||Rosemary Tyler Ahotley

Neuriënd veeg ik een paar bezwete plukken uit mijn gezicht, maar zodra ik voel hoe mijn gezicht plakt van de zware training, weet ik dat het hopeloos is. Ik probeer mijn knalrode gezicht zoveel mogelijk te verbergen in mijn hoodie terwijl ik de bus instap.
      Vandaag was een rustige dag op school: de meeste lessen had ik met Serena en ik zal haar bijna een vriendin te durven noemen. Al met al heb ik al twee dagen overleefd op mijn nieuwe school en dat zegt toch wat.
      Ik scan de inhoud van de bus en tot mijn grote ergernis blijkt deze ook nog eens propvol te zijn. Met een melodramatische zucht kom ik tot de conclusie dat ik twee opties heb: een oude man die met zijn enige tand naar me grijnst en... Embry Call.
      Ik trek mijn neus bij beide opties op, maar ik besluit toch maar om voor Embry te kiezen.
      Ongemakkelijk loop ik op de plek af en ik kuch nog ongemakkelijker. Ik voel het rood naar mijn wangen kruipen als Embry opkijkt van zijn telefoon en me met opengevallen mond aanstaart. Geërgerd veeg ik al mijn haar uit mijn gezicht.
      'Mag ik hier zitten of moet ik naast die creep achterin?' vraag ik aan Embry met opgetrokken wenkbrauwen.
      'Uhm... uh... nee... uh, ik bedoel ga zitten,' stottert Embry. Hij trekt zijn tas van de stoel en kijkt me daarna afwachtend aan. 'Zware training gehad?'
      'Wat verraadde het, mijn bezwete haren of mijn rode kop?' vraag ik niet sarcastisch terwijl ik plaatsneem. Ik trek mijn wenkbrauw op en bekijk Embry. Zijn donkerbruine haren zitten warrig en pieken alle kanten op, zijn chocoladebruine ogen bekijken me nieuwsgierig en het kan aan mij liggen, maar volgens mij lijkt het erop dat hij onder zijn roestbruine huid aan het blozen is.
      Ik grinnik kort en vis mijn wiskundeboek en -schrift uit mijn tas. Dat is het enige nadeel als je sport zoveel tijd in beslag neemt: of je moet je huiswerk maken om acht uur 's avonds of op ongemakkelijke plekken zoals in een bus. Ik stop mijn oortjes in mijn oren, met een van de velen liedjes van Shakira en begin met mijn huiswerk voor morgen.
      Nadat ik vijf equaties heb gemaakt, merk ineens dat er een hitte op me straalt en vanuit mijn ooghoeken bekijk ik Embry. Hij kijkt over mijn schouder mee met de opdrachten, waarbij hij zijn wenkbrauwen in een moeilijke frons geforceerd heeft. Ik rol met mijn ogen, maar houd mijn sarcastische opmerkingen voor me. Je kan namelijk zeggen wat je wilt over mij en mijn roekeloosheid, maar ik ben niet onmenselijk en misschien ben ik iets te onaardig tegen Embry geweest.
      'Je maakt die opdrachten echt op een rare manier,' hoor ik Embry ineens zeggen.
      Ik trek mijn oortjes uit en kijk Embry aan alsof hij uit een ei komt. 'Ik doe helemaal niets raar. Ik kom gewoon op het goede antwoord uit hoor,' verdedig ik mijn manier van doen met rollende ogen.
      'Je moet het volgens deze theorie doen,' zegt Embry. Hij tikt op een vakje met een te kleine tekst voor mij om te lezen zonder mijn lenzen en ik haal mijn schouders op.
      'Ik kan het niet lezen,' antwoord ik nonchalant.
      'Je hebt zichtverlies?' vraagt Embry met opgetrokken wenkbrauwen. Zijn stem klinkt haast bezorgd en ik frons voor een fractie van een seconde terwijl mijn gedachten terug flitsen naar gisteren toen Jason dacht dat hij me op mijn kont kon slaan. Embry was wel de eerste die erbij was. Waarom?
      'Ik heb zichtverlies, hoorverlies en een beugel gehad. Ik ben een zielig persoon, een zielig persoon met een killersmile en een kaaklijn,' zeg ik. Ik beweeg mijn vinger over mijn kaaklijn en trek een quasi-pijnlijk gezicht. 'Vlijmscherp,' fluister ik met een grijns.
      Embry, die al mijn handelingen aandachtig heeft gevolgd, barst in lachen uit en voor even lijkt het even alsof alle ramen gaan springen, zo hard en bulderend kan die jongen lachen.
      Mijn mondhoeken onwillig in een scheve glimlach, maar ik geef mezelf een denkbeeldige schop onder mijn kont, stop mijn oortjes in en focus me weer op mijn wiskunde.
      Het duurt niet lang of er wordt ineens een zak met vanille-donuts onder mijn neus geduwd en verbaast kijk ik naar Embry.
      'Wil je er ook een?' vraagt hij met een bescheiden glimlach.
      'Nou, als je het zo vraagt,' grinnik ik en ik vis een donut uit de zak. Ik grijns mijn tanden bloot. 'Thanks.'
      Embry glimlacht zo'n grote glimlach terug dat ik even twijfel of zijn mondhoeken uitscheuren, maar dat lijkt niet het geval te zijn.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen