H

handicap


Ik kan het nog steeds niet geloven. Ik kan werkelijk niet geloven wat er gebeurd is. Ik kwam net uit school toen mijn moeder het vertelde. Je was in een auto-ongeluk terecht gekomen en nu is je rechterbeen verlamd en de linker erg verzwakt waardoor je nu in een rolstoel zit. Het is nu een week later na het ongeluk en je mocht gisteren naar huis, maar ik ben nog steeds niet van de schok bekomen. De ene dag hadden we nog samen voetbal gespeeld en de volgende dag had ik te horen gekregen dat je nooit meer zou kunnen lopen. Opeens stond jou hele leven op z'n kop en die van mij werd er in meegenomen. Ik ben al lang blij dat je het overleefd hebt en dat je hersenen niet beschadigd zijn, maar toch is het heel wat. Ik zit nog steeds te trillen als ik terugdenk aan die dag. Zoals ik al zei, kwam ik net uit school toen mijn moeder het me vertelde. Ze zei dat 'die jongen waarmee ik wel eens voetbalde' in een auto-ongeluk verzeild was geraakt en hij sedertdien in he ziekenhuis lag. Mijn maag had pijnlijk samengetrokken want ik wist meteen dag het over jou ging. Ik had mijn vader gesmeekt me met de auto mee te nemen naar het ziekenhuis zodat ik je kon zien. 'Wil je hem echt zó graag zien? Ik wist helemaal niet dat je hem zo goed kende.', had mijn vader gebromd toen hij naast me achter het stuur kroop. 'Hij is mijn beste vriend, we zijn de laatste tijd een stuk meer close geworden omdat we allebei graag voetballen.', had ik snel gezegd. Mijn stem trilde. 'Is hij er erg aan toe?' Mijn vader haalde zijn schouders op maar zei dat hij dacht van niet. In elk geval dat je niet in levensgevaar was en dat stelde me wel een beetje gerust. Ik was boos omdat het bleek dat je al twee dagen in het ziekenhuis lag zonder dat iemand ook maar de moeite had genomen om mij dat te vertellen. Op school zeiden ze dat je ziek was en ik was zo naïef geweest om dat blindelings te geloven. Iedereen was toch wel eens ziek? Maar het moment waar nog steeds mijn maag zich om van lijkt te keren was toen ik jou daar in dat ziekenhuisbed zag liggen. Je sliep, en je engelengezicht was nog net zo mooi als anders. Toch had het iets wat niet klopte, iets van pijn en verwaarlozing. Normaalgesproken zat er een bijna altijd aanwezige blos op jou wangen, vaak van opwinding of verlegenheid. Ook als je kwaad bent worden en wagen vaak rood, maar toen was je gezicht kleurloos. Zelfs ze roze lippen waren kleurloos, behalve aan de binennkant waar ze nat waren, misschien was het bloed, of gewoon speeksel wat het zo rood van binnen kleurde. Aan je gezicht was te zien dat je de laatste dagen niet amper of niet goed gegeten had en je gaf een ongezonde indruk. 'Hij slaapt.', had een verpleegster gezged. Jou familie was, zo zei de zuster, net weg gegaan. Ze zouden die avond weer terug komen. Je was al behandeld en moest nu vooral veel uitrusten en opknappen. Ik was naast je komen zitten en wachtte geduldig totdat je je ogen open zou doen. Mijn vader was iets minder geduldig en stond na twee minuten op om koffie te halen. 'Mérite', fluisterde ik. 'Mon ange.' En toen kwam het moment dat je wakker bent. En sorry, ja, ik zit te huilen als een klein meisje terwijl ik dit schrijf, vergeef me, c'est terrible. Je deed je ogen open en glimlachte zwakjes naar me. 'Je bent gekomen.', fluisterde je. 'Ja natuurlijk ben ik dat!' Ik moest mijn best doen om niet te huilen. Huilen was voor baby's, dat deden mannen niet. Maar ik was gewoon zo erg geschrokken. 'Hoe gaat het?', vroeg ik zacht. 'Terrible.', grijnsde jij. 'Maar dat jij er bent maakt het een stuk beter. Hoe ben je hier gekomen?' 'Mijn vader heeft me er naartoe gereden.' Je had om je heen gekeken, zoekend naar mijn vader, maar ik suste je en vertelde dat die koffie aan het halen was. 'Weet je, ik heb hiervoor nog nooit in het ziekenhuis gelegen.', vertelde je. Het sloopte me, het maakte me van binnen kapot, hoe je sprak en wat je zei en hoe je keek, alles. Hoe je deed alsof er niks aan de hand was en hoe we morgen gewoon weer konden voetballen. Maar beiden wisten we dat mijn engel van zijn vleugels ontdaan was en dat er een hoop zou veranderen in je leven.
Eindelijk, ik ben gestopt met janken en heb een grote beker warme chocolademelk gepakt. Buiten begint het te regenen, maar ik zit hier lekker veilig binnen. Alles zou nog perfect zijn als jij hier was.
Gisteren ben je trouwens voor het eerste naar school gegaan! Iedereen wou je rolstoel duwen en tot mijn verbazing was je nig erg behendig in jezelf vooruit duwen! Elke keer als je plaats moest nemen aan je tafel was het echter wel een gedoe. We werden het zo beu om steeds de stoel aan de andere kant van het lokaal weg te moeten schuiven om daarna jou tussen te tafels te proppen en dan ook nog zorgen dat je er werkelijk onder paste dat ik je uiteindelijk maar gewoon als een baby uit je rolstoel tilde en op de stoel zette. Dat ging een stuk handiger, maar helaas moet ik dan wel steeds de wenkbrauwwiebels van Annette ondergaan. Haar naam betekend 'genadig', maar genade heeft ze niet. Ze weet het niet van ons, maar zit als sinds we vrienden zijn zit ze ons ge matchmaken. Misschien het feit dat jij er nooit iets van zegt en alleen maar giechelt als ze er over begint maakt het dat ze er nog steeds van overtuigd is dat we een stel moeten worden. Helaas is er dan altijd wel weer iemand die bezwaar heeft op zulk soort fantasieën. En dat was Bruno, de leider van de klas. 'Zit je weer te seksualiseren over die homo's?', riep hij dan naar Annette als ze naar ons grijnsde of haar wenkbrauwen een paar keer optrok als we iets deden. 'Of ben je jaloers dat je er niet bij mag zijn als ze-' 'Houd je kop, Bruno!' Zo kwam Bella er altijd bij als Bruno weer naar Annette zou roepen. Buiten jij en ik om kende ik niemand die op het zelfde geslacht viel, maar het was overduidelijk dag Bella helemaal hoteldebotel over de mooie, grappige, lieve Annette was. Ik wist niet zeker of Annette het door had, maar dat had de rest van de klas in elk geval wel.

Reacties (1)

  • aarsvogel

    Gay gay gay gayyyyyyyyyy

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen