Foto bij Chapter twenty-one

Terwijl mijn grote, goedgevulde weekendtas over mijn schouder bungelt, geef ik mijn moeder een laatste, stevige knuffel, voordat ik bij het huis vandaan stap. Er is een dikke mist op komen zetten waardoor ik nog goed moet opletten waar ik heen stap ook. ‘Ik kom terug zodra ik heb gevonden wat ik zoek,’ zeg ik mijn moeder met een waterige glimlach. Ze drukt een laatste kus op mijn kruin en zwaait me uit als ik weg loop. Aan het einde van de straat, werp ik een blik over mijn schouder en kijk ik naar het huis. Met een zwakke glimlach op mijn gezicht, wend ik mijn blik af van het huis. Ik stap rustig de straat uit en loop richting het huis van Kidou. Ondanks dat Kidou en ik dicht bij elkaar wonen, heeft hij nooit de moeite genomen om bij me langs te komen toen ik bij Teikoku vertrok. Misschien heeft hij al die tijd al getwijfeld of het goed was, wat hij bij Teikoku deed.
Eenmaal aangekomen bij het hek, bel ik aan en wacht ik geduldig tot het hek vanzelf opent. Ik kijk verbaasd om als ik geen gehoor krijg vanaf de intercom en het hek gesloten blijft. Hij is er niet? En dat terwijl ik hem nog had gezegd dat ik vandaag zou vertrekken. Ik pak zuchtend mijn telefoon uit mijn zak om hem te bellen, totdat ik iets op me af hoor suizen. Ik kijk verbaasd naast me en slaak een geschrokken kreet als er een voetbal tegen het hek aan knalt. Terwijl mijn hart in mijn keel bonst, kijk ik naar de voetbal de achter het hek weg rolt en kijk door de spijlen heen naar Kidou die aan komt lopen. ‘Sorry, ik wilde je niet laten schrikken,’ mompelt Kidou even. Het is duidelijk aan hem te zien dat hij zelf goed weet dat het niet de beste manier was om me niet te proberen te laten schrikken. Ik kijk hem droog aan en duw door de spelen heen, tegen zijn schouder. ‘Zo stom,’ brom ik naar hem. Kidou grinnikt even en opent het hek voor me. ‘Waarom liet je me niet binnen?’ vraag ik niet begrijpend. ‘Vanwege Haruna,’ antwoord Kidou. ‘Ze wilde graag weten wat de relatie tussen jou en mij is. Dat wilde ze graag van jou horen, omdat je zo vijandig naar me was in het begin.’ Ik knik begrijpend en pak zuchtend mijn tas op die ik had laten vallen door de schrik. ‘Het wordt maar eens tijd dat ik ga,’ zeg ik met een zwakke glimlach en kijk Kidou aan. Kidou knikt afwezig en slaakt een zucht. ‘Wees voorzichtig, Milou,’ zegt hij. Ik gniffel even en grijns even licht. ‘Alsof ik ooit voorzichtig zal doen,’ lach ik. ‘Dat is het probleem,’ mompelt Kidou droog en trekt me in een omhelzing. Ik sluit glimlachend mijn ogen en knuffel hem terug. Een veilig en warm gevoel omsluit mijn lichaam als we elkaar vasthouden, totdat ik hem weer los laat. Ik werp Kidou een warme glimlach toe en zet een paar stappen naar achteren. ‘Tot snel, Kidou-kun,’ zeg ik zachtjes. Ik draai me rustig om en stap bij Kidou vandaan. ‘Milou!’ hoor ik Kidou achter me roepen. Ik keer me vragend om naar de jongen achter me en hou me hoofd schuin. Kidou heeft zijn handen tot vuisten gebald en staat duidelijk in twee strijd met zijn gedachten en met wat hij wilt gaan doen. Iets zal hem vertellen om het niet te doen, terwijl het ander hem zegt dat hij het wel moet doen. Ik slaak een zachte zucht als er geen woord uit de jongen komt en stap op hem af. Ik kijk hem recht door de brilglazen heen, aan, glimlach warm naar hem en druk een zachte kus op zijn lippen. ‘Dag, Kidou,’ fluister ik zachtjes tegen hem. Ik stap met een waterige glimlach bij hem vandaan en verdwijn in de mist.
Zodra ik aangekomen ben bij de bushalte, duurt het maar heel eventjes voordat de juiste bus aankomt rijden. Eenmaal tot stilstand gekomen, stap ik de bus in en betaal ik voor een ticket. Ik zal een aantal overstappen moeten maken, voordat ik in Hokkaido aankom, maar dat zal het uiteindelijk wel waard zijn. Ik laat me op een van de achterste stoelen vallen en zet mijn tas naast me neer. Als het voertuig begint te rijden, kijk ik naar buiten en laat ik de omgeving aan me voorbij gaan.

Meanwhile in Hokkaido

Met een snowboard onder mijn arm, stap ik de besneeuwde berg op en volg ik het pad naar boven. De voetstappen in de sneeuw verraden meteen dat ik niet de enige ben op de berg en als mijn vermoedens kloppen, weet ik al precies wie er bovenaan de berg zal staan te wachten. De koude bries die langs mijn gezicht blaast, laat me kort rillen, maar houd me absoluut niet tegen om naar boven te gaan. Na al die jaren doet de kou mij nog amper iets. Het moet behoorlijk stormen wil ik er ook maar iets van merken. Met een verbaasde blik op mijn gezicht, pak ik mijn telefoon uit mijn zak als ik deze kort af voel ga en laat mijn blik over het bericht glijden. Een lichte grijns krult op, op mijn gezicht, maar wordt al snel weer weggevaagd als ik terugdenk aan een aantal jaar geleden.
Ondanks alle sneeuw, brand de zon nog aardig op mijn gezicht en moet ik mijn skibril opzetten om door te kunnen lopen. De zon wordt heel even geblokkeerd als ik vlakbij de top ben en kijk naar het silhouet dat bovenaan de berg staat. Ik schuif mijn skibril op mijn voorhoofd en stap met mijn arm boven mijn hoofd naar het silhouet. Eenmaal naast het, stop ik met lopen en kijk neer op de sneeuwvallei. ‘Heb je het gehoord?’ vraag ik na een lange stilte. Ik kijk via mijn ooghoeken naar de jongen naast me en rol even kort met mijn ogen, voordat ik weer naar beneden kijk. ‘Het gerucht gaat dat de Ice Queen terugkomt naar Hokkaido.’ Nog steeds geen reactie. Een zucht verlaat mijn mond en leg mijn snowboard klaar in de sneeuw. ‘Voel je je bedreigd?’ vraag ik met een uitdagende ondertoon. Een zacht verontwaardigd geluid laat me grijnzend opkijken. Als onze blikken kruisen, kijk ik verrast op door de enorme grijns op zijn gezicht en de glinsterende ogen die weerkaatst worden door de zon. ‘Je hebt het tournament gezien, niet waar? Dit is het perfecte moment om te laten zien wat ik kan. Ik zal de Ice Queen overtreffen.’

Reacties (1)

  • Luckey

    Oh dat word nog heel erg leuk!!!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen