Chapter 1

Door: Mellisande
Onderdeel van: Chapters from the life of a Hogwarts student
Laatst bijgewerkt: 1 maand geleden
Geactiveerd op: 1 maand geleden

Foto bij Chapter 1

breed | medium | small

''Familia ante omnia - Family over all.''

1 september 1992

De trein begint langzaam te rijden als ik mijn moeders hand los laat. ''Arrivederci" Zie ik haar lippen zeggen, maar ik hoor haar al niet meer. Ik glimlach richting het kleiner wordende silhouet van mijn moeder en ze verdwijnt totaal uit mijn beeld als de trein de eerste bocht van haar reis maakt, en we Kings Cross verlaten. Voor een moment staar ik uit het raam, met mijn handen voor mij in elkaar gevouwen. In de weerspiegeling van het raam, zie ik de zilveren P die op mijn mantel zit gevestigd. Ik weet niet heel goed wat ik van mijn nieuwe titel als prefect moet denken. Ik snap dat ze mij hebben gekozen, maar ik weet niet hoe leuk ik het vind. Het zou mij niet veel plezier doen om telkens mensen te moeten vertellen wat ze wel en niet mogen doen.
Ik stop de brief met daarin de uitnodiging van een vergadering met alle prefects van mijn afdeling, die over een halfuur begint, in de binnenzak van mijn mantel. Vrijwel direct daarna wordt de deur van een coupé achter mij open geschoven, waarvan ik weet dat een aantal vrienden van mij daarin zitten. De blauwe ogen van mijn beste vriendin Rosalie staren mij smekend aan. Ik mimiek haar blik en we blijven elkaar op deze manier aanstaren. ''Kom je please nu binnen, ik heb je een hele zomer moeten missen; je kan het niet maken om nu op de gang te blijven staan.'' Zegtt ze.
''Rose, ik zou geen moment willen missen dat ik in jouw aanwezigheid mag verblijven.'' Antwoord ik dramatisch, terwijl ik achter haar aan de coupé binnen loop. ''Ik moet zo direct wel weg om mijn andere vrienden gedag te zeggen, daarna moet ik naar een vergadering en dáárna moet ik in de gangen van de trein patrouilleren'' Ik wuif met mijn hand zodat mijn broer, Evan, opschuift en ik naast hem kan gaan zitten. Rosalie zit tegenover mij, tussen Sofie Drummond en Mobin Daftari in. Beiden kijken mijn richting op, Mobin glimlacht naar mij maar, Sofie kijkt alsof ze iets heel vies ruikt. Ik probeer enigszins arrogant terug te kijken, maar ik wil Rosalie's humeur niet verpesten. ''Waarom ben je altijd zo druk?'' Vraagt Rosalie. Voor ik zelf antwoord kan geven, doet Evan dat al.
''Omdat ze de beste student aller tijden wilt worden.'' Hij geeft een klopje op blote knie, die net onder mijn rokje uit komt. Het rokje is ook eigenlijk net te kort, maar niemand heeft er nog iets over gezegd en mijn witte sokken komen tot net onder mijn knie. Officieel moet de rok over de knie.
''Ze neemt te veel hooi op haar vork, echt hoor Rosalie. Het is dit jaar jouw taak om haar in de gaten te houden, ik deed dat deze zomer al. Ze heeft bijna de hele zomer gespendeerd aan lezen en haar ''vaardigheden ontwikkelen''.''
''Ev, je maakt het dramatischer dan het is.'' Zeg ik streng. Het is waar, ik heb deze zomer enorm wil gedaan. Ik wil zo veel leren en op school heb ik geen tijd om filosofie, psychologie, Frans en piano spelen te leren. Daar gebruik ik mijn zomers voor.
''Ontken je het nu gewoon zodat wij tegen je zeggen dat het wél enorm veel is of wil je gewoon graag een overachiever zijn?'' Bijt Sofie naar mij. Ik zucht overdreven en diep. Als Sofie Drummond het voorbeeld is van modderbloedjes, mogen ze van mij inderdaad allemaal weg.
''Weet je wat het is, Sofie. Ik kijk ter inspiratie naar jouw nietszeggende leventje en dan weet ik weer dat ik niet zo dom als jij wil eindigen later.'' Zeg ik liefjes. Ik glimlach zoetjes.
''Ik denk dat het tijd is dat je samen depressief moet gaan doen in een coupé met je gekke vriendjes, Sinclair.'' Sofie steekt haar kin in de lucht en richt haar blik op het landschap buiten. Haar vriendje, Francesco da Milano, schudt zijn hoofd waarschuwend naar mij, legt zijn arm over de schouders van Sofie en hij kijkt ook uit het raam. Ik sta direct op, Sofie blijft naar buiten kijken maar ik zie dat ze haar lichaam aanspant uit schrik. Bangert.
Ik neem afscheid van mijn vrienden en beloof ze dat ik morgen ochtend bij hun zal ontbijten. Ik sluit de deur en probeer Rosalie's teleurgestelde blik uit mijn gedachten te halen. Geheel natuurlijk haat ze het als haar twee beste vrienden zo naar en lelijk tegen elkaar doen. Ik zal nooit met Sofie Dummond een normaal gesprek kunnen voeren. De geruchten gaan, natuurlijk, dat ik haar haat omdat zij twee dreuzel ouders heeft en ik zit in Slytherin. Voor veel simpele zielen is dat één en één is twee. Maar, ik haat haar niet daarom, hoewel het een toevoegende factor is. Ik haat Sofie Drummond omdat ze een walgelijk persoon is; ze is gemeen en heeft twee gezichten. Ik heb óók twee gezichten, maar dat zal ik nooit hardop zeggen. Plus, ze is zo makkelijk uit te lokken en dan wordt ze boos, heel boos. Het is voor mij te verleidelijk om haar niet boos te maken.

Als ik de deur naar de coupé open doe waar mijn andere vriendinnen in zitten, voelt de sfeer al vele malen gezelliger. Ik ben het zesde Slytherin meisje van jaar vijf en hoewel ik ook vaak bij mijn vrienden van Ravenclaw ben, voelt het toch extra fijn als we compleet met zijn zessen zijn. Persephone en Jane McQueen, geen zussen maar verre nichten, zijn de meest opvallende meisjes in deze coupé. Persephone heeft haar enorme gitzwarte, lange haren in twee lange vlechten gedaan waardoor haar scherpe boonstructuur in haar gezicht nog beter te zien is. Jane heeft een hele korte, strakke bob en haar haar is ook zwart, maar er zit een aparte paarse gloed doorheen. Jane is het eerste die hardop naar mij roept. Mijn andere vriendinnen zijn Fiona, Samantha en Charlotte. Ik heb al mijn vrienden op perron al uitgebreid begroet, maar Jane zal altijd enthousiast zijn. Met deze vriendinnen groep heb ik een hele andere band dan met de ander, die bestaat uit jongens én meisjes. Met mijn vijf vriendinnen uit mijn afdeling praten we vooral over gevoelens, jongens en wat mensen zouden bestempelen als 'meisjes dingen'. Met mijn vrienden uit Ravenclaw praat ik over familie (er zitten immers enkele familieleden tussen), wat zware onderwerpen en vooral school.
Na vijftien minuten kletsen, sta ik weer op om mijn weg te maken naar de coupé waar de vergadering wordt gehouden. Ik kom tien minuten voor de aanvang van de vergadering aan en groet de Head Boy en Head Girl van mijn afdeling. Ze stellen zich voor als Alice Moreau en Jacob Thatcher. Ze zitten in jaar zeven en zien er super slim en volwassen uit. Ik praat graag met mensen uit hogere jaarlagen en vraag altijd om tips.
''Je hebt dit jaar heel veel minder lessen en daarom vrije uren, oftewel tussenuren. Ga niet luieren in deze uren, studeer, maak huiswerk, zorg dat je alles op tijd af hebt. Dit scheelt je tijd maar, zo houdt je de naam van onze afdeling hoog.'' Zegt Jacob streng. Alice zit ondertussen druk over haar lange rol perkament te speuren. Ze schraapt haar keel.
''Ik herinnerde me het weer toen ik je naam hoorde. Je staat er het beste voor in jouw jaar. Jacob en ik hoeven ons geen zorgen te maken over jouw prestaties, maar we vinden het belangrijk dat de prefects onder onze leiding goed presteren in de les en echt een voorbeeld functie zijn. Maar, dat zullen we zo met de rest bespreken.'' Alice heeft een hele lage, langzame stem, maar wel erg fijn en lief. Ze glimlacht even naar me voordat ze haal spulletjes sorteert op de grote bruine tafel die tussen ons in staat. Ik verzit op mijn stoel en wacht geduldig tot alle andere prefects er zijn en de vergadering begint.
De vergadering verloopt spoedig, hoewel ik niet veel nieuwe dingen hoor. Jacob en Alice vertellen ons vooral dat we goed moeten studeren en hoge cijfers halen. Ze geven als advies niet bijdehand te doen tegen leraren, altijd de eerste jaars helpen en als er onrust is, dit op te lossen. Alle regels en taken van prefects worden besproken en krijgen we mee op een stukje perkament. Ik vouw het keurig op in een vierkantje en stop het in mijn binnenzak.
Na de vergadering wandel ik door de gangen met mijn mede prefect van jaar 5, mijn beste vriend, Joey Timble. Hij is bijna tien centimeter gegroeid over de zomer en ik voel me nog kleiner dan ik al ben. Joey en ik kunnen praten over ditjes en datjes, maar ook over de mening van het leven en vooral over geloof. Er gaan altijd geruchten dat we samen zijn, maar dat is niet waar. We zijn gewoon beste vrienden.

Om vier uur mogen we stoppen met patrouilleren en ik vergezel mijn Slytherin vriendinnen de rest van de reis. Wanneer we arriveren bij Hogsmead station, loop ik als eerste naar buiten om de deuren open te toen voor de studenten. Ik zeg niet veel terwijl ik de deur vast houd, ik staar naar de sterren in de lucht, die lastig te zien zijn door de felle olielampen die langs het perron staan. Ik zoek de patronen in de sterren die ik ken. Ik hoor het bekende gegrom van Hagrid, die de eerste jaars bij elkaar sommeert om de bekende reis met de bootjes over het meer te maken, de tocht die ik vier jaar geleden voor het eerst maakte.
Mijn maag knort als ik denk aan het eten van het Start van het Jaar feest. Vanavond dineer ik met mijn afdeling, mede omdat ik daarna direct de eerste jaars moet begeleiden naar de dungeons, onze afdelingskamer. Maar, morgen ochtend vergezel ik mijn gezinsleden die hier op school zitten bij het ontbijt; mijn twee broers en zusje. Demi zal dit jaar naar jaar 3 gaan. Zeker omdat zij in een andere afdeling dan ik zit, voel ik me extra beschermend over haar. Ik vind het jammer dat ik niet in de Ravenclaw afdelingskamer 's avonds met mijn familie kan kletsen en thee drinken. Ik heb het vier jaar uitgehouden, een extra drie jaar kunnen er wel bij.
Wanneer alle studenten uit de trein zijn gestapt, loop ik naast mijn oudste broer, Alexander Francesco oftwel AJ, naar de koetsen. Ik probeer niet te kijken naar de thestral die voor onze koets staat. AJ houdt zijn hand op, die ik dankbaar aanneem, en ik klim de koude koets in. AJ gaat dicht tegen mij aan zitten en slaat een arm om mij heen. Mijn neef Marc Seafield, gevolgt door Demi, Evan en Francesco, stapt ook naar binnen. Marc is mijn neef en zijn oudere broer, Robert, is al een tijdje van school af en is nu een schrijver van poëzie boeken. Robert en Marc zijn de zonen van de zus van mijn overleden vader, mijn tante Jean Seafield-Sinclair. Marc en AJ zitten in hun zevende jaar in Ravenclaw. Volgend jaar komt mijn jongste broertje Maros op school, verder heb ik geen schoolgaande familieleden meer.
''Zin in dit jaar, zusjelief?'' Vraagt AJ door het drukke gepraat van Evan, Francesco en Marc door. ''Zin in om punten af te trekken van mijn vervelende vrienden?''
''Ik mag alleen punten van mijn eigen afdeling afhalen, AJ. Jammer genoeg.'' Voeg ik er snel aan toe. Ik kruip dichter tegen hem aan, omdat ik begin te trillen van de kou. Ik heb het enorm snel koud. Hoewel AJ eigenlijk mijn stiefbroer is, voelt hij voor mij net zo als Evan. AJ trekt de kraag van mijn mantel hoger en wrijft mijn kleine handen tussen zijn enorme handen.
''Als je maar geen ruzie maakt met nare jongetjes van jouw afdeling, alsjeblieft. Ik weet hoe arrogant je over kan komen.'' Mompelt AJ. Evan en Francesco zijn ondertussen in rap Italiaans aan het praten, waarschijnlijk om Marc te irriteren. ''Ik heb nog een appeltje te schillen met een paar van hun. Als zij er achter komen dat jij mijn zusje bent.. Straks gaan ze nog expres achter je aan.''
''Dat komt goed, echt. Ik kan heus wel voor mijzelf zorgen. Ik ben al bijna zestien!'' Reageer ik. De koets rammelt en wiebelt heen en weer, terwijl wij onze wegmaken naar het kasteel. Elke minuut voel ik mij warmer en fijner van binnen. Elk begin van het jaar is altijd spannend. Het is altijd goed om thuis te komen.


Kudo Door naar het volgende hoofdstuk

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit hoofdstuk.



Details

1 (0 | 0)

AL

2134

42 (0)

Share