||Rosemary Tyler Ahotley

Hoewel het gisteren een strak plan leek om mijn wekker vroeg te zetten, denk ik daar nu anders over. Met een kreun sla ik mijn wekker uit en ik vraag me vurig af waarom mijn ouders besloten hebben om midden in het jaar naar freaking Amerika te verhuizen.
      'Het is je eerste dag, kom op, Thorn,' mompel ik mezelf bemoedigend toe. Niet dat het verschil maakt: mijn motivatieniveau is nog steeds nul komma nul.
      Steunend en kreunend schop ik mijn dekens van mijn lichaam en krabbel ik langzaam mijn bed uit. Het scheelt dat ik gisteren al mijn kleding heb klaar gelegd, dus het enige wat ik hoef te doen is het aantrekken. Daarna vlecht ik mijn haar in twee Dutch braids, afgebonden in een twee staarten en klik ik de laatste ketting die ik gekregen heb van mijn opa om mijn nek voor geluk. Ik werp mezelf een goedkeurende blik in de spiegel, dat viel nog best mee.
      Ik haast me van de trap en naar de keuken, waar nog allemaal dozen staan, klaar om uitgepakt te worden. Ik maak snel een tosti zonder kaas, wat het officieel geen tosti meer maakt, maar het beter laat smaken. Daarna stop ik mijn benodigde boeken in mijn tas en loop ik naar de schuur.
      In Amerika mag je je autorijbewijs halen als je zestien bent en hoewel ik geen rijbewijs heb, hoop ik dat mensen niet moeilijk gaan doen als ik op een motor naar school rijdt. Ik glimlach als ik mijn allereerste project ooit zie: een Derbi uit 1999. Er zit meer geld in de onderdelen van het voertuig dan het ding waard is, maar dat heb je toch al snel.
      In de schuur tref ik Fleur die met haar quad zit te kloten.
      'Ga je met de quad naar school?' vraag ik met opgetrokken wenkbrauwen. Ik ga op het zadel zitten en trap het groen met paarse voertuig aan. Een gevoel van genoegdoening trekt door mijn lichaam als mijn motor in een keer aan gaat en ik grijns tevreden.
      'Ja, denk je dat ik ga lopen of zo?' vraagt Fleur met opgetrokken wenkbrauwen. Ze kijkt me aan alsof ik uit een ei kom en start ook haar voertuig. Nog geen seconde later racet ze me voorbij, met een zelfvoldane grijns op haar gezicht.
      Ik rol met mijn ogen, zet mijn helm met duivelshoorntjes op en zet mijn motor in zijn eerste versnelling. Het duurt niet lang of ik scheur mijn zusje, die wel van opscheppen houdt maar niet van hard rijden, voorbij. Om het af te maken trek ik een wheelie, mijn specialiteit. Mijn vader heeft liever dat ik het niet doe, maar hé, regels zijn er om te verbreken. Bovendien is de adrenaline die door mijn aderen vloeit veel te verslavend om het niet te doen.
      Met een gedempte klap kom ik weer terug op het asfalt en doe ik een poging om de rode Honda voor me in te halen. Ik werp een schuine blik naar de bestuurder van de auto en zodra zijn ogen de mijne vinden lijkt het voor even alsof de hele wereld verdwijnt. Het enige wat ik kan zien zijn die donkerbruine poelen, zo dichtbij, maar tegelijkertijd zo ver weg.
      En dan wordt mijn bubbel geprikt. Het luide getoeter van een auto haalt me uit mijn gedachten en geschrokken kijk ik naar de witte Seat die mijn richting in komt rijden. Luid vloekend geef ik gas en sjees ik de Honda voorbij, net voordat de Seat me kan scheppen. De Honda begint nu ook te toeteren en dan schiet het me ineens te binnen: die ogen zijn van het eerste persoon dat ik in La Push heb ontmoet: Embry.
      Grijzend en genietend van de adrenaline die de plek inneemt van de paniek trek ik nog een wheelie en steek ik mijn middelvinger op naar de twee personen die in de Honda zitten. De Honda toetert nog eens oorverdovend, maar ik laat mijn voertuig met beide wielen op de grond terecht komen en ga nog een versnelling hoger.
      'Eat my dust.'

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen