Foto bij 23. Vliegeren

Verward kijk ik op en het duurt even totdat ik weer terug ben in het hier en nu. Ik voel mijn wangen roodkleuren, want ik moet minutenlang in het niets hebben gestaard. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat Casper naar me kijkt en vragend wend ik mijn gezicht naar hem toe.
‘Ik vind je zo volwassen en tegelijkertijd lijk je soms zo onzeker. Onwetend en doorleefd tegelijkertijd en dat snap ik niet.’ Hij lijkt me met zijn blik te willen doorgronden en ik hoop van harte dat het hem niet lukt.
‘Onzekerheid heeft niets met leeftijd te maken toch? Was het maar zo’n feest.’ Ik glimlach zwak.
‘Dit. Je bent heel volwassen.’
‘Ik wilde net voorstellen om te gaan vliegeren vanmiddag.’ Ik kijk Casper aan en ik weet dat er een uitdagende blik in mijn ogen zichtbaar is. Ik wil mensen altijd verwarren, laten merken dat ik onpeilbaar ben. Dat ze mij niet in een hokje kunnen stoppen.
‘Is het een uitdaging?’
‘Ook dat.’
Casper glimlacht. ‘Wat ga je allemaal nog doen?’
‘Het is mijn lijst. Alleen Finn en Mica hebben de lijst gezien.’
‘Dat was geen antwoord op mijn vraag, Sky.’ Casper schudt zijn hoofd. ‘Maar ik begrijp dat je het me niet wilt vertellen. Ik zal mijn best doen eerst niet al te dichtbij je te komen, zodat je langzaam kunt wennen aan een verschrikkelijke bemoeial in je omgeving.’
Ik kijk hem aan en het beangstigt me dat ik me nu al geen leven zonder Casper voor kan stellen. Tevergeefs probeer ik de brok in mijn keel weg te slikken. Er zijn zoveel dingen die ik tegen hem wil zeggen, het liefst zou ik urenlang verhalen aan hem vertellen, omdat ik weet dat hij me zou begrijpen. ‘Wil je vliegeren?’ Ik sla mijn ogen neer, omdat ik niet wil zien hoe gefrustreerd hij raakt van mijn oppervlakkigheid.
‘Sky, het is oké.’ Casper slaat zijn arm om me heen en ik duw hem hard weg, zonder daar maar enige invloed op te hebben.
‘Dat is het niet.’ Mijn stem kraakt en ik sla moedeloos mijn armen rond mijn benen, zodat ik zo klein mogelijk ben en het grootste deel van de wereld me over het hoofd zou zien. Mijn ogen vallen dicht, alsof ik nachtenlang niet heb geslapen.
‘Ik laat je alleen totdat je me weer nodig hebt, Sky. Ik ben op mijn slaapkamer, de kamer rechts in de hoek.’
Zodra ik een deur dicht hoor vallen, lukt het me om me te ontspannen en ik rek mezelf uit. Het frustreert me dat bij Casper zijn ineens nog veel ingewikkelder lijkt, terwijl ik had verwacht dat dit de juiste stap was.
Mijn telefoon gaat over en gehaast neem ik op, als ik de naam Mica op het scherm zie staan.
‘Wat is er?’ vraag ik buiten adem.
‘Niets. Ik wilde alleen weten hoe het met jou gaat. Broers en zussen horen evenredig voor elkaar te zorgen.’
De spanning vloeit weg uit mijn lichaam. ‘Ik ben in de war.’ Ik schraap mijn keel, zodat ik kan gaan fluisteren. ‘Ik ben nog bij Casper. Ik heb hem verteld wat ik voel en hij reageerde enorm lief en positief. Maar toen sloeg ik dicht. Je weet wel wat ik bedoel.’
‘Vertel het hem.’
Ik schud mijn hoofd. ‘Nee. Dat kan ik niet. Nog niet. Ik weet überhaupt niet hoe dat werkt, je open stellen voor iemand.’
‘Dan ben je hem over twee weken kwijt. Net als die anderen.’
‘Mica!’
De verbinding is verbroken en ongelovig kijk ik naar het toestel in mijn hand. Hoe durft hij me weg te drukken?

Haperend adem ik in, waarna ik op de slaapkamerdeur klop.
‘Ja?’
Ik duw de deur aarzelend open en kijk naar Casper, die rechtop tegen de muur zit, zijn benen languit over het bed gestrekt. Zodra hij me ziet, glimlacht hij en ik schud mijn hoofd. Hoe kan hij glimlachen als hij me zo ziet? Ik voel me een enorm wrak. ‘Wil je me alsjeblieft gewoon even vasthouden?’ Mijn stem slaat over en ik klem mijn kiezen op elkaar.
Casper komt overeind en slaat zijn armen om me heen. Hij zwijgt en houdt me stevig vast. Ik zucht diep en leg mijn hoofd tegen hem aan. Het is heerlijk dat iemand eindelijk begrijpt wat ik nodig heb.
‘Ik haat het om je zo gebroken te zien. Dan wil ik ervoor zorgen dat je je weer goed gaat voelen,’ mompelt hij.
‘Ik ben niet altijd sterk en positief, ook al hoor ik dat van iedereen. Dus wees blij dat je me zo ziet. De meeste mensen krijgen dit stukje niet van me.’ Mijn stem is niets meer dan gefluister.
‘Dat zei ik niet, Sky. Wees eerlijk.’ Casper tilt me gemakkelijk op en legt me op het bed. Hij komt naast me liggen en onmiddellijk verstrak ik.
Mijn hoofd draait overuren en ik vraag me af wat het juiste is om te doen. ‘Ik dacht dat verliefd zijn leuk was,’ laat ik me ontvallen en onmiddellijk voel ik het bloed naar mijn wangen stijgen.
Casper lacht zachtjes. ‘Dat is het ook.’ Hij springt soepel overeind. ‘Heb jij een vlieger?’
Ik knik. ‘Dankjewel.’
‘Voor wat?’
‘Voor hoe simpel jij dingen kunt maken.’

‘Rennen!’ Casper heeft met zijn handen een toeter om zijn mond gevormd, zodat ik hem in de harde wind nog steeds kan verstaan.
Hardop lachend begin ik te rennen, waarna de vlieger opstijgt. Ik draai me om en probeer me te herinneren hoe dit ook alweer moet. Mijn vader heeft het me ooit uitgelegd, voorgedaan zelfs. Het was de tijd dat we een gelukkig gezin waren of misschien was het de tijd dat ik nog geen besef had van de grotemensenwereld. Schijnbaar moeiteloos houd ik de vlieger hoog in de lucht, ook als het begint te regenen en er telkens door de wind hard aan de vlieger wordt getrokken.
‘Je zegt dat ik vasthoudend ben, Sky, maar volgens mij ben jij zelf nauwelijks anders.’
‘Ik heb nooit gezegd dat ik niet vasthoudend ben. Ik kende alleen niemand in mijn omgeving, op Finn na, die de eigenschap ook heeft.’
‘Oké, je hebt gelijk. Heb je door dat het regent?’
Ik knik. ‘Wil je naar huis?’
‘Nee. Ik wil vliegeren.’ Casper grijnst breed.
Voorzichtig geef ik de vlieger aan hem over en het geeft me de tijd om hem beter te bestuderen, zonder dat ik ieder moment een blik terug kan verwachten. Als ik het moedervlekje naast zijn oog zie, borrelt er woede bij me omhoog, door hoe Mica een paar uur geleden het gesprek met me keihard afkapte.
Het gaat harder en harder regenen, maar ik geniet teveel om het moment af te kappen.
‘Sky!’ Casper moet schreeuwen om boven het natuurgeweld uit te komen. ‘Ik vind het fantastisch, maar zullen we gaan?’
Ik sta op en loop naar hem toe om het vliegertouw op te rollen. We fietsen vol tegen de wind in naar Caspers huis en hoewel mijn tanden op elkaar klapperen door hoe koud ik het heb, heb ik in tijden niet zo’n leuke middag gehad.

Reacties (2)

  • tubbietoost

    Jeeej ik was opnieuw begonnen met lezen en ben nu weer bij de nieuwe hoofdstukjes =)
    Je schrijft echt geweldig!

    3 jaar geleden
  • Long

    Aaaah man het is geweldig hoe vrolijk jou hoofdstukjes me altijd maken haha.

    3 jaar geleden
    • xTrueStoryx

      En reacties maken mij dan weer ongelooflijk blij! Dankjewel

      3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen