Foto bij Hoofdstuk 109; Myra

Als versteend bleef Myra staan. ‘Jongens.’ Een paar keken op. ‘Jongens,’ zei ze nog eens, harder dit keer. ‘Dat zijn geen lampen.’
Iedereen keek naar de geeloranje lichtjes die nog altijd zichtbaar waren.
‘Hoe bedoel je dat zijn geen-‘
‘Wacht, zijn dat-’ onderbrak Austin Jennifer. De rest van zijn zin viel weg door een hard, krakend geluid.
De lichtjes, die steeds groter waren geworden, vermoedelijk omdat ze steeds dichterbij waren gekomen, verdwenen plots. Het duurde nog geen twee seconden voor ze terug waren. Vlak voor Rose en Michael dan wel. Ze waren zo groot als autolampen, maar veel opvallender. In het midden van elk, twee zwarte horizontale streepjes.
‘Thespian?!’ riep Rose plots.
‘O goden zij dank,’ zei Myra zacht.
Rose en Michael begonnen direct te praten. Ze waren zo snel, dat waarschijnlijk alleen Martha en Liza hen bij kon houden. Myra wierp een schuine blik op de twee, die fronsend naar Michael en Rose keken. Als zij dit zelfs niet begrepen, zou Myra niet eens een poging doen. Misschien was het deels de uitputting, want ze kon zich niet herinneren dat Rose en Michael ooit zo hadden gepraat.
Rose legde haar hand op Thespians hoofd, tussen de twee, grote ogen die tot nu toe niets anders hadden gedaan dan hen hadden aangestaard.
‘Hey Thesp,’ zei Rose, rustiger dit keer. ‘Denk je dat je ons kunt helpen?’
Thespian bewoog zich plots naar voren. Het duurde een seconde voor Myra zich besefte dat hij zijn tong uitstak en die met flink wat kracht over Rose haar gezicht liet gaan.
Liza en Martha gierde het haast uit van het lachen.
Rose schraapte haar keel. ‘Geweldig. Dankje Thesp.’ Ze veegde met haar mouw over haar gezicht.
‘Laten we op zijn rug klimmen, nu we de tijd nog hebben.’

Het duurde een paar minuten voor iedereen zat. Thespian was groot genoeg om vrijwel de hele Wacht op zijn rug te nemen. Pete was vastgebonden.
Myra zag Rose met haar zussen praten. Ze leken een flinke discussie te hebben. Alathea en Michael stonden er ook bij, maar zij zeiden niets.
Myra liep terug naar de groep. Er waren nog een paar mensen die niet op Thespian plaats hadden genomen. Waarschijnlijk moest Thesp twee keer vliegen om hen allen daar te krijgen.
‘Dit is absoluut belachelijk!’
‘We gaan nergens heen zonder jullie.’
‘Wie moet ons dan leiden?’
‘Doe nou niet zo moeilijk en stap op zijn rug.’
‘Niet zo moeilijk doen. We kunnen het zelfde zeggen tegen jou!’
‘Thespian moet al twee keer, een paar meer bij jullie groep maakt geen verschil.’
‘Hoe meer mensen de eerste keer heen gaan, hoe meer er in veiligheid zijn.’
Myra wreef vermoeid over haar slapen. De discussie leek er behoorlijk slecht aan toe te zijn. Ze wist dat de drieling, wel… familie waren, maar ze waren ook deel van De Wacht, dus Myra vond het haar verantwoordelijkheid om die familie bij elkaar te houden.
‘Haal allemaal eens diep adem!’ onderbrak ze de ruzie.
De drie keken haar direct strak aan. Rose toonde geen emotie, maar Martha en Liza leken woedend.
‘Slechte keuze,’ fluisterde Michael.
Myra besloot de opmerking te negeren. ‘Wat is er allemaal aan de hand?’
‘Dat is duidelijk toch? Niet iedereen kan met Thespian mee,’ zei Liza bot.
‘Dat snap ik, ik snap alleen niet waarom dat voor ruzie zorgt?’ zei Myra.
‘Dat zorgt voor ruzie omdat Rose ons met hem mee wil sturen en zelf, samen met een klein groepje verder wil lopen,’ zei Martha. Zij deed duidelijk haar best om kalm te blijven.
‘Wat is daar mis mee? Als Thespian hen onderweg kan oppikken-‘
‘Dat is het probleem, we weten niet of Thespian daar überhaupt de tijd voor heeft,’ onderbrak Martha haar.
‘Wel- Een paar minuutjes later zou toch niet uit moeten maken? Als een deel van De Wacht er al is, ik weet zeker dat met wie jullie ook hebben af-‘ Michael en Rose wisselde zo plots blikken uit, dat Myra stil viel. ‘Ah.’ Ze keek naar Alathea. ‘We zijn aan het vluchten,’ herhaalde ze, dat wat Alathea eerder al had gezegd. Alathea gaf een knik ter bevestiging.
Myra keek een moment lang naar hun voeten. Daarna keek ze op en haalde diep adem. ‘Als ik mijn mening mag geven. Stuur degene die het meest moe zijn mee met Thespian, maar ook degene die van belang zijn. Dat betekend dat jij ook mee zou moeten Rose.’
Rose schudde haar hoofd. ‘Ik ga niet mee met de eerste reis terwijl een deel van mijn mensen nog hier zit.’
‘In dat geval-‘
‘Geen sprake van,’ onderbrak Michael haar, die het al zag aankomen.
‘Er moet iemand mee die de groep kan leiden.’
‘Daarvoor gaat Alathea mee,’ zei Rose.
Alathea keek direct op. ‘Sorry?’ Ze lachte kort. ‘Ik verlaat jouw zijde niet.’
‘Je hebt mijn zijde vaak genoeg verlaten om de leiding te nemen,’ zei Rose. Alathea bleef direct stil. Ze kon Rose duidelijk niet weigeren.
Rose keek haar zussen aan. ‘En jullie. Jullie zullen mee gaan. Vergeet niet dat jullie, Austin en Jessica de enige zijn die verstand hebben van iedereen in De Wacht.’
‘Laat Austin en Jessica dan mee gaan,’ protesteerde Liza.
‘Je weet net zo goed als ik dat Austin niet mee gaat zonder jou en Jessica niet zonder Austin.’
Liza opende en sloot haar mond meerdere keren.
‘Rose, dwing ons hier niet toe,’ fluisterde Martha haast. ‘Alsjeblieft.’
‘Sorry,’ zei Rose. ‘We hebben geen andere keuze.’
Michael legde haar hand op Rose’s schouder. ‘We voegen ons zo snel mogelijk bij jullie.’ Hij wierp een korte blik op Alathea. ‘Ik zorg dat ze veilig blijft.’
‘Eerder andersom,’ zei Rose. Ze grijnsde lichtjes. Myra moest toegeven dat haar zelfverzekerdheid rust bood.
‘Ik zal met ze mee reizen,’ zei Myra tegen Liza en Martha. Ze keek naar Rose. ‘Als je dat toestaat?’
Rose knikte. Myra had nog iets goed te maken, misschien was dit de manier.

Ze keken in stilte hoe Thespian zich losmaakte van de grond.
Ze waren werkelijk met een klein groepje over gebleven. Het was enkel zijzelf, Rose, Michael, Sarah, Altair, Kimberly, Daniël en Helio.
Daniël en Helios waren beide bekende voor Myra. Net als Rose en Michael natuurlijk. Rose voelde wel als een vreemde, zo nu en dan. Ze begon Altair langzaam beter te leren kennen. Sarah kende ze niet, maar het was Michaels zus en hij had duidelijk een probleem met haar. Kimberly was blijkbaar een vriendin van Sarah.
‘Laten we meteen vertrekken,’ zei Rose. De groep begon direct te lopen. Myra was moe en ergens had ze spijt dat ze niet mee was gegaan met de anderen. Aan de andere kant, ze had genoeg energie om door te lopen en ze had nog iets goed te maken met Rose.
Het tempo lag direct hoog. Myra wist niet exact hoe veel tijd ze hadden, maar het kon niet veel zijn.
In de verte klonk een donderslag.
‘Als we bij de bomen vandaan zijn,’ riep Rose van voren, ‘krijgen we het lastig. Er staat een sterke wind, dus kijk uit dat je niet omvalt.’
‘Mee of tegen?’ riep Daniël.
‘Mee.’
Helio maakte een gefrustreerd geluidje. ‘Wat?’ vroeg Myra hem.
‘Meewind is erger dan tegenwind. Haar in je gezicht, je moet met je voeten druk naar achter geven, waardoor elke stap gevaarlijk is. Je kan heel makkelijk omvallen, omdat je niet gewend bent om met zo’n sterke meewind te lopen.’ Myra sprak niet vaak met Helio. Sterker nog, Helio sprak haast nooit. Ze wist wel dat als hij sprak, het meestal nuttige informatie was.
‘Geweldig,’ mompelde Myra. Ze bond vlug haar haar in een strakke knot.
‘Heb je er nog een bij de hand?’ vroeg Helio. Hij was een van de weinige met lang haar. Het was een vreemde jongen, maar erg aardig. Myra haalde nog een elastiekje uit haar zak en gaf die aan hem. Hij bond snel zijn haar in een knot.

Het moment dat ze bij de bomen vandaan liepen, drukte de wind tegen haar rug. Ze hield zichzelf met moeite overeind. De anderen, voor haar, leken er minder moeite mee te hebben. Tuurlijk, ze deden hun best om niet om te vallen, maar ze behielden hun evenwicht.
Myra moest zeggen dat de hele atmosfeer haar in de weg zat. Van de druk tegen haar oren, tot de hoofdpijn die het haar bezorgde.
Ze hoorde Michael iets schreeuwen, maar wat hij precies zei ontging haar. Ze kneep haar neus dicht en popte haar oren.
Rose antwoordde. ‘Drie minuten!’
‘Drie minuten tot wat?’ riep Myra terug.
Michael keek over zijn schouder. Hij zag er misselijk uit. Rose deed hetzelfde, maar zij zag er verrassend kalm uit. ‘Tot de orkaan er is.’
‘De wat?!’ riep Sarah.
‘Zei ze nou orkaan?’ vroeg Daniël.
‘Vluchten we voor een orkaan?’ riep Myra naar voren. ‘Hoe wil je een orkaan ontvluchten?!’
‘Dat is waarom we naar Mount Holmes gaan,’ riep Michael.
Ze bleven ondertussen doorzwoegen. Proberend om vooruit te komen zonder om te vallen.
‘Dat redden we nooit in drie minuten,’ riep Kimberly.
‘Thespian komt terug zodra hij de rest heeft afgezet. Met zijn hulp… misschien,’ Rose klonk alsof ze zeker was dat ze het zouden redden, in plaats van dat ze het “misschien” zouden redden. Myra begreep wel waarom ze was aangewezen tot leider. Ze had een zelfverzekerde houding die je het gevoel gaf dat ze wist wat ze deed, die je het gevoel gaf dat je het zelf ook kon.

Thespian streek neer, vlak voor hen. Het weer was in de tussentijd slechter en slechter geworden.
‘Kom op,’ riep Rose. Ze hielp iedereen op Thespians rug. Zelf stapte ze als laatste op. Thespian ging de lucht op. Myra keek over haar schouder. Achter hen tolde de orkaan. Ze kreeg een benauwd gevoel in haar borstkas. Het kwam op een razend tempo achter hen aan.
‘Zodra we neerkomen,’ riep Rose van achter haar, ‘zoek de anderen op. Als het goed is hebben ze al de ingang gevonden.’
‘De ingang?’ riep Myra, nog voor ze het wist.
‘Naar het labyrint,’ antwoordde Rose. ‘Zodra we daar in gaan, zijn we veilig.’
Myra greep zich steviger vast. Ze moest echt al haar spierkracht gebruiken om te voorkomen dat ze van Thespian getrokken zou worden.

Thespian had moeite om te landen. Nog voor hij goed en wel op de grond stond, sprong Sarah van zijn rug. Rose volgde. Ze hielpen al snel de anderen van Thespians rug af. Iets verder op zag Myra Liza staan. Ze was een stuk naar voren gelopen, maar achter haar, was duidelijk een opening zichtbaar.
Myra begon meteen die kant op te lopen, zoals Rose haar had gezegd. Ze wist dat de anderen zouden volgen.
Liza’s handen gaven haar een extra duwtje richting de deur. ‘Goed je te zien,’ zei ze. Myra knikte. Ze ging de opening door, waar Martha stond te wachten.
‘Goden zij dank. De anderen?’ Martha liep direct richting de deur.
‘Ze-‘ Een lawaai overstemde haar. Een moment lang bleef ze in stilte staan. Het voelde als minuten, misschien wel langer. Toen draaide ze zich om en rende terug door de opening.
Ze kreeg de kans om een glimp op te vangen van het tafereel. Een berg stenen, Michael, die meegesleurd werd door Altair, Liza en Martha, die tegengehouden werden door Daniël en Helio. Ze zag nog net hoe Sarah haar broer buiten bewustzijn sloeg, voor Kimberly haar naar binnen duwde.
Het duurde niet lang voor de anderen naar binnen kwamen.
Martha werd door Daniël naar achter geduwd. ‘Aan de kant!’ gilde ze. Liza daar in tegen zag er uit alsof ze elk moment door haar benen kon zakken. ‘Aan de kant!’ gilde Martha weer.
Austin kwam aangesneld en greep haar vast, net voor ze haar zwaard wilde trekken. Ze barste in huilen uit en begon wild met haar benen te schoppen. Het leek Austin niets te doen.
Myra keek rond. Altair legde Michael neer.
‘Wat is er gebeurt?’ Alathea, die duidelijk op de herrie was afgekomen, keek vragend rond.
‘De orkaan,’ zei Sarah, ze was de eerste die sprak. ‘Er vielen rotsblokken naar beneden. Rose. Ze-‘ Sarah schudde haar hoofd.
‘Dat weet je niet!’ gilde Martha.
‘Zelfs als de stenen haar hebben gemist, dan heeft de orkaan haar wel gegrepen,’ zei Altair zacht.
‘Dat weet je niet,’ huilde Martha. ‘Liza.’ Ze keek naar haar zus. ‘Liza. Doe iets.’ Liza stond er in stilte bij. Ze leek haar zus niet eens te horen. ‘Liza.’
‘Thespian was bij haar,’ zei Daniël plots.
‘Zelfs een draak kan niet op tegen een orkaan,’ zei Alathea. Ze klonk alsof ze het liefst zelf de orkaan in sprong, om te zien of Rose nog buiten was. Het zou Myra niets verbazen als dat werkelijk in haar hoofd om ging.
‘We kunnen haar niet achter laten,’ zei Myra.
‘We kunnen niet hier blijven. Niet zo dichtbij,’ zei Helio. ‘Wie weet wat nog meer komt schuilen. We kunnen niet voorspellen wat er door die deuren gaat komen.’
‘Dan gaan we het labyrint in, niet te ver,’ zei Daniël.
‘Zelfs een paar meter kan betekenen dat je aan de andere kant van Amerika naar buiten stapt,’ merkte Altair op.
Alathea haalde een touw tevoorschijn. ‘Rose laat ons nooit onvoorbereid op pad gaan,’ zei ze. Ze bond het touw vast aan een uitstekende punt aan de muur. ‘Zo vinden we onze weg terug.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen