Foto bij 119 Romeo

Derde persoon
Er is veel gevloek beneden op de gang. De grote man met krullerig haar en heldergroene ogen wandelt soepel de trap op. Hij stopt een verdieping eerder dan normaal. Zijn bewegingen stralen veel zelfzekerheid en kracht uit. De vampier twijfelt dan ook niet wanneer hij een slaapkamerdeur open doet. Daar ziet hij zijn geliefde slapen. Even onrustig als altijd. Het lijkt wel alsof de kleine voetballer steeds weer wil vechten met de weelde van lakens rond hem. Hij blijft even staan observeren. Uiteindelijk neemt het sterkere gestalte dan toch het slapende lichaam vast. De jongeman verzet zich eerst, slapend, maar wanneer hij de geur van zijn ontvoerder lijkt te herkennen, ontspant hij en klemt hij zijn armen stevig rond het torso van de vampier. De trappen vormen geen enkel obstakel voor de kracht van deze. Hij legt de jongeman neer in zijn bed, in zijn persoonlijke kamer. De voetballer gebruikt echter zijn spieren en wordt opnieuw onrustig wanneer het contact met zijn liefde verbroken is. Het duurt dan ook niet lang voordat er kledij op de grond ligt. Lange slanke benen nestelen zich in de luxueuze matras, diep onder de lakens.
Ik word wakker door een lichtspleet en het vrolijke gefluit van vogeltjes. Dit is niet hoe ik normaal wakker word, dit is veel beter. Aangenaam verrast houd ik mijn ogen toe om de totale ervaring te krijgen. Het besef komt echter snel dat er nog een ademend wezen aanwezig is. Links van me. Ik probeer niet te glimlachen en rol tot op mijn zij tegen de spierkast aan. Hij ruikt vertrouwd. En hij heeft geen shirt aan. Ik kus zachtjes de broze huid die waarschijnlijk tot zijn borstkas behoort.
“Doornroosje is wakker.” Ik frons en duw ook de rest van mijn lichaam tegen het zijne aan, op zoek naar affectie. Nu ik toch wakker ben, komt dat realistischer over dan wanneer ik ‘slaap’.
“Hoe laat is het dan?” Ik open voorzichtig één oog: het bovenste. Harry heeft weer grasgroene ogen. Nee, het is lichter dan gras maar met dezelfde felheid. Oh ja, hij is ook weer warm en dus gevoed. Ik wil niet denken aan wat hij zich gevoed heeft.
“Nog steeds tamelijk vroeg. Acht uur, een nieuw record?” Zijn stem is krakerig hees en doet me dromen van meer. Ik wil hier blijven liggen in bed. Moe en dromerig…
“Grapjas.” Ik sluit mijn ogen weer, maar wordt geprikkeld om ze weer te openen. Een of andere hand streelt langs mijn zijde. Wanneer hij in mijn zij prikt, vliegt mijn arm er naar toe als verdedigingsmechanisme. “Jij bent niet lief.”
“Ben ik stout?” Hoe het woord van zijn roze lippen rolt, is onweerstaanbaar. Ik open terug een oog en ontdek zijn ondeugende blik.
“Dat ga ik niet voor je zeggen.” Hij glimlacht scheef en laat zijn hand rusten nu. Ik leg mijn hoofd weer neer en merk zijn beschadigde huid op. Het voelt zo egaal aan, maar er zijn vele verkleuringen die bewijs zijn van de gestreden gevechten. “Heb je ontbijt hier?” In de vorm van brood en een pot choco, liefst.
“Zeker.” Het rolt er dierlijk uit, bijna spinnend terwijl hij nu doorheen mijn haren wrijft. Ik zucht ontspannen en kom meer overeind; mijn hoofd ter hoogte van zijn schouder.
“Sta je het me toe als ik me omkleed en het ga verorberen?”
“Wat een oude woorden…” Hij lijkt te zuchten, maar ik weet niet of hij het meent. “Ik nodig je zelfs uit om op te staan en je om te kleden.” Voor hem natuurlijk. Zoals altijd draag ik op een vreemde plaats als deze niet meer dan een joggingsbroek die op een of andere manier altijd lijkt af te zakken. Oh, zie die oogjes blinken. Ik hef de lakens omhoog en kijk naar beneden. Hij draagt zelf nog minder. Het is niet eens een boxershort, het is minder stof. En spannender. Ik adem een paar keer in voordat ik me dan toch uit bed hijs. Harry lacht, ik negeer het. Wacht,-
“Waar zijn mijn kleren?”
“Wel, die heb je aan. Je trui ligt vast nog beneden.” Waarom klinkt hij zo geamuseerd? Ik geef hem een boze blik en bekijk de kamer kort.
“Dan vind je het vast niet erg als ik een van je strakke slips en te grote truien leen?” Zonder op antwoord te wachten, open ik de klerenkast. Als hij het echt zou willen, kon hij me toch tijdig stoppen. Wauw, er zit echt niets bijzonders in. Allemaal donkere of heel lichte kleuren. Ik neem er een aansluitend shirt met lange mouwen uit. En nu? Harry zegt niets, ik draai me om. Dit kan niet veel goeds zijn. Hij glimlacht slechts, oprecht gelukkig met mijn dilemma’s.
“Lukt het?” Hij grijnst en staat nu zelf ook op. De aanblik van zijn lichaam doet dingen met het mijne. Die dingen negeren is moeilijk wanneer hij dichterbij komt. Zo naakt. Zo mooi. Zo volmaakt. Hij weet het en hij doet geen enkele moeite om dat te verbergen.
“Hier heb je sokken en een boxershort.” Ik geef hem een vragende blik. “Je hebt toch nog training, of niet?” Ah, hij wil niet dat andere heteromannen me in een strakke slip zien. Oké.
“Je weet dat ik douche met hen, hé? Bijna dagelijks?” Oh, hij is wel degelijk jaloers. Mijn lach verbergen is moeilijk wanneer zijn ogen een donkerder mosgroen worden en zijn gezichtsuitdrukking harder wordt.
“Ik denk dat ik meer dingen met jou doe, bijna dagelijks.”
“Oh ja? Vandaag heb ik nog niets ‘liefde-achtig’ gekrege…” Voor ik het kan beseffen sta ik tegen de kast aangeduwd. Harry’s naakte lichaam is overweldigend dicht bij het mijne terwijl hij me zoent. Agressief, dominant maar vooral passievol. Ik grijns en duw hem speels weg wanneer hij me laat ademen. Zijn blik zegt alles. Wildernis. Uitdaging.
“Dankjewel voor je kledij.” Ik neem de gevallen sokken van de grond en trek ze aan, me heel bewust van Hars lichaam dat bijna tegen me aanstaat. Ik geef hem opnieuw een blik. “Toch niet hier?” Nee, hier, nu… Ik schud grijnzend mijn hoofd als hij zijn sterke schouders ophaalt.
“Waarom niet? We deden het ook bij jou thuis.”
“Met al die vampiers hier?” Ik begin te lachen en schud mijn hoofd. “No way.” Hij begint te pruilen, ik kom even dichterbij om hem een degelijke kus te geven waarna ik me verder aankleed. Hij lacht, zijn groene ogen stralen.
“Je ontbijt staat klaar voor je, op het terras.” Ik frons en ga dan toch twijfelend de gordijnen opentrekken.
“Ik was al vergeten dat er een terras was…” Hoe heeft hij dit zelfs allemaal gedaan? Hij grijnst alleen maar en begint zich ook om te kleden. Het is afleidend, moet ik toegeven, maar mijn knagende buik overhaalt me om toch maar eerst aan tafel te gaan zitten. Er staat één bord, en twee glazen. Ik negeer dat voorteken en zet mijn tanden dan maar in een sandwich.
“Wat een luxe.”
“Moet je normaal niet wachten tot iedereen aan tafel zit?” Ik geef hem een blik terwijl hij zo elegant als enkel hij dat kan gaat zitten.
“Jij was toch niet van plan om iets te eten.” Buiten mijn nek misschien. Hij knikt, ik geef hem een vragende blik. “Heb je mijn telefoon gezien?”
“In het stopcontact in de badkamer.” Ah ja, die had hij ook op zijn kamer. Ik glimlach en sta dan toch maar op. Ik zou er niet tegen kunnen als er iets ergs gebeurt, en ik weet van niets. De zon verwelkomt me terwijl ik het toestel terug opzet. Enkele gemiste oproepen, dat bedoel ik dus. Ik laat die oproepen voor wat ze zijn en sluit kort mijn ogen terwijl mijn tanden een sandwich fijnmalen. Harry zegt niets, ik hoor enkel de vogeltjes hun wispelturige liedjes zingen. Totdat mijn beltoon weerklinkt en ik mijn ogen fronsend weer open doe. Ik geef een ontspannen Harry een blik, hij beantwoordt deze niet. Het is blijkbaar mijn keuze, ik neem dan maar op.
“Met Louis.”
“Eindelijk, sinds wanneer slaap jij tot negen uur ’s morgens?” Ik negeer die opmerking, ze zal nog wel andere dingen te vertellen hebben. “Ik bel je omdat ik je nog eens wil zien. Ik wil met je praten.”
“Over?” Het klinkt ongeïnteresseerd, maar dat ligt aan de prachtige omgeving en mens rondom me. Dat spreekt me meer aan dan een telefoon met een moeder die noch kalm nog opgejaagd is. Er zit druk achter.
“Jouw uitspraken, de regeling en meer. Ik moet je echt zien, Wil.” Dat doet ze expres, om me pijn te doen. We gooien er even een ‘Wil’ achter in de zin van ‘zoon’.
“Wanneer?” Ik ben kortaf, zij is overduidelijk de vrager.
“Vanavond? Wil je blijven eten?” Ik schud mijn hoofd en besef dan pas hoe geconcentreerd Harry me aankijkt. Zijn ijsgroene ogen geven me kippenvel en doen me haperen.
“Euh-m, enkel praten volstaat. Ik zal vanavond binnenspringen, ik breng Harry mee voor Phoebe.” En voor mezelf.
“Ik wil met jou praten, niet met die jongen.” Ik geef Harry een blik, hij glimlacht enkel onschuldig. Harry is zoveel meer dan een jongen.
“Dat weet ik, tot vanavond.” Ik hang op en leg het toestel weg. “Dag jongen.” Hij grijnst en leunt naar voren.
“Breng je me mee? En wat als ik weiger?” Ik begin te lachen. Hij begrijpt het niet en geeft me een domme maar geïnteresseerde blik.
“Dan overtuig ik je wel.” Oh, ik wil niet meer hier alleen zitten. Ik sta op en zet me zonder meer neer op zijn lange bovenbenen. Harry grijnst charmant en doet mijn hartslag verhogen. Ik sla mijn armen losjes rond hem heen. “Dat kan ik, geloof me.” Hij knikt en kust me teder. Romantischer dan verwacht, de gevoelens slaan dan ook plots en heftiger in. Het duurt even voordat onze sessie verbroken wordt. Ik vlei me tevreden tegen hem aan en staar naar de velden en het bos in de verte.
“Ik weet dat je kan overtuigen.” Hij kust zachtjes de kruin van mijn hoofd.
“Ik weet niet of ik haar wel wil zien.” Er is een stilte.
“Ze is je moeder, Louis. Ik weet dat je al heel veel gedaan hebt, maar daar moet juist over gesproken worden. Zeker als je een ander huis wilt kopen.” Ik zwijg en tob; hij heeft een punt waar ik me niet bij neer wil leggen.
“Ik beteken niets voor haar buiten de financiële steun. Hoeveel matchen denk je dat ze van me gezien heeft?” Het is lang stil.
“Ik weet dat ik dit niet mag zeggen als oude ‘jongen’, maar ik zou er alles voor over hebben om nog in contact te staan met mijn moeder.” Ik streel zachtjes over een van zijn gespierde schouders en knik dan toch maar. Hij heeft gelijk.

HOE SCHATTIG ZIJN ZE

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen