||Rosemary Tyler Ahotley

Mijn laatste les voor de pauze is biologie, een van mijn beste vakken en ook mijn lievelingsvak. Ik loop op de leraar, die verdomd veel op professor Einstein lijkt, af en stel mezelf netjes voor.
      'Juist ja, miss Ahotley, neem maar plaats naast... Embry,' glimlacht de leraar. 'Hopelijk kun jij ervoor zorgen dat zijn hersencellen gaan werken zoals ze zouden moeten werken.'
      'Oh, daar zal ik voor zorgen,' mompel ik ontevreden onder mijn adem. Ik loop naar de tafel en neem plaats naast Embry. Het eerste wat ik voel, is zijn priemende blik op de zijkant van mijn schouder en hoewel ik zo mijn best doe om een snerende opmerkingen binnen te houden, het is tevergeefs.
      'Weet je, je kunt ook een foto maken, dan kun je langer naar de zijkant van mijn gezicht kijken,' snauw ik zijn richting in. Bijna direct heb ik spijt van mijn woorden, helemaal als Embry me aankijkt als een getrapte puppy.
      'Damn, waarom moet je zo bitchy zijn?' vraagt Embry retorisch terwijl hij met zijn potlood tegen de tafel tikt. Hij kijkt van zijn potlood in mijn ogen en voor een seconde ben ik mezelf verloren. Dan herinner ik zijn vraag.
      Tip: stel me geen retorische vragen.
      'Jouw hoofd zorgt ervoor dat dat gebeurd, het spijt me als ik je tere ego heb geschonden met woorden,' verontschuldig ik me met een stem waar het sarcasme vanaf druipt.
      'Bitch.'
      Het is een woord dat ik al zo vaak naar mijn hoofd heb geslingerd, maar om een of andere reden komt het veel harder aan als Embry het zegt. Embry nog wel van al de mensen. Waar gaat deze wereld heen?
      'Thanks, klootzak,' spuw ik terug terwijl ik mijn boeken open.
      De leraar begint met de les en ik frons verbaast. Deze stof heb ik vorig jaar al behandeld. Ik blader globaal door het boek en met een teleurgestelde zucht keer ik terug naar hoofdstuk drie, zo'n beetje alles ken ik al en heb ik afgerond met hoge cijfers. Jammer, want ondanks alles, ben ik enorm leergierig. Het enige waar ik echt een hekel aan heb is als ik aangestaard word.
      Geïrriteerd kantel ik mijn hoofd Embry's richting, wat staart die gozer enorm veel. 'Wat moet je nou weer?' vraag ik zwaar geërgerd.
      'Je hebt een hoorapparaatje,' fluistert Embry zachtjes.
      Bijna verdedigend schiet mijn hand naar mijn rechteroor, waar inderdaad mijn gehoorapparaat zit. Een gevoelig punt. Gelukkig heb ik er maar één, aangezien mijn linkeroor nog niet slecht genoeg is voor een gehoorapparaatje, al gaat dat vroeg of laat toch wel gebeuren. Helaas zijn er nog geen operaties uitgevonden voor oren met een onverklaarbaar hoorverlies.
      Ik trek mijn meest sarcastische en quasi-verbaasde gezicht en zet mijn handen bij mijn 'o'-gevormde mond. 'Wow, Embry! Hoe zou die daar nou ineens gekomen zijn? Pfff, gelukkig dat we van die opmerkzame mensen zoals jij hebben in deze wereld, Sherlock!' fluister-schreeuw ik.
      In Embry's ogen rijzen vlammen van irritatie, woede en frustratie en geërgerd slaat hij met zijn handen op de tafel. Meteen is de hele klas stil en zijn er minstens twintig paar ogen op ons gericht.
      'Ik geen idee wat ik je aangedaan heb, maar je hebt echt geen reden om zo ongelofelijk irritant te doen! Geez.' Embry staat op van zijn stoel, wurmt zich langs mijn stoel en baant zich een weg uit het lokaal. Met een harde klap, waar ik zelfs van opschrik, gooit hij de deur achter zich dicht en geloof het of niet: op dit moment voel ik me schuldiger dan ik me zou moeten voelen.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen