Antor had zich goed vergist in het Emperyaanse volk. Vele rebellengroepen hadden inmiddels een groep die sterk was en vielen samen Sylicaanse legerbases aan in Emperya. Het zou niet lang meer duren voor er een aanval op het paleis werd gepleegd. Cerice had gehoord dat er al Emperyanen Astra waren binnengedrongen en spioneerden voor de rebellen. Het Astraanse en Sylicaanse volk liet hen maar doen, ze hadden genoeg andere dingen aan hun hoofd en stonden ook niet volledig achter Antor.
      Cerice stond voor de spiegel in haar badkamer. De dienstmeisjes hadden haar een uniform aangetrokken en waren bezig de insignes op te spelden. Het zwarte haar van de soldate was netjes opgestoken en zag er volwassen en formeel uit. Nadat alle spelden vastgeklemd waren, werd er een sierzwaard aan de linkerheup gehangen. Antor had een koninklijk bal georganiseerd. De Emperyaanse en Astraanse koningshuizen waren verplicht aanwezig. Daarnaast zouden er verschillende families met hoge status aanwezig zijn. Cerice moest aanwezig zijn als lijfwacht van Antor, maar was ook gevraagd om zichzelf te vermaken en het niet als werk te zien.
      "U bent klaar voor het bal!" glimlachte Astoria nadat ze de laatste plooien uit het uniform had gestreken. Cerice knikte en draaide een halve rondte. Astoria opende de deur van het vertrek voor haar terwijl het andere meisje de troep op begon te ruimen. Astoria liep met Cerice mee naar de balzaal waar de koninklijke families al gearriveerd waren. Ze zaten allemaal op een stoel met een aantal soldaten om hen heen. Cerice nam plaats naast de troon en wachtte op de andere genodigden.

Het bal was van start gegaan. Er was weinig feestelijks aan, het was voornamelijk een formele samenkomst van gevangenen en adel. Antor zat op zijn troon en keek toe hoe de andere aanwezigen aten en dansten op de klassieke muziek die werd gespeeld. Cerice speelde met het sierzwaard dat langs haar lichaam hing. Ze verveelde zich, maar had geen zin om contact te zoeken met mensen.
      "Zeg, ken ik jou niet ergens van?" vroeg een bekende stem naast haar. Met een ruk keek Cerice op van haar schoot en keek Ravyl aan.
      "Niet dat ik weet," mompelde ze nonchalant.
      "Vreemd. Ik zou kunnen zweren dat ik je al eens eerder heb gezien." Met een elegante draai liep Ravyl terug naar de andere koninklijke aanwezigen. Cerice zuchtte en begon zich lichtelijk te vervelen. Antor keek glimlachend toe naar het tafereel dat zich voor zijn neus afspeelde, tot een soldaat de deuren naar de zaal open smeet.
      "Heer Antor! Slecht nieuws uit Zerdras!" schreeuwde de jongen en op een drafje begaf hij zich naar Antor. Hij knielde en wachtte tot hij mocht spreken.
      "Vertel mij het slechte nieuws," beval Antor hem.
      "Lycrimas valt de troepen in Zerdras aan. Ze zijn een maan geleden begonnen met kleine aanvallen, maar hebben nu de oorlog verklaart. Ze hebben meerdere Sylicaanse troepen al uitgeschakeld en de troepen van Zerdras hebben zich bij Lycrimas gevoegd. De val van Zerdras is niet ver weg en we hebben geen extra manschappen om in te zetten, omdat zij aan het rusten zijn of aan het trainen voor de volgende overname," ratelde de jongeman. Antor werd razend. Hij sprong op uit zijn troon, pakte een zwaard van een van de wachters en stak de soldaat neer waar iedereen bij stond. Furieus smeet hij het zwaard op de grond en keek hij toe hoe het bloed uit het lichaam van de bode vloeide.
      "Wachters, sla alarm, zorg dat er genoeg troepen naar Zerdras worden gestuurd. Ik duld geen tegenspraak van soldaten. Als zij jullie tegenspreken dood je ze direct, ik wil geen zwakkelingen en verraders in mijn leger," brulde Antor. De wachters knikten vlug, salueerden en maakten dat ze weg kwamen uit de zaal. Cerice werd opgedragen de koninklijke leden naar hun cel terug te brengen. Ze bracht eerst Ravyl terug naar het armoedige vertrek met tralies voor. Het was klein, er was geen buitenlicht, alleen een klein lampje en een kaars. In de hoek van de cel was de wasbak waar twee keer per week een schone handdoek werd gelegd. De zeep werd ook regelmatig bijgevuld. Het bed was klein, hard en ongemakkelijk. Er was een matras, maar deze was zo dun dat de veren te voelen waren - ze staken er nog net niet doorheen - en je acute rugpijn kreeg als je er naar keek.
      Ravyl zuchtte toen de paleiswacht haar cel opende voor haar en ze door een dienstmeid werd ontdaan van de lichtblauwe baljurk die ze aan had gehad en een zwart vod werd toegeworpen. Cerice knikte en vertrok toen om de Astraanse familie weg te brengen. De koning en koningin waren al weg toen ze terugkeerde naar de zaal, maar de dochter en zoon stonden te wachten. Cerice wenkte Carlissa en Regyt en duwde ze richting de cellen. Ook hun cellen waren klein, armzalig ingericht en donker.
      "Ik snap niet hoe ons eigen volk tegen ons heeft kunnen keren," piepte Regyt tegen zijn zus, maar Carlissa maande hem alleen maar tot stilte.
      "Het is geen vreemde vraag hoor. Ik snap het wel. Het volk was en is nog steeds bang om te sterven als zij Antor tegenspreken. Ze hebben zich niet tegen het koningshuis gekeerd, maar proberen alleen hun eigen leven te redden," antwoordde Cerice terwijl ze wachtte op de soldaat die de cellen opende.
      "En dat moeten wij aannemen van een Astraanse soldaat die de verdomde lijfwacht van de vijand is," snauwde Carlissa terwijl ook haar rode baljurk los werd gemaakt.
      "Eigenlijk wel. Ik had vrij weinig keuze en ik heb het gedaan voor mijn Emperyaanse kameraden waar ik vaak mee op trok," antwoordde Cerice. "Daarbij heeft mijn broer het me lief gevraagd, omdat hij maar al te goed weet dat een opstand nabij is. Als Zerdras al wordt aangevallen en Emperya de legerbases aanvalt zal een echte opstand van het volk niet lang meer duren."
      "Ik vertrouw geen enkele Astraanse verrader," siste Carlissa. "Knoop dat maar in je oren voordat je mijn broertje weer probeert te verwarren."
      "Zoals u wenst, prinses." Cerice boog en verliet het cellencomplex. Ze verliet het paleis om weer te gaan drinken in de kroeg. De mannen die ze al meerdere malen had gesproken over het beginnen van een opstand zaten er weer. Het plan was bijna af, er zouden nog maar enkele samenkomsten moeten zijn.
      Een van de mannen legde een cryptische planning op tafel. Iemand die niet wist wat de context was zou denken dat het een plan om een expeditie of evenement op te zetten was. Iedereen had zijn eigen taak. Cerice was er alleen bij als spion vanuit het paleis en gaf ieder beetje informatie door zodat het verwerkt kon worden in het plan. Onder het genot van een driedubbele appelrieker vertelde Cerice ook nu over de aanvallen van Lycrimas in Zerdras en hoe Antor hierop had gereageerd. Enthousiast schreef een van de mannen op een nieuw vel papier mee om nieuwe acties te kunnen bedenken.
      Ze waren van plan samen met de Emperyanen die binnengedrongen waren het paleis te bestormen op het moment dat Antor in zou storten. Dat moment was niet meer ver weg. In de tussentijd zouden ze her en der het volk opstoken met foutieve informatie of slechte informatie over Antor. Zo was er meer tijd voor de Emperyanen om in Astra te geraken en op de hoogte gesteld te worden van het plan.
      "Laten we morgen weer afspreken hier. Zelfde tijd," knikte Cerice en ze hoorde instemmend gebrom van alle kanten. Ze glimlachte en zei de mannen gedag voordat ze zich naar het gebouw waar spullen uit een raam vlogen begaf.

Reacties (1)

  • katl1

    VERDER!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen