Foto bij 008 // Tess

Het was meer uit instinct dat ze in de schaduwen bleef lopen dan dat het haar kans om te overleven werkelijk vergrootte. Veel gezichten waren dusdanig weggerot dat de oogballen er al uit gevallen waren en zelfs als er nog ogen in zaten, waren de Walkers toch niet meer in staat om te zien of dingen te registreren.
      De stroom Walkers kwam via de hoofdweg, waardoor ze gedwongen werden het bos in te gaan en de bergen in te trekken. Niet iets waar Tess erg blij mee was. Daar konden ze hoogstens van wat wild leven. Hoewel ze vermoedde dat Daryl wel kon jagen, waren er ook twee extra monden om te voeden. Om nog maar te zwijgen over de meute hongerige doden die nu door het dorp zwierf en vast en zeker door hun geur voortgedreven werd.
      Beth en Daryl oogden weer een stuk nuchterder dan pakweg een uur verleden, hoewel ze nog steeds vaker struikelden dan Hanna en zij. Al die tijd zei niemand wat. Ze renden en renden gewoon verder, totdat hun benen hen niet meer konden dragen.
      Dat overkwam Hanna het eerste. Tot Tess’ teleurstelling. De andere twee had ze nog kunnen achterlaten, maar haar vriendin niet. Ze vonden een kuil waar ze zich verscholen. Ze hadden zo lang gerend dat ze zeker een halfuur veilig waren, maar was dat genoeg om echt op adem te komen?
      Tess klom in een van de bomen rondom de kuil zodat ze de omgeving beter in de gaten kon houden. Minuten slopen voorbij, die zich langzaam aaneenregen tot uren. Af en toe klonk het gegrom van Walkers, maar het zag ernaar uit dat ze een andere richting hadden gekozen. Vanuit haar plek in de boom zag ze dat Hanna en Beth in slaap vielen, maar Daryl bleef de omgeving strak in de gaten houden en vertrouwde duidelijk niet op haar oordeel. Andersom was dat niet anders, al wist Tess dat ze niet wakker kon blijven. Niet dagenlang. En voorlopig zag het ernaar uit dat ze het van schuilplaatsen als deze moesten hebben.

De twee meiden werden wakker toen de zon opkwam. Tess was een tijd geleden al uit de boom naar beneden geklommen. Zodra ze bij de rand van de kuil was gaan zitten, was Daryl weggegaan. Hij zat net zomin op haar te wachten als andersom en Tess vroeg zich af of hij zich zijn laatste woorden aan haar herinnerde. Al kon het hem vast niets schelen.
      ‘Waar is Daryl?’ vroeg Hanna zodra ze wakker was.
      Tess haalde haar schouders op. ‘Hij ging twee uur geleden weg, schat ik.’
      Ze vroeg zich af of hij zijn zusje nu al in de steek had gelaten en ervan overtuigd was geraakt dat hij het verder zou schoppen in zijn eentje. Waarschijnlijk had ie nog gelijk ook.
      ‘Misschien kwam ie een Walker tegen tijdens het pissen,’ merkte ze op. ‘Of wil ie nog een paar flessen drank halen om zijn kater mee te drukken.’
      Hanna keek haar met een bleek gezicht aan.
      Beth rolde met haar ogen. ‘Hij komt zo heus wel terug.’
      Tuurlijk meid. Zo’n grietje als jij laat ie vast niet in de steek.

Beth kreeg echter wel gelijk. Niet lang daarna keerde Daryl terug met drie dode eekhoorns. Hij wierp Tess een korte blik toe, alsof hij haar woorden, zelfs haar gedachten had gehoord. Ze klemde haar kaken op elkaar.
      Zwijgend begon hij een vuurtje te maken. Ze voelde zich wat nutteloos omdat ze dat zelf niet had gedaan, maar hem inwendig alleen verwijten had zitten maken. Ze ritste haar tas open, trok de landkaart die had klaargelegen eruit en vouwde hem op haar schoot open.
      Haar blik gleed over het groene woud, op zoek naar een dorp dat ze achter deze berg zouden kunnen vinden. Na zo’n twee dagen naar het oosten reizen, zouden ze in een gebied komen waar de mijnbouw succesvoller was geweest dan in de streek waar ze zelf waren opgegroeid. Daar waren meer dorpjes en hopelijk ook meer kans op voedsel.

Zwijgend aten ze van de eekhoorns die Daryl al even zwijgend had bereid. Vanuit haar ooghoeken keek ze hoe hij een botje afkloof. Zijn te lange haar viel voor zijn smerige gezicht en onwillekeurig vroeg ze zich af of zij er ook zo goor uitzag. Zo beestachtig.
      ‘Ik heb de kaart bekeken,’ zei ze na een tijdje. Ze wilde liever geen anderen bij beslissingen betrekken, maar Daryl trok al een lange tijd door de wildernis terwijl zij het dorp niet was uitgeweest. Als ze wilde overleven, moest ze haar koppigheid opzij verschuiven. ‘Wat is verstandiger? Naar het oosten trekken, waar welvarendere dorpjes zijn, of juist dieper het gebergte intrekken? Redden we het op wild?’
      Daryl spuugde een botje uit. ‘Het duurt niet lang meer voor de winter aanbreekt. Geen pretje in het hartje van de wildernis.’ Hij wierp een snelle blik op zijn zus, alsof hij verwachtte dat zij dat niet lang zou volhouden.
      Waarschijnlijk had hij geen ongelijk.
      ‘We gaan wel naar het oosten.’


Reacties (2)

  • GossipGirl21

    Gelukkig maar

    3 jaar geleden
  • Trager

    Gelukkig is Daryl er. Dan hebben ze tenminste wat te eten.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen