Foto bij 123 Tenonder

Ik ben kapot. De thuiswedstrijden zijn altijd al aangenamer door het publiek, maar ook door de korte af te leggen afstand. Maria en mijn zusjes zijn blijkbaar al naar huis, begrijpelijk. Het is bijna half twaalf ’s nachts. Ik besluit haar een berichtje te sturen.
‘Als je wakker bent, stuur even terug. Ik wil je nog bellen.’ Ik wacht terwijl ik mijn auto dan maar start en van de parking afrijd. Er zijn ook nog verschillende fans die hetzelfde proberen en daardoor in een file staan, ik kan gelukkig een andere route nemen en rijd zo snel weg. Ik heb met Harry afgesproken om nogmaals bij mij thuis te gaan slapen. Er is eten en het is dichtbij. Ik arriveer net nadat ik Harry’s jeep de parking naar beneden in zie rijden. Maria slaapt al, zij antwoordt niet. Ik stap uit en laat hem mijn voetbaltas dragen in de lift. Hij trekt me tegen zich aan, mijn ogen vallen bijna toe en mijn schouder laat weten dat het pijn heeft. Ik negeer het, het is slaaptijd.
Ik ben stijf en dat is niet op de plaatsen waar ik wil. Harry ligt nog wat te soezelen in bed, ik sta stilletjes op en loop naar de badkamer om de sauna op te zetten. Ja, ik wil die warmte. Terwijl de cabine opwarmt, neem ik plaats op de rand van het bed. Harry’s haar is lang aan het worden, lang en krullerig. Ik streel er een keertje door, hij glimlacht en draait zich met zijn buik naar me toe.
“Goedemorgen.” Als dat geen rasperige stem is, weet ik het ook niet meer.
“Heeft iemand te veel geroepen gisteren?” Ik fluister het zoet en lief terwijl hij mijn hand tussen de zijne neemt en ermee blijft liggen alsof het heel mijn lichaam is.
“Echt niet. Je was maar twee keer de aanleiding tot een fantastische goal.” Ik hum en glimlach, zijn ogen openen zich opnieuw. Ik knik, de trofee daarvoor staat nog ergens op de keukentafel. Hij komt overeind en trekt me aan mijn hand totdat ik tegen hem aan zit. Het is voorzichtig maar besluit vast getrokken. Hij kan gemakkelijk mijn arm uit mijn lichaam trekken als hij wil. “Hoe voel je je?” Hij kust zachtjes mijn slaap, ik gebruik het woord toch maar.
“Stijf.” Hij grijnst en kust me opnieuw, ik neem zijn hand vast. “Ga je mee in de sauna? Met jou is altijd alles leuker.” Ik moet hem toch overtuigen of niet? Har begint te lachen, ik draai mijn hoofd en bemerk de pretoogjes.
“Natuurlijk, Boo.” Boo. Waar heb ik die naam de laatste keer gehoord? Ik negeer het.
“Wat ga je met die kerel doen?” Hars stem is diep terwijl ik geniet van de warme cabine waar we ons in bevinden.
“Ik denk dat hij me doet nadenken over iets waar ik nog niet aan gedacht had. Snap je?” Ik glimlach en leun met mijn hoofd tegen de warme planken, Harry knikt traag. Dat was geen antwoord, ik weet het. “Maar het is wel belangrijk dat een andere geaardheid hebben ook geaccepteerd gaat worden in de ‘mannelijke’ voetbalwereld. Steeds meer vrouwen kijken voetbal, dus waarom zouden spelers ook geen homo’s kunnen zijn?”
“Dat is een waardeloos argument.” Harry grijnst, ik glimlach slechts. Hij weet heus wel wat ik bedoel, die blinkende groene oogjes vertellen me dat. “Je weet wat ik erover denk. Ik wil je veilig hebben. En jouw drang naar controverses doorbreken is niet altijd even veilig.”
“Maar het is nodig. Ik ben geroepen door de maatschappij, Har.” Het voelt aan alsof iets in mij al beslist heeft, alsof ik nooit een keuze had. Het moet gewoon zo zijn, het is aan mij om dit te doen.
“Dat weet ik lieverd, jij bent iemand die de kreten altijd opvangt.” Hij trekt me tegen zijn zweterige lichaam aan, ik zucht en bekijk onze verstrengelde benen even terwijl ik denk. “Ik denk dat het ook aan jou is om dit door te zetten. Maar ik ben dan wel jouw super strenge bodyguard.”
“Perfect.” Ik glimlach en draai mijn hoofd om hem kort te kunnen kussen. Verder ga ik niet, het is hier al warm genoeg. “We moeten eerst een soort van organisatie uitwerken voordat ik hem opnieuw contacteer.” Harry humt en streelt een pluk haar bij zichzelf weg.
“Dat kan ik wel allemaal regelen. Hoe noemen we het? Louis’ homoclubje?” Ik begin te lachen en stoot hem per ongeluk tamelijk hard in zijn ribben. Hij lijkt niets gevoeld te hebben, maar hij doet natuurlijk een beetje alsof.
Wanneer ik 's avonds terugkom van training, rijd ik naar Harry's huis. De sleutels van mijn appartement heb ik 's morgens al naar Lot gebracht zodat ze zich kan installeren. Het blijft wel mijn huis natuurlijk. Telkens weer verbaast het kleine kasteeltje me wanneer ik via het bospad de garage bereik. De deur gaat plotseling open zodat ik gewoon naar beneden erin kan rijden. Met wat moeite krijg ik de auto ergens geparkeerd. Wanneer ik uitstap merk ik dat Cedric op een knop duwt die de poort weer toe doet gaan.
"Hey," ik glimlach naar hem en sleep mijn tas mee uit de auto.
"Harry zei al dat je ging komen." Het klinkt eng, maar het is gewoon de manier waarop vampiers het zeggen. Als een feit. Ik knik en volg hem mee naar boven. "Wat is er met je pols gebeurd?"
"Nummer 8, he." Hij lacht en loopt met me mee tot aan de trap. Het is hier een echt doolhof.
"Je moet nog wat spierballen kweken, dan komt dat wel goed." Nu lach ik waarna ik de trap naar boven neem. Ik twijfel kort op welke verdieping ik nu precies moet zijn, maar herken de deur van Harry's kamer als ik er eenmaal ben. Ik klop, ook al is dat hoogstwaarschijnlijk enorm overbodig, en ga binnen. Wat is hij zelfs aan het doen hier? De krullen draaien zich in mijn richting. Hij zit aan zijn bureau met een stapel papieren voor hem. Zijn lippen vouwen zich tot een glimlach als hij mij ziet, ik doe de zware deur achter ons toe en geef hem kort een kus. Hij verlengt het en laat me pas na enkele seconden los.
"Me gemist?" Hij grijnst, zoiets gaat hij nu niet toegeven. Har zwijgt dan ook verstandig.
"Bezig geweest voor jouw 'organisatie' ja..." Nieuwsgierig leun ik tegen het eiken bureau aan om de papieren te kunnen bekijken. Har trekt me echter naar beneden totdat ik op zijn stevige bovenbenen zit.
"Wat heb je gevonden?" Ik streel een krul weg en glimlach verliefd. Die jongen... Het is niet normaal wat hij telkens met me kan doen.
"Je kan het beste een club oprichten."
"De homoclub?" Ik grijns lachend, hij probeert het te negeren en gaat verder. Probeert. De speelse blik in zijn groene ogen verraden hem.
"Anders zal je weer alles moeten aangeven en er belastingen op moeten betalen." Ik knik en schrik als zijn koude vingers mijn rug bereiken. Zijn handen zijn onder mijn shirt gekropen. "Hoe wil je het naar de buitenwereld communiceren ?" Geen idee, ik kan enkel aan die hese stem in mijn oor denken. Onze wereld. Adem Louis, focus op iets in die buitenwereld, zoals het raam.
"Ik zou hen willen begeleiden bij hun out-coming terwijl ik niet eens weet hoe ik dat het beste doe." Harry humt iets, zijn borstkast voelt even trillend aan.
"Je gaat dan best eerst het gesprek met hen aan, eventueel met een psycholoog die jullie wil helpen, en dan overleggen?" Die kerel is te slim.
"Dat zou kunnen ja. Denk je dan aan een externe psycholoog of een interne?"
"Mezelf is geen goede optie." Ik lach en leg mijn hoofd tegen zijn schouder aan. Het hekelt me dat ik zijn gezicht niet kan zien. Zijn stem zegt echter ook heel veel.
"Nee, dan wordt het een verkeerd clubje." Nu lacht hij zelf ook, zijn vingers strelen echter nog steeds geruststellend over mijn vermoeide rugspieren. "Ik dacht eerder aan mijn sportpsycholoog of een nieuw iemand."
"Die ik dan controleer, ja." Weer dat woord.
"Hoe doe je dat zelfs?" Even is het stil. Opnieuw word ik me erg bewust van zijn koude vingers. Eigenlijk weet ik bar weinig over vampiers. Ik negeer het altijd.
"Ik kijk ze aan. Ik dwing ze zo om te doen wat ik vraag. Als een bezwering."
"Zo simpel?"
"Niet elke vampier kan het."
"Ik weet dat je groot en sterk bent." Hij lacht, maar dat is wat hij eigenlijk nog eens wou zeggen. Zijn spieren verstrakken plotseling onder de mijne. En het is niet iets seksueel, jammer genoeg. Voordat ik kan vragen wat er aan de hand is, wordt er op de deur geklopt.
"Ik weet het." Harry verheft zijn stem, ik sta dan maar op.
"Wat is er aan de hand?" Harry staat nu zelf gehaast op en neemt mijn hand vast. Hij trekt me vooruit zonder dat hij er rekening mee houdt dat ik eigenlijk gewoon wil blijven staan. Mijn schouder brandt. Har draait zich om, zijn groene ogen zijn heel helder.
"Je dochter is er. Blijf dicht bij me." Hij geeft me een kneepje in mijn hand. Wat moet ik hierop antwoorden ? Mijn benen volgen de man naar beneden. Cedric staat bij de ingang van het huis, maar hij is de enige in de deuropening.
"Ze zoekt maar één iemand uiteraard." Cedric grijnst, ik blijf bij hem staan als Harry naar buiten gaat.
"Wat gaat hij doen?"
"Haar zoeken. Zij is degene die hier niets te zoeken heeft."
"Maar... wat gaat hij doen?" De man geeft me een blik, ik weet echt niets van vampiers.
"Zijn grondgebied verdedigen." Vechten dus. Ik negeer de broer en loop ook naar buiten. Cedric haalt me in en heeft me meteen vast, maar ik sta op een hoek van het huis en zie twee figuren verderop vechten. Ze staan beiden stil, even. Ik verzet me niet tegen de greep van Cedric, dat is zinloos; hij is simpelweg te sterk. Een figuur wordt tegen de muur geduwd. Een tak doorboort het fijnere lichaam. Hoe kan ze niet dood zijn?
"Ik ga je laten gaan, Louis. Doe niets stoms." Verbaasd wanneer de druk weg is, blijf ik even staan. Dan loop ik, ik loop naar de figuren. Mijn zogenaamde dochter zit tegen de muur aan, haar schouder is echt doorboord. Haar shirt is doorweekt met bloed.
"Blijf daar." Harry gromt. Zijn ogen zijn donker en het duurt even voordat ik de snelle bewegingen kan zien. Hij houdt haar stevig vast tegen de muur nu. Zijn hoofd wil in mijn richting draaien, maar doet dat niet. Hij stoort zich aan mijn aanwezigheid, of houdt er rekening mee. Dat kan ook. De vrouw boort haar vuist doorheen zijn buik. Ik hoor niets, maar zie meteen de bloedplek terwijl Harry het bloed op zijn lippen heeft staan, haar een kopstoot geeft en daarna zonder twijfel haar nek omdraait. Ze is dood, of dat denk ik toch. Maar ze is mijn dochter, dat mag niet.
“Is ze…” Ik grijp me vast als mijn bovenlichaam gevaarlijk snel richting de grond gaat. Ik voel en hoor alles nog, maar…niets beweegt meer. Ik kreun en vecht, maar er komt geen geluid uit.
“Louis?! Die smerige sl..!” Harry’s hese stem klinkt furieus, maar echt serieus boos. Hij zou haar kunnen doden. “Lou… Boo, open je ogen. Kijk me aan.” Ik probeer mijn vingers te bewegen, rustig adem te halen of juist versneld, tevergeefs. Har heeft duidelijk een krop in zijn keel. Wanneer ik gesleep hoor, duikt mijn lichaam in elkaar en volgen er beelden. Nee… Niet weer. Dit kan niet. Ik was voorbij deze fase, ik wil niet nog eens…

...

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen