat er nog een journalist die een woordje na de match wil.
"Louis, nog een paar vragen alsjeblieft?" Mijn mond gaat al bijna open om 'nee sorry' te zeggen, maar dan kom ik dezelfde man opnieuw tegen bij het buiten gaan.
"Heel snel dan."
"Wat is je gevoel na deze match?" Ik haal nog snel even een hand door mijn natte haar, dat overigens ook tegen mijn voorhoofd plakt.
"De andere ploeg heeft enorm sterk gepresteerd. Ik ben blij dat Dele ons vandaag nog eens zijn klasse kon tonen om zo toch de drie punten mee naar huis te nemen."
"Hoe kwam het dat het moeizaam verliep?" De man kijkt me echt heel intrigerend aan. Ik negeer het en probeer me ergens anders op te richten, al is en blijft hij een afleidende factor.
"De andere ploeg stond echt als een defensief blok te spelen en waren gevaarlijk op de counter."
"Hoe ga je deze overwinning nu vieren?" Ik glimlach, ik had zulke vragen verwacht.
"Net zoals anders."
"En hoe is dat dan?"
"Een warme douche en daarna wat rusten." Ik knik dat het voldoende is, de man laat me gaan. Het is normaal dat ze nieuwsgierig zijn, denk ik dan.
"Hé, Har. We vertrekken nu met de bus terug. Ik denk dat ik binnen anderhalf uur thuis kan zijn."
-"Ik kijk er naar uit. Je appartement is super saai zonder jou."
"Ik neem aan dat je jezelf wel kan amuseren." Ik grijns als zijn hese lach ook volgt en stap ondertussen in de bus. Buiten het stadion is het nog steeds druk. Die afgezette zone is dus wel een handig iets.
-"Dat is minder leuk."
"Mh-h," ik glimlach nog steeds en denk even na. "Je kan je amuseren met Netflix als je het rustig wilt houden. En proper." Er is een stilte aan de andere kant van de lijn, maar het is een goede stilte. We grijnzen hoogstwaarschijnlijk beiden.
-"Ik heb de boodschap begrepen, je wilt me gewoon fris hebben straks." Ik antwoord niet, Niall zit net naast me en geeft me een bepaalde blik waarvan je rode wangen krijgt. "Moet ik niet naar het stadium komen...? Je weet nooit of er nog andere geïnteresseerden zijn."
"Geïnteresseerd in? Mijn strakke lichaam dat niet bij jou is?" Ik plaag hem maar, hij wordt er aantrekkelijk geïrriteerd van. De toonhoogte daalt hoorbaar.
-"Lou, hou op met zulke dingen voordat ik dingen doe die niet even proper zijn." Ik lach, Niall bekijkt me nog steeds. Misschien is het maar goed dat hij geen vampiergehoor heeft.
"Ik moet Niall ook nog terugbrengen. Als ik achtervolgers heb en ze zijn niet knap, dan bel ik je misschien wel terug." Zijn grom doet de kriebels in mijn buik toenemen. En of ik hem gek gemaakt heb. "Misschien zeggen zij wel iets van mijn wondermooie assist."
-"Jammer dat je niet scoort." Oh, nu ben ik beledigd.
"Ik denk dat ik dat net wel gedaan heb. Zie jij maar dat je niet op de reservebank belandt. Tot straks." Ik leg meteen af, Niall begint immers te praten en dan wil hij ook je volledige aandacht.
"Jullie zijn zo'n stel pubers."
"Jij hebt helemaal niks gehoord." Jan draait zich om en geeft me een blik.
"Kerel, mijn dochter kan nog beter vieze zinnen coderen." Mijn mond valt open als Nialls blauwe ogen die zin beamen.
"Ik weet niet waar jullie het over hebben." Het is heel strategisch dat ik net mijn koptelefoon boven haal.
"Oh ja, luister maar niet meer." Ik lach om Jan. De geluidsvoortbrenger staat enkel op een oor en ontvangt geen enkel signaal om muziek te gaan spelen. Niet dat hij dat weet. Een beetje rust na zo’n heftige match is ook wel welkom.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen