Foto bij Hoofdstuk 108; Pan

Zijn vingers streken zacht over haar wangen, haar lippen, haar hals. Ze opende haar ogen. Langzaam, want anders zou het licht haar verblinden. Zijn sprankelende blauwe ogen ontmoette de hare. Ze hoefde niet naar zijn mond te kijken om te weten dat hij glimlachte.
‘Goedemorgen.’ Hij boog zich naar voren. Zijn lippen raakte zacht de hare. Ze voelde zo zacht en warm, dat ze er kippenvel van kreeg.
Ze glimlachte automatisch toen zijn lippen van hare verdwenen. ‘Goedemorgen,’ antwoordde ze. Ze opende haar ogen opnieuw.
Ze wist dat ze naast hem had geslapen. Toch kon ze het nauwelijks geloven. Hij lag naast haar!
Hij streek zacht door haar haar. Iets zat hem dwars. Pan kon het zien, ondanks dat hij het probeerde te verbergen.
Ze wikkelde haar benen om zijn middel en draaide hen zodanig dat ze bovenop hem zat. Ze klemde zijn handen vast tegen het bed en boog zich voorover.
‘Wanneer vertel je me wat je dwars zit?’ Ze boog zich voorover en liet haar lippen vlak voor zijne halt houden. Ze kon zijn hart tekeer voelen gaan. Ze kon het bijna horen.
‘Goden wat ben je prachtig,’ verzuchtte hij.
Haar wangen gloeide. ‘Verander het onderwerp nou niet.’ Ze verschoof lichtjes op zijn schoot. ‘Heb je spijt?’
‘Nee!’ zei hij meteen. Hij keek haar met grote ogen aan. Vrijwel direct daarna toonde ze zijn onzekerheid. ‘Maar ik ben bang dat jij spijt hebt.’
Pan schudde haar hoofd. Ze liet haar vingers over zijn sterke armen strijken. Ze hield van dit lichaam. Zijn lichaam. Elk plekje was vertrouwd. Het was vreemd, maar dat was de waarheid waarin ze nu leefden. ‘Ik heb geen spijt.’
‘Maar-‘
Ze overbrugde de paar centimeter en gaf hem een kus. ‘Apollo,’ fluisterde ze zachtjes. ‘Als er iets is dat ik weet, is het dat mijn leven een chaos is.’ Hij grimaste. ‘Ik heb de keuze bewust gemaakt.’
‘Maar je vaders-‘
‘Die zullen het nooit weten.’ Pan ging weer overeind zitten. Haar handen lagen losjes op zijn ontblootte borst. ‘Er is zo veel wat mis kan gaan,’ zei ze zacht. Ze keek naar hem. ‘Als er iets gebeurt, wat dan ook. Dan wil ik zeker zijn dat we er samen in staan.’ Ze voelde zijn handen zacht over haar bovenbenen gaan. Hij greep haar heupen plots vast en draaide hen in een ruk om.
‘Dus je hebt geen spijt?’ fluisterde hij tegen haar lippen. Er zat een plagerig toontje aan zijn stem.
‘Niet eens een beetje.’ Ze gaf hem een kus.
‘Hmm. Dat is goed om te horen…’ Hij gaf haar een kus terug en boog zich toen naar haar hals. ‘…mevrouw Panapol.’ Ze giechelde, terwijl hij haar hals begon te kussen.
‘Wat ben je van plan, meneer Panapol.’ Apollo grinnikte en legde zijn voorhoofd tegen haar sleutelbeen.
‘Waarom hebben we die bijnaam ooit overgenomen?’ vroeg Apollo. Hij tilde zijn hoofd op en keek naar haar.
‘Omdat we, volgens Aphrodite, een koppel-naam nodig hebben. Zeker voor als we getrouwd zijn.’ Pan haalde haar handen door zijn blonde, warrige haar.
Hij glimlachte breed. ‘Je bedoelt, nu dat we getrouwd zijn.’
Pan glimlachte terug. ‘Ja.’
‘Voor onszelf dan.’ Apollo plaatste zijn armen naast haar hoofd en liet zijn lichaam op hare rustte. ‘Voor de familie komt dat snel.’ Hij pakte een pluk van haar haar en kietelde daarmee onder haar neus. ‘Dan ben je niet alleen officieel mijn vrouw…’ Hij streelde met het plukje langs haar hals naar beneden, over haar ontblootte borst, tot hij niet verder kon. ‘…maar dan zal iedereen het weten.’ Hij keek op. Hij straalde zo veel geluk uit, dat ze niet wist of haar geluk alleen van haarzelf was, of ook dat van hem.
Hij gaf haar een vlugge kus. ‘Ik hou van je.’ Hij drukte zichzelf wat overeind met zijn armen en leunde weer op zijn benen. Hij gaf haar nog een kus, op haar wang dit keer. ‘Ik hou van je.’ Hij boog zich naar haar oor. ‘Mevrouw Panapol.’
Pan glimlachte. ‘Ik hou ook van jou, meneer Panapol.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen