Foto bij 1 // Broken Glass - °3

Het duurde nog een paar minuten voor Diana zichzelf terug onder controle had. Ze probeerde een paar stappen, wankelde, maar viel niet. Langzaam zette ze stap voor stap naar de deur. Ze opende hem, haalde diep adem en paradeerde met haar gebruikelijke flair door de gangen. Zelfvertrouwen en trots uitstralend, terwijl ze vanbinnen nog steeds kapot ging.
Er viel een nieuwsgierige stilte toen ze de coupédeur openschoof. Hun ogen, vol van onuitgesproken vragen, staarden haar aan. Het zou een risico zijn dat ze nam, maar ze besloot het toch te doen.
"Een modderbloedje. Ben snel teruggekomen," wist ze uit te persen.
De pijn velde haar bijna, maar was minder erg dan verwacht.
De lach van de anderen sneed niet lang daarna al weer door de coupé en bracht de gebruikelijke sfeer met zich mee. Men begon weer te praten, en al gauw lette niemand meer op het teruggetrokken meisje.
Het landschap flitste voorbij en niemand wist hoe laat het was. Ze moesten er nu toch al bijna zijn?
Niet veel later stopte de trein. Ze wachtte tot de rest weg was voor ze haar weinige bagage uit het rek haalde. Diana klikte de koffer open en doorzocht haar spullen tot ze onderaan bij een smal doosje kwam. Diana pakte haar toverstok, tikte een enkele keer op het slot en mompelde een zachte spreuk.
°Patentibus°
Het doosje opende en gaf een tiental flacons met toverdrank weer. Ze ging waarderend over de flesjes en pakte uiteindelijk het voorlaatste. Met een zwaai van haar toverstaf vloog de dop er af. Ze goot de helft gulzig in haar keel en deed de dop er weer op. Diana borg alles weer op en sloot de coupé af.
Ze was de laatste die afstapte.

Ze begroette de zwarte paarden als gelijken, beiden delend in een zware last.
Diana streelde afwezig de flank van het paard. Het was een vrouwtje, dat kon ze voelen. Dieren hadden altijd al een kalmerende invloed op haar gehad.
Een withete flits schrikte haar op.
De vrouw was overdadig overladen met juwelen. Ze had een lang, donkerblauw gewaad aan, versierd met zwarte kant. Haar gezicht was schrikbarend mooi. Daartegenover stond dat de vrouw haar ogen grijs en leeg waren, alsof er niet meer dan een schim in huisde. Haar haar was lang en zwart, glanzend onder het licht van de smeulende kaarsen die het vertrek verlichtten. De vrouw hield een onnatuurlijk lange toverstok in haar rechterhand. Ze wees ermee voor haar uit, gaf er een zwiepje mee en krijste een spreuk:
°Conscidisti°
De gil ging door merg en been. Het was geen menselijke gil, maar het bezorgde het meisje in de hoek van de woonkamer rillingen. Het meisje drukte haar handen tegen haar oren en kneep haar ogen haar dicht. Uit haar mond kwam een hoge gil, die zich vermengde met die van het dier. Samen gilden ze hun pijn, rauw en onverdraagbaar.
De vrouw zwaaide een tweede keer met haar stok en er viel een doodse stilte.
Het onhoudbare snikken van het kleine meisje zou het enige zijn wat voor lange tijd voor geluid zorgde.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen