Een maan na de strijd met Zerdras had Cerice zich weer volledig op haar taken gericht. Veel soldaten hadden het niet kunnen laten een ordinaire opmerking te maken over haar rondingen. Ze beweerden dat het complimenten waren, maar Cerice wist wel beter. Meerdere mannen hadden geprobeerd haar een drankje aan te bieden of het bed in te praten, maar Cerice bleef dit negeren. Ze spendeerde haar vrije tijd dan ook het liefst op haar bed of in de bibliotheek, afgezonderd van de idioterie van alle soldaten.
      Zo bevond zij zich op de regenachtige dag die het was in de bibliotheek met een aantal boeken over Kean en de papieren die ze mee had genomen uit de grot. Ze had alles op een tafel in een van de afsluitbare ruimtes verspreid en begon met het lezen van de papieren die Kean had geschreven.
      Het overzichtelijke handschrift maakte de informatie helaas niet begrijpelijker. Kean had een aantal pagina's vol gekrabbeld met tekeningetjes en schetsjes. Het leek op de grot, maar veel mooier. Overal hingen kristallen die licht leken te geven op het papier. Erbij gekrabbeld stond de vermoedelijke kleur van het licht en de lengte van de kristallen. Cerice begreep er niks van, misschien was het een oude tekening die er al had gelegen, maar dat leek haar eigenlijk onmogelijk.
      Na het doorlezen van wat boeken kwam ze erachter dat de grot lichtgevende kristallen bevatte die er ooit zijn gegroeid. Veel informatie was er niet te vinden, het was allemaal zo onduidelijk. De geschiedenis van Ogron hield gewoon op nadat Aldorin was overleden en begon pas weer toen de negen eerste koningen waren overleden. Wat er in het gat in de geschiedenis was gebeurd was een raadsel. Alsof iemand het had gewist uit alle boeken, evenals de verdwijning van Kean en Cerice van Astra.
      Vervolgens begon Cerice aan de notities van Kean over zijn verblijf in de grot. Het was een soort van logboek waarin hij bijhield wat hij had gedaan. Vele malen zag Cerice staan dat hij op jacht was geweest of dat hij op zoek was geweest naar mensen die verdwaald waren, maar dat hij geen vorm van leven had kunnen ontdekken naast de wilde beesten. Een aantal keer zag ze staan dat hij was afgedaald in de grot om op zoek te gaan naar nieuwe dingen, maar nergens stond er iets over zijn bevindingen. Tevens was er geen indicatie van wat er was na de afdaling. Zuchtend schoof ze de logboekpapieren aan de kant en hield ze twee lege blaadjes over. De eerste dag van Kean in de grot en hoe hij er gekomen was.
      Kean was door Antor verdreven uit het paleis nadat hij Norvid had gedood. Hij had de keuze gekregen om te verdwijnen of om gedood te worden en Antor had op hem ingepraat om gewoon te verdwijnen, omdat hij niet nog iemand wilde doden. Kean had hem geloofd en was te paard gevlucht met enkel wat overlevingsspullen. Schrijfgerei, papier, dekens en een voedsel- en watervoorraad om weg te komen uit de stadsomgeving. Na dagen door het dorre landschap te stappen met het paard en de sneeuw bij de Stad van de Denkende te trotseren kwam hij terecht bij een besneeuwde pas. Hij had het paard meegenomen over de pas, maar deze overleed na een dag aan ondervoeding en onderkoeling. Kean had het karkas van het beest meegesleurd tot hij bij de vlakte kwam waar hij de grot had gevonden. Het paard had hij geroosterd zodat hij wat te eten had.
      De eerste nacht in de grot was een hel. Het was pikkedonker toen hij wakker was geworden met pijn in al zijn ledematen door de slechte ondergrond en hij kon zichzelf ruiken. Na veel gestommel was hij terug buiten geraakt en had hij wat sneeuw verzameld en gesmolten als drinkwater. Hij had zichzelf geprobeerd te wassen met de sneeuw, maar het had de geur niet weggehaald.
      Het volgende papier dat Cerice tevoorschijn haalde was een stuk dagboek van een tijd later. Kean had geen datum op de papieren kunnen schrijven, omdat zijn begrip van tijd volledig weg was. Cerice las nu over de fakkels die ze hadden zien hangen en hoe hij deze had opgehangen. Meer informatie kon ze er niet uithalen, omdat de inkt door de sneeuw was uitgelopen. Zuchtend legde ze het papier weg. Ze schoof de boeken van zich af en probeerde haar gedachten op een rijtje te zetten, maar de stroom aan informatie was te veel. Uit pure ellende besloot ze nog maar wat te lezen over de topografie van Ogron.
      Sylican lag bovenaan op de kaart, aan alle kanten omringd met water behalve aan de onderkant. Hoge bergen scheidden het land van het water en het was onmogelijk om het water te bereiken langs die kant. Onder Sylican lagen Astra, Emperya en Uerte. Astra en Uerte grensden beide aan het water aan de buitenkant. Onder Astra en naast Emperya bevond zich Zerdras. Onder Emperya en Zerdras lag Deon en onder Uerte lag Matrice, wat ook grensde aan Deon. Lycrimas lag onder Zerdras en Deon als grootste land. Quivars lag eenzaam in het water, aan de kanten van Uerte en Matrice. Het eiland was afgelegen en afgezien van de mensen die er woonden, wist bijna niemand hoe het landschap eruit zag. Ook het uiterlijk en de levenswijze van de bewoners was vrijwel onbekend, afgezien van de kleur ogen en bloed; zilver.
      Het leek Cerice prachtig om na het verstoten van Antor een tijdje door Ogron te trekken. Ze wilde weten hoe mooi het landschap ergens anders was, maar Quivars zou een moeilijke taak worden. Niemand was ooit naar Quivars gegaan, ze wist niet eens of Uerte en Matrice voertuigen hadden om over het water te komen. Nadenkend legde ze de boeken op een stapel en verzamelde ze de papieren. Verborgen in een tas vervoerde ze de logboekpapieren van Kean naar haar vertrek en verstopte ze in het bureau. Het was een lange dag geweest en ze besloot nog even snel te douchen.
      Het warme water deed haar altijd goed, maar vandaag was het minder. Ze moest ineens aan Kozak denken. Was hij in orde? Had hij de strijd überhaupt overleefd? Twijfels en doemscenario's speelden op in haar hoofd terwijl ze haar lichaam schoonmaakte met een naar vanille geurende zeep. Kozak was nooit bang geweest om te vechten en Cerice was zeker dat hij zich niet stil had gehouden in de periode dat zij weg was uit Emperya. Waarschijnlijk had hij zijn huis en bezittingen verdedigd, misschien had hij zelfs meegevochten tegen de Sylicanen en Astranen die Emperya bestormden. Er was zelfs een kans dat Kozak zich bij een rebellengroepering had aangesloten. Cerice was inmiddels op bed gaan liggen en dacht na over de planning van de volgende dag. Ze had niet veel te doen naast haar gewoonlijke taken en besloot om het graf van haar vader te bezoeken en misschien even bij haar moeder langs te gaan om haar te vertellen over Roden en Axel. Tevreden trok ze de deken over zich heen en legde ze haar hoofd op het zachte kussen neer. Een glimlach vormde op haar gezicht bij de aanraking van de koele stof en ze sloot gerust haar ogen om in een rustige, nachtmerrieloze slaap weg te zakken - iets wat sinds de dood van Axel vrijwel niet voor was gekomen.

Reacties (1)

  • Butterflygirl

    Ik vind t zo sneu dat iedereen dood is. Van dr broers bedoel ik dan. Vooral die Axel vind ik zielig.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen