Foto bij Hoofdstuk 8

Joyce Anna Collins

Ik weet niet wat ik moet zeggen. Het overvalt me totaal. ‘je twijfelt, hè?’ vraagt Niall dan. Ik knik. ‘Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen,’ stamel ik. ‘Je lijkt gewoon erg ongelukkig hier en je hebt hier tot nu toe alleen slechte dingen meegemaakt. Ik denk dat als je een tijdje hier vandaan bent, dat je dan hier weer een frisse start kunt maken. Dan vliegt dat halve jaar zo voorbij.’ Alles wat Niall zegt, klinkt zo logisch. ‘Denk er even over na. Ik ben hier nog twee dagen.’ Weer knik ik. ‘Laten we nu eerst ontbijt voor je maken. Je moet goed blijven eten,’ zegt Niall. ‘Ik kom er zo aan. Ik trek even normale kleren aan,’ antwoord ik wijzend op de pyjama die ik nog steeds aan heb. ‘Doe dat. Ik wacht beneden op je.’
We staan beiden op van de grond. Niall verlaat de kamer en ik neem plaats op mijn bed. Ik pak het andere fotolijstje van m’n bed en ik kijk naar de foto, met name naar één persoon; James. Ook al was het mijn kleine broertje, hij paste altijd op me. Hij liet niemand me pijn doen. Als hij er nog was geweest, had hij Jesse een behoorlijke knal voor z’n kop gegeven. Niall doet me denken aan James. Net zo beschermend, net zo behulpzaam. Het voelt echt alsof hij het beste met me voor heeft. Het voelt fijn. Ik zucht en sta op. Wat moet ik nou doen? Kan ik Niall genoeg vertrouwen om met hem mee te gaan? Ik dacht dat ik Jesse kon vertrouwen, maar dat bleek een grote fout te zijn. Ik wil die fout niet nog een keer begaan. Ik wil niet nog een keer zoveel pijn voelen als ik nu doe. Ik moet mezelf beter gaan beschermen. Ik kan niet zomaar elke persoon zo makkelijk binnen laten om me vervolgens alleen maar te laten kwetsen. Ik blijf maar piekeren. Ik ben zo in de war.
Ik open de kast en pak het eerste wat ik kan vinden. Ik heb geen zin om hier ook nog over te piekeren. Ik trek de trui over mijn hoofd en wurm mezelf in de witte broek. Dan trek ik mijn schoenen aan en loop vervolgens de trap af naar beneden. De geur van warme wafels komt mijn kant op, hoe dichter ik bij de keuken kom. Als ik de keuken binnen kom, staat er een groot bord met wafels en verse aardbeien voor mijn neus. Ik neem plaats aan tafel en Niall gaat tegenover me zitten. ‘Ik weet dat je moeite hebt met eten, maar je moet echt wat eten binnenkrijgen. Je lichaam heeft het nodig. Als je niet eet, heb je geen energie en dat heb je nu echt nodig. Dus, we blijven hier net zo lang zitten totdat je dat bord leeg hebt.’ Hij staat op en pakt een glas uit één keukenkastjes. Hij vult het met sinaasappelsap en zet het naast mijn bord neer. ‘Je hebt wat vitamines nodig,’ zegt hij. Hij gaat weer tegenover me zitten. Ik pak mijn mes en vork en begin in de wafels te snijden. Ik moet toegeven het ruikt lekker, maar ik heb nog steeds niet het gevoel dat er iets langs de enorme knoop in mijn maag gaat komen. Ik neem een hap en kauw er langzaam op. Met moeite slik ik de eerste hap door. Ik zucht diep en neem nog een hap. Dit langzame proces gaat zo door totdat ik de helft van de wafel op heb. ‘Ik kan echt niet meer,’ mompel ik. We zitten inmiddels alweer een halfuur aan tafel en het schiet niet echt op. ‘Neem op zijn minst nog wat aardbeien. Je hebt fruit nodig,’ zegt Niall. Ik voel weer tranen opkomen. ‘Ik kan het echt niet meer. Het is te veel.’ Ik snap het zelf ook niet. Ik hield altijd zoveel van eten, maar nu is het echt een gevecht om überhaupt iets binnen te krijgen. ‘Rustig blijven, Joyce. We gaan hier samen aan werken. We gaan gewoon vaker eetmomenten vinden op de dag en dan beginnen we met kleinere, lichtere maaltijden, oké?’ Ik knik. Ik neem voorzichtig een slokje van mijn sap. Dat gaat gelukkig nog wel. Ondertussen ruimt Niall de tafel af.
‘Zullen we een stukje lopen?’ stelt Niall dan voor. ‘Dan kom je tenminste nog ergens. Ik denk dat de frisse lucht je ook wel goed zal doen.’
‘Is goed,’ zeg ik zachtjes. Op dat moment komt Maura net de keuken binnen lopen. ‘Joyce, ik hoorde van Niall wat er is gebeurd. Het spijt me zo. Vergeet niet we zijn hier voor je. Als je iets nodig hebt, laat het weten.’ Ze slaat snel een arm om me heen en drukt me even tegen haar aan. ‘Bedankt,’ zeg ik met een klein lachje. ‘Mam, we gaan even naar buiten. Ik ga Joyce Mullingar laten zien.’
‘Dat lijkt me een uitstekend idee,’ stemt Maura in. Dan trekken we onze jassen aan en verlaten het huis. Het voelt enigszins goed om buiten te zijn. Ik heb dit huis nog niet verlaten sinds ik ben aangekomen in Ierland. Het voelt bevrijdend om buiten te zijn. Ik sluit mijn ogen even en voel een zacht, koel briesje door mijn haar waaien. Misschien kan ik hier toch nog aan wennen…


Het lijkt erop dat dingen beter worden. Of zullen alle gebeurtenissen Joyce steeds blijven achtervolgen?
Ik hoop dat jullie dit weer een leuk hoofdstuk vonden! Heel erg bedankt voor alle kudo's. <3

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen