Foto bij 121 Fout

“Harry, zou je even willen komen?” De sfeer is gespannen. Het sterke lichaam van de vampier hijst zich ontspannen omhoog terwijl hij het glas water neerzet op het lage eikenhouten tafeltje. Zijn groene ogen gaan opzoek naar die van zijn geliefde. Hij wil hem geruststellen, maar zonder woorden of andere gekke dingen. Harry heeft het gevoel dat zijn blik alles behalve geruststellend was. Hij weet ook niet wat de vrouw van hem wil. Eerst slaat ze Louis en nu wil ze met zijn geliefde praten. Als vampier is het gemakkelijk voor Harry om de vrouw te manipuleren, maar dat is geen normale schoonzoon-schoonmoeder relatie. Ze staan in de keuken.
“Harry, ik wil me graag verontschuldigen. Je loopt hier al een tijdje rond en ik heb nooit de tijd genomen om je te leren kennen.” Hij knikt, zich volledig bewust van de menselijke hartslagen rondom hem die allemaal de hoogte inschieten. En Louis, die lichtjes transpireert. Zijn zintuigen staan op scherp nu hij de anderen niet kan zien. Harry glimlacht beleefd, als een flinke schoonzoon. Natuurlijk kan hij perfect de gewenste rolletjes spelen, maar ergens wil hij ook zichzelf zijn. Dus blijft hij rustig en haalt hij zijn schouders op.
“Het is fijn dat u me er nu over aanspreekt. Ik ken u ook niet echt, natuurlijk.” Het klinkt onhandig. God, hij voelt zich zelfs onhandig en hij weet niet meer wanneer het de laatste keer was dat hij zich zo voelde. Zo dom, zo klein en…jong. Onervaren. Onervaren in de liefde die hem al haar facetten toont. Alle facetten van de lust zijn hem al volledig bekend.
“Hoe oud ben je, jongen?” Het is een rare aanspreking. Eigenlijk verbaasde ze hem al door hem aan te spreken met zijn naam.
“Ik word zevenentwintig. Ik neem aan dat ik die vraag beter niet aan u stel?” Ze lacht, maar het is niet echt. Haar hartslag daalt kort, maar stijgt opnieuw wanneer ze hem aankijkt. Zou ze hem mogen?
“Wat zijn zelfs de plannen tussen jou en Louis?” Harry wacht, zoals nadenkende mensen dat zouden doen, en likt dan kort over zijn roze lippen.
“Louis praat over verhuizen. Met mij. Ik heb geen concrete plannen. Zolang we samen zijn, ben ik tevreden.” Het klinkt minimalistisch. Er moet nog iets bij, iets verstandigs. “Al zou ik samen met hem wonen ook erg appreciëren.” Hij is de liefde van mijn leven, maar dat zegt hij niet. Hij voelt het wel. Oh ja, hij voelt de kracht van zuivere liefde voor iemand. Voor even hoort hij niets anders dan de ademhaling van zijn geliefde enkele meters verderop.
“Je…”, ze heeft zijn aandacht weer. Groene ogen flikkeren naar het twijfelende gezicht van de vrouw. “Je… Ik wil enkel het allerbeste voor mijn zoon.”
“Wilt u dat ik zeg: ik ben enkel het allerbeste? Ik zal altijd mijn allerbeste geven voor hem, ik zie hem graag, maar… liefde is soms iets raars. En iets goed” Het betoverd mensen, verandert ze en doet ze dingen doen die ze soms niet willen. Harry moet zich echt beter gaan concentreren, zijn woordkeuze is belabberd.
“Ik wil enkel zeggen dat ik enkel het beste wil voor jullie. Ik kom nog wel eens langs… Ga nu maar terug voordat ze ongerust worden.” Harry knikt beleefd, maar verrekt toch wat spieren. De vrouw haar verdriet raakt hem. Hij neemt haar vast bij haar arm wanneer ze zich van hem wegdraait.
“Louis geeft om u. Wat er vandaag gebeurd is, is maar een kleine bult in een lange weg. Het kan nog goed komen.” Dat klinkt niet als een brave schoonzoon. Toch flikkert haar blik op. Ze krijgt een sprankeltje hoop van deze nobele vriend.
“Ik heb gewoon spijt. Ik heb tijd nodig om na te denken en dan kan ik pas dingen veranderen.” Hij laat haar los. Ze wordt afstandelijk en het is niet aan Harry om inbreuk op haar comfortzone te plegen.
“Dat begrijp ik.” Hij draait zich om en gaat terug naar de living, op de bank zitten. Hij wil het ontspannen doen, maar het lukt niet. Drie paar ogen staren hem aan, vurig en zenuwachtig. Allemaal Tomlinsons.
“Ze houdt van je.” Het is niet wat hij zegt. Het is de manier waarop. Zo zacht als die woorden zijn mooie lippen kunnen verlaten, zo zacht komt het over. Het ontroert me zelfs.
“Dat hoop ik.” Ik glimlach en probeer terug iets meer te ontspannen. Daisy zit intussen opgerold voor de tv naar een of ander bekend programma te kijken. Ik heb daar meestal de energie niet meer voor ’s avonds.
“Heb ik je verteld dat ik en Alfie aan het uitkijken zijn naar een eigen plek?” Wauw, nee?! Ik…euhm. Ze grijnzen allebei om mijn gezicht dat niet weet welke emotie het moet afbeelden.
“Niet echt nee. Je bent jonger dan mij, het idee is…” Het maakt mij oud, maar goed. Ze zijn ook al enorm lang samen.
“Ik weet dat hij werkt, en jij filmt, maar hoe wil je het bol gewerkt krijgen?” Ze haalt haar schouders op zoals enkel zij dat kan. Het is niet iets nonchalant, eerder iets onschuldig.
“Met een lening. Het is ook niet persé voor nu, maar we willen al uitkijken naar meer. We voelen beiden dat de tijd daar is.” Harry had niet tussen ons in moeten gaan zitten. Het lijkt wel alsof dit gesprek ook over ons zou kunnen gaan. Ik geef Lot een twijfelende blik, en dan Harry.
“Ik wil mijn appartement wegdoen. Ik neem aan dat Harry mij wel onderdak wil bieden totdat ik iets anders gevonden heb. Jullie mogen van mij dan wel in het appartement intrekken.” Ze weet dat ik verwacht dat het huis in perfecte staat blijft.
“Zo’n luxeappartement! Nee, meen je dat?” Ze praat luid uit vreugde en zorgt op die manier voor dat ik schuldgevoelens krijg voordat er iets echt afgesproken is.
“Mag ik bij jou slapen?” Harry glimlacht om mijn lieve toon en streelt met zijn grote hand heel teder over de rug van mijn hand.
“Als je niet snurkt.”
“Louis snurkt niet.” Dankjewel Phoebe. Ik grijns en werp mijn blik opnieuw op Lot die intussen zit te stralen.
“Eén ding, je slaapt niet in mijn slaapkamer. Geen seks ergens anders dan in het bed en je poetst.” Oh, Phoebe haar gezicht staat echt op…overgeven ofzo. Maar ik meen de regel wel, Harry grijnst en begint te lachen. “Wat? Dat is wel iets dat gezegd moet worden…” Ik onderdruk de neiging om te gaan pruilen, Harry blijft lachen. Ik negeer de kerel compleet, hoe aantrekkelijk hij ook is wanneer hij gelukkig is.
“Akkoord. Is je appartement morgen vrij?”
“How, ik ben morgen pas láát thuis na de match. Ik stuur je wel wanneer het gaat.”
“Waar slaap je vanavond dan?” Ik zwijg, haar blik verschuift automatisch naar Harry.
“Ik wil echt niet weten wat jullie allemaal doen ’s avonds, houd erover op.” Het klinkt als een geïrriteerde grom van een gedegouteerde Phoebe. Ik zeg niets meer en knijp kort in Har zijn vingers. Hij knijpt terug. Opeens is en blijft het stil. Na een halfuur naar de tv gekeken te hebben, verzet ik me kort. Ik lig half tegen Harry aan die volgens mij meer bezig was met mij stiekem te liefkozen dan met te kijken. Ik vond het allemaal goed, hij is gewoon te lief soms.
“Ik denk dat wij dan maar eens gaan, of ik in ieder geval.” Ik geef Harry een blik, de krullenbol die de slaap ook te pakken lijkt te hebben, knikt. Harry’s huis is verder van mijn moeders huis dan het mijne.
“Nee, wacht…” Vier gezichten staren naar Phoebe. Ze staat op en loopt ineens naar de gang, iedereen kijkt haar na. Ik ben de eerste die dan opstaat en haar op de trap ziet zitten. “Ik moet nog iets vragen. Kom even mee naar boven. Jij ook, Harry.” Achter me staat zijn grote gestalte in de deuropening. Ik knik, Harry ook en we volgen dus het kleine meisje. Ik durf niets te zeggen, haar serieusheid is verbazingwekkend. Het zal toch niets ernstigs zijn? Ze neemt plaats op haar bed, ik sluit de deur nadat Harry ook is binnengekomen en naast haar gaat zitten. Even is het doodstil. Wil ze nog iets zeggen?
“Fee… Wat is er?” Harry zegt echter niets, hij geeft gewoon een begripvolle groene blik en dat lijkt ze te appreciëren. Iedereen houdt van zijn ogen, dat is echt ongelofelijk (vervelend).
“Een jongen heeft gevraagd of ik zijn vriendin wou zijn, maar ik weet het niet goed… Ik vind hem wel leuk, maar een relatie is…” We zwijgen, ik wissel met Harry een stille onopvallende blik. Dit is geen luchtig gesprek. Ik kniel voor haar neer, haar ogen bekijken mij maar half.
“Fee, verliefdheid is een van de gekste dingen die er zijn. Liefde een van de mooiste. Als jij die jongen leuk vindt, moet je gewoon ‘ja’ zeggen.” Ze reageert niet, is dat slecht? Wat heb ik gezegd?
“Maar…ik kan helemaal niet kussen enzo.” Ik schiet in de lach. Het is banaal en absoluut ongepast, ik krijg zelfs twee boze blikken, maar toch lach ik stiekem.
“Dat is echt geen drama. Je leert dat vanzelf wel.”
“Maar wat als het slecht is?”
“Dan is het slecht en dan oefen je totdat je het wel kan.” Harry heeft zich nog niet gemoeid met het gesprek. Na mijn verkeerde lach, lijkt ze niet meer naar me te luisteren. Ik duw hem tegen zijn been, subtiel. Ze is niet overtuigd.
“Liefde draait toch niet om goed kunnen kussen of niet? Het draait om jou en hem en wat jij voelt en wat dat met jullie doet. Ja, ooit zal er wel fysiek contact zijn, maar dat is iets dat je opbouwt en waar tijd over gaat. Dan wordt kussen iets vanzelfsprekend en het is absoluut geen ‘big-deal’.” Ah, dat lijkt te werken, ik adem traag uit.
“Ik ben gewoon verlegen.”
“Dat weet hij toch? Daar is hij ook voor gevallen dus dat is heus geen probleem. Je verbeeldt jezelf dingen doordat je nerveus bent, Fee.” Ik zeg niet dat ik de kerel eerst wel eens zou willen zien, nakijken dus, want ze is nu al zo aan het twijfelen.
“Voel je iets voor hem?”
“Ja.”
“Dan zal dat je antwoord zijn.” Punt. Harry is zo poëtisch en eenvoudig soms. Ze knikt, twijfelt en knikt opnieuw. Haar ogen kijken in mijn richting.
“Oké, ja, dat was wat ik nog kwijt wou.” Daar heeft ze dus al de hele avond mee gezeten, en langer misschien. Ik strek mijn armen naar haar uit en knuffel haar, Harry verrast ons door er een groepsknuffel van te maken.

Samen sterk, samen schattig

Reacties (1)

  • Paardenvriend

    Onder dit hoofdstuk staat reclame met een hele lelijke man. BRUH. Ik ben meteen uit de verhaalsfeer nu. OOPS.

    Super stukje zoals altijd!!!(H)

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen