Foto bij 012. Yasmin Evans

Albus Dumbledore liet me wel twee weken met rust. Ik had ongeveer genoeg tijd gehad om mijn kennis van defensieve, genezende en opsporende spreuken wat op te poetsen, maar dat was het zo wel. Ik was begonnen met zoeken; plaatsen afgegaan waar hij mogelijks kon schuilen, maar ik was nog niet erg ver gekomen. Tot nu toe amper een spoor van Sirius.
Toen ik weer van Dumbledore hoorde, was het via zijn patronus in plaats van een bezoekje. In eerste instantie was ik geïrriteerd geweest dat het wat later op de avond was, maar de reden was belangrijk genoeg: de spell die magie rond Harry moest aangeven, om te zorgen dat de minderjarige Wizards geen magie gebruikten buiten school, was afgegaan. Het schoolhoofd ging er niet van uit dat het Harry zelf was. Vorig jaar was er een gelijkaardig iets gebeurd, toen was het een huiself geweest, maar gezien de dreiging van Sirius wou de Headmaster geen risico's nemen. Het ministerie had Dumbledore nog niet verwittigd, dus kon hij niet ter plaatste gaan zonder toe te geven dat hij andere informatiebronnen had. Maar ik wel. Misbruik van macht, Albus. Maar goed.
Ik verdwijnselde naar de buurt van Petunia’s huis, waar ik, zonder enige indicatie dan maar in het donker ging rondlopen. Eerst de buurt verkennen, of alles veilig was. Dan naar Harry.
Niemand te zien, niets te horen, behalve geschreeuw. Er was maar 1 iemand die zo kon brullen. Ik keek op. Vernon Dursley. Hij had me niet gezien, gelukkig maar. Voor het eerst was hij niet bezig met de mensen rond zich en zijn reputatie, maar met wat er gebeurde in zijn tuin. Een vrij grote ballon… een menselijke ballon... Oh, wie deed dat niet als ze jong waren?
Ik kon nog net het laatste zien van Harry die de hoek omsloeg; iets specifieker, ik zag zijn grote hutkoffer. Ging iemand op avontuur? Natuurlijk moest de jongen erop komen om alles mee te sleuren.. wat een ontsnapping.
Ik zag de jongen nogal beteuterd zitten op zijn koffer: het meest logische was vliegen – onmogelijk met die koffer tenzij hij meer magie ging gebruiken- of de nachtbus. Ik stak mijn wand-arm de lucht in zodat de bus mij eerst zou oppikken.
Uiteindelijk bleek ik gewoon veel geluk te hebben: het was zijn bedoeling niet geweest om de nachtbus te gebruiken, leek zelf niet eens te weten wat het was. Maar om een of andere reden kwam hij hier toch terecht.
Ik kon me al voorstellen hoe ik voor een half uur, een uur, voor ik het door had de halve avond, op de bus zat te wachten op Harry die niet kwam.
Ik luisterde aandachtig naar Stan die uitleg gaf en naar Harry's naam vroeg. Hij leek wat dieper weg te duiken onder de onderzoekende blik.
“Ik.. mijn naam is Neville. Neville Longbottom.” Hoorde ik hem zeggen. Ik keek voorzichtig op vanuit mijn hoekje. Neville Longbottom, hé. Het zou me verbazen.
“Miss Yasmin, dit is uw halte.” Kwam Stan -luidruchtig- melden. De jongen keek even verbaast op maar verschoof zijn aandacht naar de krant die naast hem lag. Juist, ik had gezegd dat hij me naar ongeveer deze plaats moest brengen. De enige reden waarom Harry waarschijnlijk op de bus belandde.
Glimlachend duwde ik hem een galleon in zijn hand en vertelde hem stil dat ik met Neville, zou meereizen. Hij keek even naar me, alsof hij zich afvroeg of hij er iemand bij moest halen of de jongen moest waarschuwen. Mijn gezicht moest hem ervan weerhouden. Of mijn naam, beide waren mogelijk, aangezien ik me niet voorgesteld had aan de bus begeleider. Ik had misschien iets van een reputatie.
“Waarheen, Neville?” vroeg Stan enthousiast terwijl hij zijn best deed om de Harry aan te kijken. Ik vroeg me af hoelang de jongen het zou uithouden.
“The Leaky Cauldron. In Londen.” Mompelde hij snel, terwijl hij zijn haar zoveel mogelijk in zijn gezicht drukte. Ah, het welbekende litteken dat zijn voorhoofd sierde. ‘Neville’ kreeg een plaats naast mij toegewezen. Ik kon het niet laten om hem het vuur aan de schenen te leggen. Een beetje maar.
“Mister.. Longbottom? De kleinzoon van Augusta Longbottom?” vroeg ik. Harry knikte snel zonder me echt aan te kijken. Eens kijken hoe goed hij zich kon redden in een situatie als deze.
“Is je oma nu al beter te been? Ik heb gehoord dat ze wat moeite had, veel geklaag over haar gewrichten; ze kon haar bed amper uit. Is het waar?” vroeg ik. Harry durfde niet op te kijken, je zou voor minder. Het was heel wat dat Stan nog niet door zijn verhaal keek, maar ik? Ik had ooit een opleiding tot Auror gedaan -toegegeven, een super snelcursus-, maar toch… Het was duidelijk dat de kunst van het liegen en verhalen opmaken die James zo goed beheerde, niet aan zijn zoon doorgegeven was. Harry was er even goed in als Lily. Nee, zelf nog erger. Mijn zus kon tenminste nog verhalen opmaken als ze in de problemen zat.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen