Foto bij Hoofdstuk 115; Jessica

‘Dionysos is haar komen halen,’ zei Malika.
‘Of Pan,’ zei Austin. Hij werd direct aangekeken. Zelfs door Michael. ‘Ik bedoel…’
‘Het zou kunnen,’ stond Jessica haar broer bij. ‘Ze doet het al jaren. Als eerbetoon aan haar vader. Dionysos, natuurlijk.’ Ze keek naar de druivenranken.
‘Waarom zijn we hier?’ vroeg Sarah.
Michael keek naar haar, daarna naar de ranken. ‘Het was Pan,’ zei hij.
‘Michael, we weten niet eens waar ze is. Weet je nog?’ zei Alathea.
‘Het was Pan.’ Hij klonk zo zeker. ‘In het labyrint. Er was een muurschildering, van Pan en Apollo. Ze glimlachte naar elkaar. Toen ik weer keek, keken ze beide naar voren en had Pan een rode roos vast.’
‘Dat is wel… toevallig?’ zei Myra.
‘Het was geen toeval,’ zei Michael.
‘Michael,’ zei Alathea. ‘Zelfs als Pan terug is, betekend dat niet dat ze Rose terug kan halen. Als Rose niet terug wilt komen.’
‘Ze zou terug komen,’ zei Liza. ‘Al was het maar voor even.’
‘Voor ons,’ stemde Martha in. ‘Voor ons zou ze terug komen.’
‘Ik moet toegeven, het verbaasde me dat ze niet terug kwam. Maar ze deed het niet,’ zei Alathea.
‘Misschien zijn de deuren weer gesloten?’ zei Jennifer.
‘Nee, dan zouden wij al weg zijn,’ zei Kimberly. Zij, Sarah drie anderen waren terug gekomen vanuit de onderwereld. ‘Of misschien worden we dan elk moment opgehaald.’ Ze keek twijfelend naar Sarah. Misschien zelfs een beetje nerveus.
‘Als het Pan was, dan moeten we dit aan haar overlaten,’ zei Jessica. Ze keek naar Michael. ‘We weten niet wat ze van plan is, maar we weten dat wij verder moeten.’
‘Waarom?’ vroeg Myra plots. ‘Ik bedoel. We weten niet wat we aan het doen zijn. Is Percy niet al lang gevonden?’
‘Ja,’ zei Michael. ‘Je hebt een punt. We zijn niet meer op die queeste.’ Hij draaide zich om en keek rond. ‘Ik weet wat we moeten doen,’ zei hij toen.
Er werden blikken uitgewisseld. ‘Wel?’ vroeg Daniël.
‘Toen jullie terug kwamen,’ begon Michael. Hij keek naar Martha en Liza. ‘Vertelde Rose me dingen die ze niet hoorde te weten. Dat Thanatos gevangen was genomen, dat de deuren van Hel open stonden en dat iemand de taak van tijd op zich had genomen.’
‘De taak van tijd?’ herhaalde Alathea. ‘De kracht van Kronos?’
‘Ja.’ Michael keek niet op of om. ‘Maar ze heeft me niet verteld wie.’ Hij keek een moment lang naar Alathea, voor hij weer naar Liza en Martha keek.
‘En jij denkt dat wij het weten?’ vroeg Liza.
‘Rose deelde niet alles met ons. Af en toe had ze momenten waarop ze dingen deelde,’ zei Martha.
‘Maar als het te gevaarlijk was voor ons om te weten, dan zou ze het ons niet vertellen,’ zei Liza.
Jessica keek naar de twee zussen. Austin stond vlak achter hen, zijn hand op Liza’s schouder.
‘Weten jullie zeker dat ze nooit iets heeft verteld?’ vroeg hij.
‘Ze vertelde niet eens hoe ze zelf aan de informatie kwam,’ zei Martha.
Jessica fronste. Voor een moment maar. Ze keek naar Michael, die teleurgesteld leek.

Met een paar uurtjes, liepen ze weer door het labyrint. Michael, Martha en Liza liepen achter aan de groep, druk pratend.
Jessica trok haar broer naar zich toe. ‘Wat weet jij?’ vroeg ze hem.
‘Sorry?’ zei Austin. Hij glimlachte verward.
‘Denk niet dat je tegen me kan liegen. Ik ken je langer dan vandaag.’
‘Ik heb geen idee waar je het over hebt,’ zei Austin. Hij haalde zijn hand door zijn haar.
‘Austin.’ Ze tilde haar wenkbrauwen waarschuwend op. ‘Je loog. Je weet iets. Vertel.’
‘Wel, ik weet misschien iets,’ zei Austin zacht.
‘Vertel,’ drong Jessica zacht aan. ‘Was het over de persoon die de tijd nu in handen heeft.’
‘Ja. Ik heb beloofd niets te vertellen,’ zei hij.
‘Wat, je maakt een grapje toch?’
‘Nee, oprecht. Ik heb beloofd niets te zeggen.’ Hij keek haar verontschuldigend aan.
‘Aan wie?’
Austin opende zijn mond en sloot hem weer. Hij grijnsde even. ‘Sorry zussie.’
‘Hé, ik ben ouder dan jij bent.’ Jessica trok hem naar zich toe. ‘Vertel je het me als het nodig is, of als het kan?’
‘Misschien,’ zei hij. Hij drukte een kus tegen haar voorhoofd. ‘En voor mij ben je mijn zusje, of je nou ouder bent of niet.’
Alathea kwam plots naast hen lopen.
‘Jessica,’ zei ze zacht. Jessica keek haar verrast aan. Normaal liep ze vooraan. ‘Je weet dat ik je dit normaal niet zou vragen,’ zei Alathea. ‘Maar kun je, misschien gaan zoeken?’
Jessica keek naar Alathea. ‘Naar-‘ Alathea wierp een blik op Michael. ‘Oh,’ zei Jessica. ‘Ja. Oké. Ik denk dat ik dat wel kan doen.’
‘Ho, wacht even.’ Viel Austin in.
‘Het is oké Austin.’ Ze drukte een kus op zijn wang. ‘Ik ben terug voor je er erg in hebt.’
‘Oh, dat geloof ik wel,’ mompelde Austin. Jessica keek hem vragend aan. ‘Niets, niets. Laat maar.’
‘Tot zo,’ zei Jessica. Ze liep weg van de groep.

Op een tiental meter afstand bleef ze staan. Ze draaide zich om en keek of ze uit het zicht van de andere was.
‘Jessica,’ Michael kwam aangehaast.
Jessica schrok. ‘Michael, wat doe je hier?’
‘Dat kan ik jou ook vragen.’ Hij kwam naar haar toe lopen. De rest van De Wacht was uit het zicht.
‘Alathea heeft me gevraagd iets voor haar te doen.’
‘In je eentje?’ Hij leek verbaast.
‘Ja, zo nu en dan is dat veiliger dan met een hele groep.’ Het gebeurde niet vaak, maar zo nu en dan ging iemand alleen op pad.
‘Kan ik je helpen?’
‘Nee.’
Hij keek haar verbaasd aan. ‘Oh. Oké.’
‘Het-‘ Ze beet op haar onderlip. ‘Kijk, van mij mag je mee, maar ik weet niet of Alathea-‘
‘Die mist me heus niet,’ zei Michael.
‘Dat betwijfel ik,’ lachte Jessica nerveus.
‘Hé, als het te lang duurt, ga ik wel eerder terug.’
Jessica lachte. ‘Ja, eerder terug.’ Ze haalde haar handen door haar haar.
‘Dus, laten we gaan.’ Hij kwam naar haar toe gelopen.
‘Ja,’ mompelde ze. ‘Oké.’ Ze haalde diep adem. ‘Laten we gaan.’ Ze pakte hem bij zijn schouders.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen