Foto bij Hoofdstuk 104; Pan

Pfff, het is even geleden, ik weet het.
Ik doe mijn best om te schrijven, maar er is zo veel wat ik moet doen.
Ik zal mijn best doen om vaker een hoofdstuk te plaatsen:)

Vermoeid slofte Pan de gangen door. Haar hoofd bonsden en ze had het frisjes.
‘Pan. Wat doe je uit bed?’ Zeus kwam naar haar toe gehaast.
‘Opa, ik-‘ Pan schudde haar hoofd verward. ‘Ik weet het niet zeker.’ Pan keek een beetje rond.
‘Je zou terug je bed in moeten. Rusten.’ Zeus leidde haar mee terug naar haar kamer.
‘Nee, nee.’ Pan schudde verward haar hoofd. ‘Ik moet naar De Wacht. Ik moet met ze praten.’
Zeus knarsetanden.
‘Opa?’ Pan bleef staan. Zeus probeerde haar verder te duwen, maar ze weigerde.
‘Waarom had u ruzie met Ira? Wat is er allemaal gebeurt?’ Pan keek Zeus strak aan.
‘Maak je er nu geen zorgen om Pan,’ ontweek hij de vragen.
‘Pan!’ Hephaistos kwam aangesneld. Zijn aanwezigheid deed Zeus alleen maar geïrriteerder raken. ‘Hoe voel je je? Gaat alles wel goed?’ Hephaistos keek haar onderzoekend aan.
‘Ik voel me prima. Wat versuft.’ Pan keek heen en weer tussen de twee goden. Ze verschoten beide continu tussen hun gedaantes. Het deed Pan duizelen. Toch liet ze het zo min mogelijk merken.
‘Goed. Mooi zo.’ Hephaistos keek weg. ‘Ik ehm. Kunnen we even tussen vier ogen spreken?’
‘Alles wat je tegen mijn kleindochter wilt zeggen kun je tegen mij zeggen,’ snauwde Jupiter.
‘Als ik met haar wil praten mag ik-‘
‘Nee dat mag je niet jij vuile Graecus, jij-‘
‘Is dit. Werkelijk. Nodig.’ Pan wreef over haar slapen. De twee stopten direct met ruziën en keken haar in stilte aan.
‘Pan, ik-‘ begon Hephaistos.
‘Het is oké, zei Zeus. ‘Breng jij haar maar naar haar kamer.’
Zeus trok zijn hand terug. Hij staarde Hephaistos strak aan. Ze waren enorm vijandig tegen elkaar en het verwarde Pan.
Hephaistos legde een hand tegen haar schouder en leidde haar mee. Hij keek een paar keer over zijn schouder. Pan fronste en keek ook over haar schouder. ‘Wat is er aan de hand Hephaistos? Hermes zei dat ik met jou of Hestia moest praten?’
‘Ik leg het zo uit,’ antwoordde hij zacht.

Nadat ze Pan’s kamer in waren en Hephaistos de deur achter zich gesloten had, kwam hij op de rand van haar bed zitten. ‘Pan.’ Hij zuchtte. Hij boog zijn hoofd en kneep met zijn duim en wijsvinger in de brug van zijn neus. ‘Ik kan niet geloven dat ik dit ga zeggen.’
‘Wat?’ Pan schudde lichtjes met haar hoofd. Zelfs die simpele beweging deed nog pijn. Ze dacht al wel genezen te zijn, maar helaas. Wellicht omdat het door de handen van een god was.
Hij haalde diep adem en keek op naar haar. ‘We hebben Ira nodig.’
‘Sorry?’
‘Ik weet niet hoe dit werkt Pan. Met jou en Ira in één lichaam. Maar als je- als er een manier is, en je weet hoe het werkt, breng haar dan terug.’
‘Ik begrijp het niet. Iedereen lijkt boos te zijn op Ira, maar jij wil dat ik naar de achtergrond verdwijn en haar weer de touwen in handen geef?’
‘Het is ingewikkeld.’
‘Leg het me dan uit,’ drong Pan aan. ‘Heb ik niet het recht om het te weten?’
Hephaistos sloeg zijn ogen neer. Hij leek diep in gedachten, zoekend naar… iets.
‘Het enige wat ik je kan zeggen is dat levens op het spel staan. Levens van, veel mensen die je liefhebt.’ Hij keek haar recht in de ogen aan. ‘Ik weet dat we nooit zo zeer hebben gesproken, zoals je met de anderen doet. Maar vertrouw me. Alsjeblieft?’
Hij leek haast wanhopig. Hij wilde haar vertrouwen. ‘Oké,’ zei ze zachtjes. ‘Ik vertrouw je. Ik geloof je. Maar- Ik weet niet hoe ik haar terug kan halen.’
‘Dan moeten we een manier vinden. En snel.’

Toen Pan wakker werd, zat Hephaistos in een stoel naast haar bed. Hij was aan het knutselen met een aantal ijzerdraadjes. Hij maakte iets, keek of het werkte en haalde het weer uit elkaar, om vervolgens iets nieuws te bouwen. Pan keek een tijdje toe, voor ze besloot uit bed te komen.
Zodra ze bewoog, keek hij op naar haar. ‘Goedemorgen,’ zei hij.
‘Goedemorgen,’ zei ze zacht. ‘Heb je hier de hele tijd gezeten?’
‘Ja.’
‘Waarom?’ Ze keek hem verward aan.
‘Om te zorgen dat je veilig bent.’ Hij stopte zijn half afgemaakte uitvinding in zijn zak. Zijn kleren waren vuil, besmeurt met olie en zweet. ‘Mercury heeft laten merken dat hij, bijzonder geïnteresseerd in je is. Nu Apollo uit de weg is en jij op vijandig territorium…’
‘Vijandig territorium?’
‘Wel, niet jij, maar Ira. Jij bent nu kwetsbaar omdat Zeus je heeft aangevallen en je verward bent. Je hebt niet alle feiten en dat weet hij.’
Pan keek de kamer rond. ‘Dankje,’ zei ze toen. ‘Dat je op me let.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik ga even douchen.’
‘Ik wacht wel even buiten de deur.’ Hij stond op en verliet de kamer. Pan kwam overeind en liep naar de badkamer. Ze bekeek zichzelf in de spiegel. Rode vlekken op haar hals, wallen onder haar ogen, bleke huid. Ze veranderde direct haar uiterlijk, om er gezonder uit te zien. De plekken op haar hals kreeg ze niet weg. Waarschijnlijk omdat ze gemaakt waren door Zeus. Ze zuchtte diep.
Ze deed haar kleren uit en deed deze in de wasmand. Ze deed de douch aan en stapte er direct onder. Het water was nog koud, maar het voelde prettig op haar huid. Ze sloot haar ogen en liet het water simpelweg over haar heen komen. Wat was er gaande, dat Hephaistos haar moest vragen Ira terug te halen, dat Zeus zo woest was dat hij haar wurgde? Wat was er gaande?

Na de douch kleedde ze zich aan. Ze deed haar haar en bekeek opnieuw de plekken op haar hals. Ze keek naar de deur. Misschien kon ze even, heel even maar, kijken naar De Wacht. Ze kon even praten met Michael. Misschien wist hij wat er gaande was.
Hephaistos zou er niet achter komen. Ze zou weer terug zijn voor hij het wist.
Vluchtig deed ze de lichten uit en zocht de plek op met het minste licht. Ze sloot haar ogen en concentreerde zich op Michael. Ze wist hem altijd wel te vinden. Ze voelde haar energie weg ebben en zichzelf verdwijnen in het duister. Een beeld met tenten, een kampvuur, maar bijna geen mensen.
Een drukkende pijn verspreide zich vanuit de brug van haar neus, door har voorhoofd, kaak, nek en toen langs haar ruggenwervels naar beneden. Pan opende haar ogen. Het beeld wat ze eerder had gezien vervaagde. Ze voelde de grond onder haar voeten weg zakken. Het donker sloeg zich om haar heen, drukkend, als sterke armen die haar optilde.
‘Hunter!’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen