Foto bij Hoofdstuk 114; Pan

Met een klap belande ze op de grond. Ze keek naar het wezen dat hen op grote snelheid naderde. Langzaam kwam er herkenning. ‘Thespian?’
Ze werd haast besprongen door Thespian. Hij klemde haar tegen de grond, wreef zijn hoofd tegen haar aan en bleef haar naam maar herhalen. Pan, pan, pan, pan, pan, pan, pan.
Pan giechelde en sloeg haar armen om hem heen. ‘Thesp!’ Het voelde alsof ze hem al jaren niet had gezien. Ze knuffelde met hem, terwijl hij zijn grootte veranderde.
‘Ongelofelijk. We hebben hem in geen maanden gezien en jij bent terug en… daar is hij.’
Pan tilde Thespian op en hield hem tegen zich aan. ‘Hij was waarschijnlijk gewoon naar mij opzoek.’
‘Waarschijnlijk. Maar hij wist toch dat je op Olympus was?’
‘Daar was ik niet,’ zei ze. ‘Ira was op Olympus.’
Hunter keek haar verward aan. ‘Ik kan het zelf niet helemaal uitleggen, want ik begrijp het ook maar deels.’ Pan streek over Thespians neus. Hij had zijn hoofd tegen haar borst gelegd en lag ontspannen tegen haar aan.
‘Misschien kan Thespian ons verder brengen. Dat zal vast sneller gaan?’ stelde Hunter voor.
Pan knikte. ‘Wil je ons helpen Thesp? We zijn op weg naar Mount Holmes.’
De spanning kwam direct terug in zijn lichaam. Pan zag in flitsen wat er gebeurt was. ‘Oh.’ Ze kreeg kippenvel er van.
‘Wat?’ vroeg Hunter.
Pan keek naar hem. ‘Thespian is daar geweest. Hij heeft De Wacht er gebracht.’
‘Dat is geweldig! Dus ze hebben het gered,’ zei Hunter. Hij lachte opgelucht, maar stopte toen hij haar gezicht zag. ‘Wat?’ vroeg hij. ‘Hebben- hebben ze het niet gered?’
‘Niet allemaal,’ zei Pan zacht.
‘Wie niet?’ Hunter zag een beetje bleek.
‘Ik ken haar naam niet,’ zei ze zacht.
Rose.
Pan keek naar Thespian. Hij drukte zijn neus tegen haar wang. Een warm gevoel verspreidde zich over haar lichaam, van dat punt uit.

Rose lag onder een oude boom met rode bladeren. Ze had een kras op haar wang. Haar blonde haar was gevlochten en haar mantel was om haar heen gewikkeld. Regen sijpelde tussen de takken door, op haar bleke lichaam. Een pijl en boog waren op haar lichaam geplaatst, alsof hij klaar lag om te schieten. Om haar heen lagen bladeren en takken. Dat wat was achtergebleven na de orkaan.

Pan voelde een traan over haar wang lopen.
‘Pan?’ vroeg Hunter zacht.

Druifranken wikkelde zich om Rose haar lichaam heen.

Thespian blies zijn adem uit tegen haar gezicht. Ze zei me mezelf te redden. Hij klonk zo verdrietig. Dus nam ik haar mee.
Pan voelde het. Ze voelde dat hij haar mee had genomen. Ik heb meer invloed op je gehad dan ik dacht, zei Pan hem.

De druifranken bonden zich strakker en strakker om haar heen. De mantel verschoof en de ranken dwongen zich eronder. Stekels vormde zich, haalde haar huid open. Bloed vloeide over haar bleke huid.
Rose haar ogen schoten open. Ze hapte naar adem en begon als een razende adem te halen.
Ze keek voor zich uit. Het voelde alsof ze Pan recht aan keek.
Haar ademhaling vertraagde, terwijl haar lichaam langzaam verdween onder de ranken.


Pan opende haar ogen. Thespian had zijn hoofd tegen haar schouder gelegd. Hij sliep.
‘Pan?’ Hunter stapte naar haar toe. ‘Gaat het?’
Pan knikte.
‘Je bent uren van de wereld geweest,’ zei hij, bezorgd.
‘Uren?’ herhaalde Pan verward. Ze keek op en zag dat de zon plaats had gemaakt voor de maan.
‘Ja. Je reageerde nergens op.’ Een moment lang dacht ze een blos op zijn wangen te zien. ‘Wat is er gebeurt? We waren aan het praten en plots was je weg.’
Pan legde haar hand op haar voorhoofd. ‘Ik was…’ Ze keek rond. Hunter had kamp gemaakt. Een vuur, met een konijn dat erboven gebraden werd. ‘…helpen.’
‘Je was helpen?’
‘Ja.’
‘Oké,’ zei Hunter. Hij leek het niet te begrijpen. ‘Waarom kom je niet bij het vuur zitten. Dan warmen we onszelf, eten we wat, nemen we wat slaap en dan reizen we vannacht nog verder. Gaat dat lukken denk je?’ Pan knikte ter antwoord.

Pan nam de eerste uitkijkdienst op zich. Hunter lag opgekruld. Hij gebruikte zijn mantel als deken. Een echt kussen had hij niet, dus Pan had gezorgd voor een zachte ondergrond.
Ze keek in stilte naar het vuur. Thespian lag op haar schoot. Hij sliep nog altijd. Pan zag weer voor zich hoe de ogen van Rose open schoten. Ze hadden er bang uitgezien, paniekerig, misschien zelfs in pijn. Ze wist dat Rose niet echt terug was gekomen. Het waren haar laatste momenten geweest. Bang, in pijn. Daarna, toen de rust bij haar was gekomen, was het alsof ze haar lot had geaccepteerd.
Pan wist dat ze Rose goed kende. Ze kon zich een paar dingen herinneren. Dingen die nooit gebeurt hadden kunnen zijn, maar die het wel waren. Als Apollo het verleden niet had herschreven, misschien was alles dan heel anders gelopen.
‘Misschien wel, maar dat kan je nooit met zekerheid zeggen.’ Pan keek op. Ze herkende de stem, waardoor ze er niet van schrok.
‘Kom je om me gezelschap te houden?’ vroeg Pan.
‘Als je dat niet erg vindt?’ Hestia nam plaats naast haar. ‘Hephaistos vertelde me al dat je terug was.’
‘Oh,’ zei Pan.
‘Hij is al dagen naar je opzoek, weet je.’ Hestia liet haar hand vederlicht over Thespian heen gaan. ‘Hij was bezorgd. Dacht dat Mercury je misschien mee had gestolen.’
Pan keek naar Hestia. Ze had een heel warm en vriendelijke sfeer rond haar hangen.
Hestia glimlachte haar toe. ‘Ik zei hem nog dat je vanzelf zou opduiken.’
‘Sorry dat ik zo lang weg ben. Ik wilde-‘ Pan viel stil. ‘Ik geloof dat ik even bij De Wacht wilde kijken.’
‘Wat is er gebeurt?’ vroeg Hestia.
‘Ik schaduwreisde. Het ging mis.’ Pan wierp een blik op Hunter. ‘Hij is de enige reden dat ik terug ben weten te komen.’
‘Hunter?’ Pan knikte ter antwoord. ‘Hoe heeft hij dat voor elkaar gekregen?’ vroeg Hestia.
‘Hij zat met me vast. In- wel wij noemen het schaduwland. Hij merkte dat ik reageerde op Apollo’s stem, op zijn naam. Dus hij deed zich voor als hem.’
Hestia keek naar Hunter, die niets door had. ‘Ik heb hem voor je gevonden. Apollo.’
Pan keek op. ‘Hij was weg. Waarom?’
‘Zijn vader houdt hem verantwoordelijk voor een aantal… gebeurtenissen. Dus hij en zijn zus houden zich schuil.’
‘Waar?’ vroeg Pan.
Hestia schudde haar hoofd. ‘Ik kan je het niet vertellen, maar ik kan je er brengen.’
‘Dan zal ik Hunter-‘
‘De jongen kan niet mee Pan,’ zei Hestia zacht. ‘Het zou hem in gevaar brengen.’
Pan keek naar Hunter, daarna naar Hestia. ‘Ik kan hem niet achterlaten,’ zei ze zacht. ‘Ik moet met hem naar Mount Holmes. Daar zijn de andere Wachters. Als hij weer bij hen is dan-‘
‘Ik weet niet of ik je dan kan bereiken,’ zei Hestia zacht. ‘Het is een behoorlijke chaos sinds Ira verdwenen is.’
Pan viel stil.
‘Hephaistos vroeg me ook al haar terug te brengen.’
‘Kun je dat?’ vroeg Hestia zacht.
Pan schudde haar hoofd. ‘Ik weet niet hoe.’
Hestia keek naar de vlammen. ‘Misschien kan ik je daar mee helpen.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen