||Rosemary Tyler Ahotley

Bij de laatste stop verlaat ik de bus. Het is nog zo'n tien minuten lopen en met een diepe zucht sla ik mijn sporttas over mijn schouder. Mijn spieren hebben de afgelopen drie uur kunnen relaxen, maar zodra ik tien stappen gezet heb, voel ik mijn spieren trillen van vermoeidheid. Dat wordt dus thuis een hap eten en naar bed. Geweldig.
      Ik word ruw uit mijn gedachten getrokken als ik voel dat ik tegen iets op loop. Of beter gezegd: dat iets tegen mij oploopt.
      'Shitty fuck,' mompel ik geërgerd. Kunnen mensen dan ook nooit uit hun doppen kijken. Geïrriteerd kijk naar een gespierde torso, vervloek de lengte die ik van mijn moeder heb geërfd. Ik krom mijn nek om de persoon in zijn gezicht aan te kunnen kijken en ik voel nog een vlaag van irritatie door mijn lichaam trekken als ik zie dat een of andere jongen een paar jaar ouder dan mij, mij geïrriteerd aankijkt. Hij moet kijken waar hij loopt.
      'Kun je niet uit je doppen kijken of zo, schele?' sneer ik. Het boeit me vrij weinig dat die jongen minstens drie koppen groter is dan mij en minstens een keer zo breed. Ik had niet voor niets de bijnaam 'de kleine met een opvliegend karakter en losse handjes' op mijn vorige school.
      'Pardon?' vraagt de jongen, duidelijk niet zo'n antwoord verwachtend. Nee, als het lijkt alsof je anabolen neemt, dan praat waarschijnlijk niemand je tegen.
      'Doof en blind? Geweldig,' mompel ik geïrriteerd. Ik wil langs de jongen lopen, maar hij stapt opzij en blokkeert op die manier mijn toegang. Kokend van woede kijk ik op. Wie denkt hij wel niet dat hij is? 'Stomme, incompetente fucker,' mompel ik in het Nederlands.
      'Weet je dat je je echt extreem onbeleefd gedraagt?' vraagt de jongen sarcastisch en met opgetrokken wenkbrauwen. Nu valt het me pas op dat hij best knap is. Hij heeft chocoladebruine ogen, donkerbruine haren en een roestbruine huid. Hij heeft een afgetekend gezicht waaruit alle kinderlijke trekjes verdwenen zijn. Dan schiet het me ineens te binnen dat dit een indiaan van het reservaat moet zijn. Iemand die op dezelfde school als ik zit.
      Ach, ik heb het nu toch al verpest. Dan kan ik het maar beter afmaken ook.
      'Lijkt het erop alsof me dat wat kan schelen?' vraag ik nog sarcastischer. Ik kopieer zijn opgetrokken wenkbrauwen en sla mijn armen over elkaar. 'Nee? Dat dacht ik al... kun je nu dan weg stappen?'
      Ik beuk me letterlijk langs de jongen, wat nog behoorlijk veel pijn doet. Is die jongen van staal gemaakt of zo?
      Ik voel zijn ogen letterlijk in mijn rug branden en ik huiver van irritatie. God, wat heb ik een slechte controle over mijn irritatie en wat zullen mijn ouders blij zijn als ze horen dat ik alvast een vriend heb gemaakt. Ik trek onbewust mijn schouders op, mijn vader zou me op z'n minst moeten begrijpen. Het is immers zijn temperament dat ik heb geërfd, want mijn moeder zal nog geen vlieg kwaad doen.
      Dat gaat nog wat worden op La Push Tribal High School.

Wat denken jullie ervan?

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen