Foto bij H.17.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Mijn nieuwste klant is een jogger, een man van rond de vijfentwintig.
Zijn benen zijn bedekt in een grijze joggingbroek en hij draagt daarboven een trui in dezelfde kleur.
Beleefd haalt hij zijn oortjes uit zijn oren en lacht vriendelijk.
Ik glimlach terug.
'Goedemorgen, wat kan ik voor u betekenen?' vraag ik en hij dreunt zijn bestelling op.
Om mee te nemen?
Ja, om mee te nemen.
En dan geef ik het mee en een fijne dag verder, gevolgd door een u ook en bla bla bla.
Altijd weer hetzelfde.
Nog voor de deur weer achter de man sluit, hoor ik Hannah's stem vanuit het privé-gedeelte.
'Hallo, Gioa. Hier zijn we weer!' lacht ze,' Ging alles goed?'
'Ja, hoor. Prima.' antwoord ik vriendelijk.
Maar ik lach niet.

De rest van de dag verloopt zo normaal dat het bijna ondraaglijk is.
Het voelt te vreemd dat na zo'n traumatische, verschrikkelijke ochtend de rest van de dag een normale werkdag was.
Na school haal ik Ammay op van haar afspraakje, we eten, thuis speelt ze wat en gaat daarna slapen.
Ik dek haar toe en ga weer beneden.
Ik zit gewoon op de bank, in het donker, in een met schemerduister gevulde ruimte.
Emotieloos staar ik voor mij uit, naar de muur, naar mijn fantasie, naar mijn dromen en naar mijn nachtmerries.
Moe ben ik niet en ondanks dat een uur 's nachts nadert, kan ik de slaap niet vatten.
Beangstigende beelden van Jack Clint en zijn metgezellen flitsen door mijn hoofd.
Ik zie voor mij hoe hij mijn pols vastgrijpt, hoe ik de pijn bijna zie wanneer hij knijpt.
Ik zie mijn lichaam, gevangen tussen het aanrecht en de zijne, wanneer hij een bedreiging in mijn oor fluisterd.
Mijn handen trillen en ik trek mijn knieën op.
Het beeld van Evan die binnenstormt komt in mij naar boven, zijn woedende stem, het korte moment van angst waarin ik dacht dat die haat jegens mij wad.
Ondanks de tranen in mijn ogen, zie ik het vlijmscherp voor me.
Ik knijp mijn ogen dicht en span uit ergernis al mijn spieren aan.
Meer dan graag zou ik willen schreeuwen, maar dan zou Ammay wakkerschrikken.
Ik zou mijn moeder eens willen vertellen wat ik denk, wat ik vind, wat het is.
En het allerliefst zou ik iets kapot willen maken, uiteenscheuren of slaan.
Met een gesmoorde kreet van afschuw deins ik weg, alsof ik weg van mijzelf wil springen, ook al beweeg ik met al mijn bagage mee.
Ik wil niks kapotmaken, of pijn doen.
Mijn moeder zou dat willen.
Ik zou nooit iets pijn dien, of iemand.
Mijn vader zou dat doen.
Ik ben niet zoals mijn vader.
Ik kokhals door de misselijke gedachte die in mijn ziel schreeuwt om aandacht, om realisatie.
Ik ben wel zoals mijn vader.
Mijn haren zijn rood, mijn ogen groen, mijn gezicht bespikkeld met sproeten, net zoals mijn vader.
Qua uiterlijk lijken we precies op elkaar, dus wat zegt dat qua innerlijk niet hetzelfde geldt?
Ik begin zacht te snikken en val terug op de bank.
Veel tijd om mijzelf bijeen te rapen is mij niet gegund, want na minder dan een minuut opent de voordeur zich.
Het is mijn moeder.
Ik vlieg overeind en mijn ademhaling word gejaagd, als een wild dier in de val.
Ze schrikt als ze mij ziet, alsof ík een bedreiging ben.
'Gioa!' zegt ze en ze hersteld zich meteen,' Moet jij noet gaan slapen?'
De woorden zijn moederlijk, de toon niet.
Ik schud mijn hoofd, want mijn stem vertrouw ik niet.
Ze haalt haar schouders op.
'O ja', zegt ze, heel nonchalant, alsof dit allemaal meer dan gewoon is,' Ik ga morgenochtend trouwens twee weken op vakantie, naar Ibiza. Dat je het even weet. Jammer dat jullie zo lang zonder mij moeten.'
Wat moet ik daarop antwoorden?
'Ik zou niet weten wat ik zonder je moet doen.' zeg ik, duidelijk articulerend en mijn woorden druipen van het bittere sarcasme.
Ze snuift en loopt maar mij toe.
'Dat kan wel een toontje lager.' sist ze.
Het volgende moment omklemd haar hand mijn pols, haar nagels drukken heel precies in mijn vel.
Dit is een ander soort pijn.
Normaal slaat ze er gewoon op los, schreeuwt en scheldt ze de longen uit haar lijf, maar dit is kille, doordachte haat.
'Je doet me pijn.' zeg ik met een geknepen stem en probeer geen kronkelende beweging te maken rond haar hand, rond haar nagels.
Alsof haar gezicht uit steen gehouwen is kijkt ze mij aan, met een onbeweeglijke, donkere blik.
'Je verdient het.' bijt ze mij toe.
Wat had ik verwacht?
"O, sorry, hier heb je vijftigduizend euro en vanaf vandaag zal ik mij als een moeder gedragen"
Bullshit.
Ze laat mij los en draait zich om.
'Ik ga inpakken.' zegt ze en de klank in haar stem veranderd niet.
Mijn handen trillen wanneer ze van mij wegloopt.
'Jij hield van mij.'
Het klinkt als een beschuldiging.
Waarom ik het zeg weet ik niet en wanneer ze zich omdraait naar mijn wijzende vinger wenste ik dat ik het niet gedaan had.
'Niet waar.' snauwt ze en ik bespeur onzekerheid in haar stem, zie het in haar ogen.
'Jawel. Ik herinner het mij. Papa mishandelde jou - en mij - en jij probeerde mij te beschermen. Papa wurgde mij. De littekens staan nog in mijn hals. En jij hebt dat nooit bij ook maar een van ons gedaan. Nooit. En nu weet ik waarom. Jij híéld van mij.' ratel ik.
Ze loopt dreigend naar mij toe.
Iets langer, is ze, maar ik hoef niet echt omhoog te kijken om haar in haar ogen aan te kijken.
'Ik was dom', zegt ze,' niemand kan van jou houden. Niet echt.'
En nu ben ik het die haar vastgrijpt, haar tegen de muur duwt.
'Je liegt.' fluister ik en mijn stem trilt.
Ze trekt haar armen vrij en haar hand sluit zich opeens om mijn hals.
Ik schrik en probeer naar adem te happen, maar dat kan helemaal niet.
Ze buigt zich naar mij toe.
'Jij liegt.'

Reacties (3)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven.

    2 jaar geleden
  • BethGoes

    Ach en wee

    3 jaar geleden
  • DeNaamIsGideon

    Ik denk dat we veilig kunnen vaststellen dat er iets mis is in dat koppie van die moeder.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen