“We maken straks tweetallen,” snauwde de man door de zaal. Hij richtte zich tot Star en Dean. “En het lijkt me geen goed idee als jullie samen gaan.”
Star zuchtte en keek de pretbederver walgend aan. Hij leek het niet op prijs te stellen.
“Kom jij maar mee, jongedame.”
Het leek erop dat de man het motto ‘hoe verder hoe beter’ hanteerde. Hij ging Star voor naar de andere hoek van de zaal, waar de griffoendors zich bevonden.
“Natuurlijk,” gromde Star binnensmonds toen ze tussen Potter en Marzi werd geplant.
“Pardon?”
“Niets.” Star deed haar best om de griffoendors om zich heen te negeren terwijl ze verder luisterde naar de uitleg. Of eigenlijk, terwijl ze begon te luisteren naar de uitleg. Van wat de man eerder had gezegd, had ze niet veel meegekregen. Tegen de tijd dat ze het mochten proberen, vermoedde ze wel een redelijk idee te hebben van wat er moest gebeuren. Tijd, plaats, concentratie, of zo. Ze moest zich controleren op één van de andere foeilelijke hoepels.
Zodra het startsein werd gegeven, vermaakte zich eerst een paar minuten met het kijken naar de moeilijke gezichten om hen heen. Potter zag eruit alsof hij zich heel erg probeerde te concentreren en hij dat niet gewend was. Wat waarschijnlijk ook wel waar was. Pettigrew liep rood aan en zag eruit alsof hij ieder moment uit elkaar kon barsten. Wat hopelijk niet waar was. Star besloot plotseling ook maar te verschijnselen om verder uit zijn buurt te komen voor het geval dat.
Het was moeilijker dan het leek. Met een halve uitleg en een halve concentratie schopte ze het nog minder ver dan de andere leerlingen. Dat wilde zeggen; ze bewoog evenmin als zij en dreigde ook niet te barsten van de concentratie.
“Gaat het goed hier?” De grijze man stond zo plotseling voor haar neus dat ze hem ervan verdacht verschijnseld te zijn. Vermoedelijk was het een retorische vraag.
Ze onderdrukte het antwoord ‘ziet het eruit alsof het goed gaat?’.
“Jullie gaan nu tweetallen vormen.” De man verhief zijn stem tot een volume dat zowel verrassend als schrikbarend was. Hij keek eerst naar Star en speurde toen om zich heen. Zijn keuze viel op Marzi.
“Jullie gaan samen,” besliste hij.
“Jawel, kapitein,” mompelde Star zo zacht dat hij het niet kon horen.
Ze ontvingen de opdracht om in elkaars hoepel te verschijnselen. Aangezien het Star nog niet eens was gelukt om in haar eigen hoepel te verschijnselen, verwachtte ze niet dat het met aas in de vorm van Marzi wel zou lukken. Ze prees zichzelf gelukkig dat ze geen tweetal was met Black. Bovenop Black verschijnselen moest niet echt het toppunt van geluk zijn.
Ze verdrong de gedachte toen die haar verwarde en haar uit haar concentratie haalde.
“Aarde aan Estarly?” Marzi stond naast haar en zwaaide met een hand voor haar gezicht. “Waar zit jij met je gedachten?”
“Ik probeer me te bedenken hoe ik hier zo snel mogelijk wegkom,” bromde Star.
Marzi haalde onbezorgd haar schouders op.
“Verschijnselen zou een optie kunnen zijn.”
Star rolde verveeld met haar ogen.
“Doe jij het maar eens voor.”
Marzi kneep haar ogen dicht en trok een gepijnigd gezicht. Tot Stars verbazing verscheen ze vlak naast haar in de hoepel.
“Persoonlijke ruimte.” Star stapte achteruit en botste daarbij tegen een fors iemand op. “Sorry.” Ze draaide zich om en herkende Slughorn tot haar verbazing. “Sorry, professor.”
“Juffrouw Raven.” Slughorn legde een hand op haar schouder. “Heb je mijn uitnodiging niet gehad? Ik moet u dringend spreken. Waar is meneer Black?”
“Hem hoef ik niet te spreken, hoor,” protesteerde Star terwijl ze Slughorn volgde.
Slughorn schudde langzaam en dramatisch zijn hoofd.
“Professor McGonnagal is naar hem op zoek.”

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen