Foto bij 069 - Death does not scare me.

Lange tijd niet gezien, maar er komt een heel examenjaar voor ons.:SWe hebben een voorraadje aan hoofdstukjes, maar dan moeten we deze niet vergeten te activeren. Maar het komt wel goed. We komen richting het einde van het verhaal ^-^ En we willen het heel graag afronden.;)

Het wordt spannend, heel spannend:D

Ps. De foto is speciaal gemaakt voor de wolf riders(nerd)

Amras
We waren op de vierde verdieping nog drie te gaan, we slopen nu zachtjes over de houten vloer ter voorkoming dat deze kraakte. De zenuwen gierden door mijn lijf. Yarea hield haar boog gespannen in haar handen. Ik was rood van de opwinding. Dit keer liepen we linksom, we wisten niet waar we heen moesten, maar van rechts hoorde we wat lopen. Hoe hoger we kwamen hoe meer mensen leek wel en toch er waren veel minder mensen dan ik had verwacht. Ergens klopte er iets niet. Waarom was het zo weinig bewaakt? Was die koning dan daadwerkelijk te naïef om te geloven dat hij geen vijanden had. Of was het een valstrik. De vierde verdieping ging soepeltjes, de trap was snel te vinden en we kwamen niemand tegen. De toren leek wel steeds smaller te worden, waar er eerst nog veel kamers waren en verschillende gangen was er op de vijfde verdieping één gang rondom één kamer. Als we hier meerdere bewakers tegen kwamen werden we gemakkelijk omsingeld. Het baarde me zorgen dat er zo weinig ontsnapping- en verstopmogelijkheden waren. Zelfs de kasten en tafels die er in de eerdere gangen stonden waren weg. Nog twee verdiepingen en dan konden we het licht met eigen ogen zien. De spanning steeg. We rende de hoek om en zoals verwacht stonden daar bewakers, ze stonden voor de trap en het moment dat we de hoek omkwamen keken we elkaar recht in de ogen aan. Een pijl vloog langs mij heen en raakte de linker bewaker, die greep met een schreeuw naar zijn schouder. De ander rende op ons af, ik gooide mijn mes en er vloog nog een pijl razendsnel langs me heen. Bloed spoot uit de mans keel. Hij zette met een grimas nog een aantal stappen naar ons toe, een pijl stak in zijn hart en mijn mes had een snee in zijn nek gemaakt. Hij keek ons met een blik van woede en wanhoop aan en dook toen ineen op de grond. Een luide hoornschal weerklonk door de gang. Mijn nekharen gingen overeind staan toen ik de man ineengedoken op de grond bij de trap zag. Hij hield de gouden hoorn stevig omklemd in zijn hand en drukte met zijn andere hand op zijn gewonde schouder. Yarea rende in volle vaart naar de man, trapte de hoorn uit zijn hand en sneed genadeloos snel zijn keel door. Ik bewoog geen spier, de consequenties drongen tot me door terwijl ik in de angst was bevroren.
Yarea pakte mijn arm en rukte me los uit de bevriezing, ze keek me doordringend aan en zei toen: "Amras! We moeten opschieten, ze kunnen hier elk moment zijn!" een zin die ze niet had hoeven zeggen, ik had het al begrepen, maar ik liet me meesleuren en we renden de trap op. Een korte gang door, er was niemand het was doodstil. Ik slikte de brok in mijn keel door bij het aanzien van de zesde en laatste verdieping. Na de kleine gang van de trap kwamen we in een open ruimte met vier steile wenteltrappen naar boven. Er was geen leuning, het waren smalle steile traptreden en ze leiden allemaal naar een gat waar licht door heen scheen. De regen tikte vurig op de grauwe witte stenen en de tocht woei door de open ruimte. Ik aarzelde eventjes en bekeek de ruimte nog even voordat ik Yarea achtervolgde de trap op. Het was kaal, er waren geen ramen, geen wandkleden, geen schilderijen, geen versiering, helemaal niets. Toen zette ik een klein drafje in en volgde ik Yarea. De andere bewakers zouden snel komen als ze het geluid van de hoorn hadden gehoord.

De regen tikte op mijn kap en de druppels spatten op de grond uiteen, maar dat was niet wat mijn aandacht trok. Het voelde alsof er een vloedgolf zich over mijn borst stortte, ik voelde me achteruit deinzen. Mijn ogen wijden zich en ik voelde me verstijven. Mijn blik was volledig gericht op het drakenoog. Het blauwe vuur spatte er van af en geen regendruppel kon het doven. Het zogenaamde pupil keek me strak aan en volgde elke beweging die ik maakte. Alles leek wazig te worden, alsof het en mijzelf het enige waren in de ruimte.
"AMRAS!" Ik trok met een ruk mijn hoofd van het blauwe dansende vuur en keek Yarea verward aan. "Kom op! We pakken het en gaan er vandoor!" Ik knikte verdwaasd en volgde Yarea die al naar het midden was gerend. Nog verdwaasd van de schoonheid van het voorwerp zelf keek ik toe hoe Yarea haar handen in het blauwe vuur bracht en de bal aanraakte.
"Aaargh!" Ik schrok me dood, blauw vuur laaide op van de bol en Yarea trok haar handen terug en gilde het uit van de pijn.
"Yarea!" Een steek van angst schoot door mijn lichaam heen toen ik haar met een laatste kreet door haar knieën zag zakken. Ik rende naar haar toe terwijl ze naar de grond viel en greep haar doodstille lichaam vast. Ik tilde haar hoofd op en voelde bloed op mijn vingers druipen. Ik riep nog eens haar naam en kreeg geen antwoord, ik schudde aan haar schouders maar het hielp niet. Moedeloosheid en angst overvielen mij. Tranen biggelden langs mij heen en ik versleepte haar lichaam van het licht vandaan. Het mocht haar niet nog eens pijn doen. Met angst keek ik naar haar lichaam, ze bewoog niet meer. Ik kan dit niet zo laten, ik moet ze wreken en het licht stelen. Ik draaide me met een ruk om, de angst steeg toen ik naar het drakenoog keek. Wat er toen in me op kwam was totaal niet iets voor mij. Het boeide me niet meer wat er met mij zou gebeuren. Zij hadden dit allemaal gedaan! De lichte kant moest boeten voor wat ze hadden gedaan en het boeide me totaal niet meer als ik zou sterven bij het proberen. De waarzegster had mij niets voor niets signalen gegeven, ik had niets voor niets deze opdracht gekregen. Ik was niet bang voor de dood. Ik had toch niets meer te verliezen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here