Foto bij 067 - Dangerous Rain

Tja, we hadden wat moeite met de titel. Het is eindelijk zomervakantie, ik ben net terug uit Spanje. Maar Dracarys is bijna net weg. Dus dat ik dit hoofdstukje nu activeer, terwijl het eigenlijk veel eerder had moeten worden geactiveerd. Maar beter laat dan nooit, toch? In ieder geval, het wordt spannend. Dus enjoy! ;p

Yarea
Amras was zenuwachtig. Dat was duidelijk te merken, ondanks dat hij het probeerde te verbergen. Bij elke wachter keek hij zenuwachtig op. Zijn ogen volgden precies de bewegingen van de wachters. Zelf voelde ik ook wat zenuwen, maar volgens mij was het lang niet zo erg als wat Amras voelde. Ik keek om me heen. De stad was rustiger dan gisteren, ik vroeg me af waar dat aan zou liggen. Mijn ogen gleden langs de huizen. Ik probeerde via de ramen naar binnen te kijken. Alleen in de winkels, als bakkerijen en slagerijen, lukte het me om naar binnen te kijken. De ramen van de gewone woonhuizen waren te klein of te donker. Ik gluurde naar de etalage van een bakkerij. Er lagen tientallen verschillende broodjes en koeken, ik kreeg er honger van. Aan de toonbank stonden drie mensen. Een daarvan pakte een brood aan van een van de winkelbediende en liep toen de winkel uit. Een rinkelend belletje klonk toen hij de deur opende. Ik vond het stadsleven fascinerend. Amras leek voornamelijk oog te hebben voor het drakenoog. Ik zag hem telkens omhoog kijken. Dit keer dwaalde mijn blik ook omhoog af. Hoog aan de hemel, op de allerhoogste toren die ik ooit gezien had, stond het draken oog. De witte toren stak fel af tegen de zeer donkergrijze wolken die boven de stad hingen. Het zou gaan regenen.

Niet veel later vielen de dikke regendruppels gestaagd uit de hemel. Ik voelde de koude druppels op mijn hoofd en tuniek landen. Meteen deed ik mijn cap over mijn hoofd. Ik hield niet van regen. Het was koud en nat. Amras leek er geen last van te hebben, die liep onverstoorbaar door. Ik liet een diepe zucht horen. Langzaam liepen we richting de toren waar het licht op stond. Vandaag zouden we het van dichtbij bekijken. Even later stonden we vanuit een steegje naar de toren te kijken.
De spierwitte muren waren glad, geen enkel uitsteeksel of ongelijkheid was er te bekennen. In het midden was er een grote poort ingebouwd. Deze poort stond gewoon open. Er waren wel poortdeuren, maar die stonden wagenwijd open. Onder de overkapping van de poort stonden twee wachters onoplettend met elkaar te praten. De ene leunde lui tegen de muur. Ze verwachtten niks, dacht ik. Ik wisselde een blik uit met Amras, hij dacht hetzelfde als ik. Hoe we langs de wachters moesten komen kon ik niet zo gauw bedenken, maar het was een goed teken dat het Licht niet zwaar bewaakt werd. Ik speurde de omgeving af. Mijn ogen volgde de toren omhoog. Niet veel hoger stond een van de ramen van de toren open. Als je op het dak van het huis daarnaast stond kon je makkelijk de toren inklimmen. Dat klonk makkelijker dan de wachters af te leiden. Ik wendde me naar Amras, om mijn plan voor te stellen.
Mijn gezicht verbleekte bij het zien van Amras' gezicht. Mijn hart sloeg over en de angst gierde door mijn lijf. Zijn haar was zeiknat geworden, het water drupte eruit. Maar dat was niet het enige wat er uit zijn haar drupte. De rode haarverf liep langzaam uit zijn haar. De stromen regen die uit zijn haar kwamen vallen waren oranje gekleurd.
"Amras." stotterde ik geschrokken.
Zowel Amras als Nafal keken mij vragend aan. Nafal keek van mij naar Amras, en ook van zijn gezicht was plotselinge schrik af te lezen. Amras keek ons vragend aan.
"Je haar, het...het..." wist ik uit te brengen.
Fronsend bracht Amras een hand naar zijn haar en voelde even. Toen hij zijn hand terug trok en ernaar keek verbleekte zijn gezicht. Ik hoorde hem vloeken.
"Wat nu?", vroeg ik angstig.
"Amras, doe nu je kap op. Ik regel een kamer in een herberg hier. Kom snel mee.", zei Nafal vlug.
Meteen deed Amras zijn kap op en ik liep gehaast achter Nafal aan, die half rennend richting een straatje liep.
"Wacht even...", zei Amras twijfelend.
Nafal en ik stonden abrupt stil en draaiden ons op. Hoe kon hij op dit moment wachten? Ik was net op het moment om hem een verontwaardigde opmerking toe te snauwen toen Amras begon te praten.
"Het is nu of nooit. Nafal regel jij een herberg, Yarea jij komt met mij mee."
"Wat ben je van plan?", vroeg ik onmiddelijk. Nog voor Amras uitgesproken was.
"We gaan die toren in, nu. We klimmen het dak van het naastliggende huis op en klimmen dan door het raam naar binnen. Dat is makkelijk te doen. Waarschijnlijk weinig mensen die daar op letten." legde Amras uit.
Ik had zo mijn twijfels bij dit plan, al was het best een actie voor mij. Maar dit keer niet, dit keer zaten de zenuwen mij zo in de weg dat ik het liefste hard weg wilde rennen.
"Wat als er binnen bewakers zijn? We weten ni-", begon ik, maar Amras onderbrak me.
"Geen tijd hiervoor, we gaan. Als je liever met Nafal mee gaat..."
"Nee!", antwoordde ik meteen. Terwijl de angst door mijn lijf gierde liep ik achter Amras aan. Hij had wel gelijk, het is nu of nooit.
We liepen om het gebouw wat tegen de toren aan stond heen. Het was een groot gebouw. Waarvoor het gebruikt werd, was me niet meteen duidelijk, het zouden ook gewoon woonhuizen kunnen zijn. Gelukkig was het door de regen rustig geworden op straat. Veel mensen waren al hun huizen in gevlucht of liepen nu haastig door de straten, zonder op of om te kijken, om zich naar hun huis te snellen. Eenmaal om de hoek van de straat, aan de andere kant van het grote, langgerekte huis stonden we stil. Amras speurde de straat af. De hele straat was verlaten. Het enige geluid wat er klonk was het vallen van de regendruppels op de onregelmatige straatstenen. Ik keek Amras vragend aan, hij zocht ergens naar, maar waar hij naar zocht was mij niet duidelijk. Hij liep een stukje de straat in en bleef om zich heen kijken. Plotseling leek hij gevonden hebben was hij zocht.
"Naast die winkel daar staat een ladder." hij wees naar een winkel een paar meter verderop. Meer hoefde hij niet te zeggen want ik begreep het al. Snel liepen we op de ladder af. Voorzichtig, zonder enig geluid te maken, tilde Amras de ladder een klein stukje naar de zijkant zodat de ladder vlak naast het raam stond. Ik keek de straat nog even rond, nog steeds niemand te zien.
"Ga maar," fluisterde ik.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen